Op bezoek in: Republiek Indonesië

Oppervlakte: 1.919.443 km² (50x Nederland)
Inwoners: 230 miljoen
Hoofdstad: Jakarta
Munteenheid: Indonesische Rupiah  -  1 EUR = 14,500 Rupiah
Taal: Bahasa Indonesia & streektalen
Godsdiensten: Islam (88%), Christendom (8%), Hindoeïsme (2%), Boeddhisme (1%) e.a.
Bijzonder: Rijstvelden, Begrafenisrituelen van de Tana Toraja, Borobudur, Komododraken & houtsnijwerk
 
INDONESIË
Het minder verre oosten
IN | Kuta | 28 januari 2009
<Vervolg van Australië>
We komen om 20:20 lokale tijd aan en maken ons gereed voor de grensformaliteiten. Hoewel we gelezen hebben dat het vrij strikt is (bewijs van voldoende financiën, bewijs dat je het land gaat verlaten, etc) valt het allemaal reuze mee. We betalen maar US$25 pp voor een ‘Visa on Arrival’ waar we gedacht hadden € 45 pp kwijt te zijn. De regels voor visa’s voor Indonesië zijn de laatste paar jaar zoveel veranderd dat wij het niet meer bij konden houden. We hebben snel alles en gaan op zoek naar een taxi. Aangezien Kuta dichter bij is dan Denpasar en in Kuta nog iets te doen is, hebben we besloten daar vanavond te gaan slapen. Nadeel van Kuta is dat het immens druk is, heel erg Westers is en moeilijk een slaapplaats te vinden is. We karren door Kuta heen en nadat we de McDonalds, Kentucky Fried Chicken, Pizza Hut, Starbucks, Hard Rock Café en Ralph Lauren zijn gepasseerd (ja, we zijn echt in Indonesië), lopen we naar onze eerste keus hotel. Die heeft helaas geen plek dus we lopen door het straatje in. Na wat rondvragen vinden we wat in Berlian Inn voor 130.000 Rp. Veels te veel geld, maar het zal wel het tijdstip zijn, de spetters regen en de drukte die de prijs flink opschroeven. We hebben geen zin meer en geven in.

We lopen nog even snel naar een supermarktje om wat drinken en eten te hebben en gaan slapen. We hebben niet zo’n zin om uit te gaan in Kuta. Niet alleen zijn het merendeel zuipende Australiërs, maar dit is de plek waar de twee Balinese bommen zijn ontploft. Wij hebben nog zin om door te leven.

Heee...rijst!
IN | Kuta/Ubud | 29 januari 2009
We staan op en gaan eens een rondje lopen door Kuta heen. We ontbijten met lekker fruit en vieze koffie en bestormen de hitte. Gekgenoeg vinden we de vele Westerse invloeden niet leuk, maar gaan we toch naar de Starbucks om nog een laatste keer lekkere koffie te kunnen drinken voor een lange tijd. Wij zijn dus net zo erg..

We lopen langs Perama om een busticket te regelen naar Ubud voor vandaag en kunnen om 13:30 nog mee. We lopen langs het strand en zien heeeeel veel Japannertjes bezig met hun surflessen. Het ziet er erg klunzig uit, maar het bijbehorende strand is erg mooi. We zitten onze tijd uit in het hotel 12:00 en lopen met twee zware tassen naar het busbedrijf. We droppen de tassen en vergapen ons aan de hoeveelheid leuke souvenirs die ze hier hebben voordat we aan de lunch gaan zitten. We kiezen voor de Bakmi Goreng – een van vele ‘Gorengs’ deze vakantie vermoeden wij – en dit bevalt prima!. Iets te laat zitten we om 13:40 in de bus en zijn we onderweg. Onderweg regent het af en aan en uiteindelijk komen we ruim een uur later aan in Ubud.

We worden aangesproken door een Indonesiër die graag zijn kamer wil verhuren. De prijs klinkt goed en aangezien we niet precies weten waar het centrum is, kunnen we op z’n minst met hem mee naar het centrum. Zijn huis blijkt een gigantisch onderkomen te zijn met vrij grote kamers en een grote patio. We nemen hem dus wel. Zodra het droog is gaan we Ubud even bekijken en dat duurt in principe niet al te lang. Ubud is een kunstenaarsstadje wat enorm uit z’n voegen is gegroeid. Frans was hier al eens vier jaar geleden en het is in die tijd alleen maar groter en veel drukker geworden; jammer. We lopen langs de Tourist Information wat zonde van onze tijd blijkt te zijn en gaan even wat drinken bij een tent onderweg.

We vragen wat prijzen op bij autoverhuurbedrijven, maar vinden niet nog echt een betrouwbaar iemand met een goede prijs. We komen bij Monkey Forest uit waarbij de hoofdattracties al voor de ingangshekken te vinden zijn; dat scheelt entreegeld. Het bos is klein, maar mooi en de gulzige apen zijn natuurlijk leuk om te zien. Ze zijn alleen ietwat verwend en volledig gericht op eten. Helaas komen ze het zelf halen als je het niet snel genoeg geeft en als je te dichtbij komt, worden ze ook iets minder vriendelijk. Snel maar weer door naar onze straat.

Bij een mannetje om de hoek huren we een kleine auto voor Rp 125.000 per dag (€8.80!) voor twee dagen om Bali eens goed te gaan bekijken. Rondrijden op het eiland kan wel met openbaar vervoer en is het handigst met een ‘bemo’ (klein busje die een standaard route rijdt). Wij willen echter naar best veel plaatsjes en hebben geen zin om iedere keer te moeten wachten. Bovendien is een auto huren zo goedkoop..

We dineren bij een leuk uitziend tentje ook vlakbij, maar de hoeveelheid valt een beetje tegen..je betaalt veel voor weinig eten, een soort vijfsterren restaurant idee. ’s Avonds frissen we onszelf op thuis en lezen we wat voordat we in slaap vallen.

Ik heb nog geen olifant gezien
IN | Ubud | 30 januari 2009
We zijn lekker vroeg wakker en kunnen rustig aan onszelf gereed maken om een dagje te gaan rijden. Het ontbijt duurt een beetje lang voordat het klaar is, maar is best lekker. Wederom fruit met een lekker bananentosti (!). Nadat we met iedereen van het hotel gepraat hebben – “Hello, how are you?” – halen we de auto op en zijn we onderweg. Het is nogal een uitdaging om te rijden op Bali voornamelijk omdat er immens veel scooters rondrijden. Het rechts in de auto zitten en links rijden is geen probleem meer na Nieuw-Zeeland en Australië en al snel leer je hoe je met scooters om kunt gaan. Gewoon je eigen weg blijven rijden, geen onverwachte bewegingen maken en dan schieten ze vanzelf links en rechts voorbij. Inhalen gaat net zo, gewoon doen en iedereen vindt uiteindelijk wel weer een plekje om levend verder te kunnen.

We rijden eerst naar de Olifantgrot. Waarom deze naam is is een raadsel aangezien er nog nooit een olifant op Bali is geweest. Als we uitstappen zien we gelijk een van de grootste spinnen die we ooit gezien hebben. Een megaspin met een redelijk normaal web op de loer voor wat lekkers. Wij hebben geen zin om vandaag ontbijt te zijn dus lopen we de trappen af naar de tempel. De buitenkant ziet er heerlijk rustig en mooi uit terwijl het binnen wat kaler is. Ook zijn er twee kleine pooltjes waar water uit komt wat je jong zou houden. Wij smeren onze gezichten in en hopen op het eeuwige leven..we zullen zien!

Verder lopen we de olifantgrot zelf in, maar daar is niet zoveel te beleven en lopen we maar even om de tempel heen. We lopen terug en zijn onderweg naar ‘Pura penataran Sasih’ waar we een grote drum zouden moeten tegenkomen. Men denkt dat er een meteoriet is gevallen en dat deze omgesmolten is tot de grootste metalen drum van de wereld. Hij is in ieder geval stuk en de tempel eromheen is lang niet indrukwekkend. We gaan snel weer door naar de volgende.

We komen aan bij ‘Pura Tirta Empul’ en betalen de parkeerplaats en de entree om naar binnen te mogen. We worden begroet door een enorm beeld bij de ingang en zien gelijk een enorme vrucht aan de boom hangen op een nogal rare plaats, vreemd. We drinken even wat bij een vijver waar het krioelt van de grote vissen; oranje en donkerkleurig. De ingangspoorten zijn overal bijzonder prachtig. Er zit veel werk in en ze stralen een grote macht uit en je hebt het gevoel alsof je vriendelijk moet vragen om binnen het complex te mogen. De trekpleister van deze tempel is het heilige water. Er komt een waterbron uit in het reeds bestaande water en men dankt dit aan de goden. Het gevolg is dat er twee hele reeksen met stralen uit de tempel komen waar alle mannen en vrouwen (officieel gescheiden van elkaar, maar wij zijn in de praktijk dat dit niet zo nauw genomen wordt) een voor een zich gaan baden bij elke straal.

De rest van het complex is goed gerestaureerd en ziet er netjes uit. We komen nog langs wat biddende mensen en zien verder het hele bouwwerk wat om al het water heen gebouwd is. We worden langs alle souvenirshops geloosd, maar kopen niets. We rijden door naar Batur waar we een uitzicht hebben op de gelijknamige berg. We komen niet verder dan het uitkijkpunt door de regen en zien een groot meer met heel veel groen en de in de wolken geheulde berg. We hebben inmiddels een vrijwel lege tank en zien al een tijdje geen benzinepomp meer. We vragen aan de eerste beste meneer waar we ‘Bensin’ kunnen halen en trots laat hij zijn jerrycans met benzine zien. Hij spreekt geen woord Engels en wij geen Indonesisch, maar met handen en voetenwerk komen we tot de gezamenlijke conclusie dat wij vijf liter willen en daar Rp 25.000 voor gaan betalen. Als we verder rijden blijkt het heel normaal te zijn dat mensen jerrycans benzine verkopen op de meest onwaarschijnlijke plekken.

Doorrijdend gaan we richting het noordelijke strand van Bali; Lovina. We hebben honger gekregen en gaan naar Lovina om een restaurant te vinden. Als we er bijna zijn worden we op ons raam getikt door een man op de scooter die een restaurant/hotel heeft in Lovina en of we daar heen willen. Geen probleem, want we hebben inmiddels heel veel honger. We volgen hem naar zijn onderkomen en we zitten gelijk aan het strand te lunchen. De Gado Gado is best aardig en we verlaten direct na het eten Lovina weer. 

We zijn onderweg naar de GitGit watervallen, maar moeten een berg op. Tijdens de klim van deze berg komt een onvervalst tropisch buitje over ons heen en aangezien het een eindje lopen is vanaf de parkeerplaats naar GitGit, besluiten we de waterval maar even over te slaan; ander keertje. We rijden door naar ‘Pura Ulun Danu’ en komen hier een uurtje later ongeveer aan. Deze kleine tempel is prachtig gelegen in het vulkaanmeer en is met 11 treden indrukwekkend mooi. We kunnen er niet in, maar dat maakt het des te magischer. We lopen wat rond en gaan onderweg terug naar Ubud. We komen langs mooie rijstvelden waar we wat foto’s van maken, maar de weg terug naar Ubud vinden is nog niet makkelijk. Bewegwijzering is niet het beste punt van de Indonesiërs en de wegen zijn sowieso allemaal niet zo simpel rechtdoor.

Als we na meerdere keren verkeerd gereden te hebben dan eindelijk aankomen giet het pijpenstelen en heeft de autorit net iets te lang geduurd. We internetten snel even op zoek naar een vlucht voor over een paar dagen, maar dit lukt niet en gaan maar lekker eten. We eten bij een tentje om de hoek direct naast een gigantisch rijstveld. De rest van de avond doen we niet veel meer en laten we de indrukken door onze hoofden zwermen.

Moeders mooiste
IN | Ubud | 31 januari 2009
De wekker gaat om iets voor 08:00 en we blijven ons verbazen hoe goed wij kunnen slapen, heerlijk!. We eten ontbijt en ruilen de auto om voor eenzelfde type. We zijn weer onderweg en waar we gisteren vooral het noorden van Bali hebben gezien, gaan we vandaag naar het oosten. We rijden naar Klungkung en komen als eerste uit bij ‘Bale Kambang’ – het drijvende paviljoen. Het paviljoen zelf is mooi gelegen in het water en heeft plafond- en muurbeschilderingen. Eromheen is nog een klein museumpje en nog een andere tempel waarbij ook het leven van een gemiddelde Indonesiër afgebeeld staat in tekeningen.

Doorrijdend komen we door een rustig stuk Bali en zien we vooral hoe mooi Bali wel niet is. Bali is zeker niet het Kuta gedeelte van het zuiden, maar vooral het groen van de rijstvelden, bananenbomen en de vele, vele tropische boom- en struiksoorten. De weg naar Pura Besakih – de moedertempel van Bali – is erg mooi en als we eindelijk aankomen is het alweer tijd om te lunchen. We kiezen voor de Nasi Goreng en zijn daarna sterk genoeg om de beklimming te maken naar de tempel. Als we daar aankomen krijgen we veel te horen wat we allemaal niet mogen doen en helaas hebben we hier een klassiek voorbeeld van commercialisering van de cultuur. Toen Frans hier een paar jaar geleden was mocht je zeker niet in de hoofdtempel komen, maar nu mag je er wel in als je een ‘donatie geeft aan de tempelbewaker’. Dit komt dus neer op het feit dat er wat donderstenen rondlopen die nauwelijks Engels spreken en geld willen vangen voor af en toe zeggen dat het wel of niet mag. Hier werken we niet aan mee, maar helaas de meeste andere toeristen wel.. We lopen goed rond door het enorme complex en zien vele tempels aan elkaar geschakeld die allen een groots geheel vormen. Ook hebben we een mooi uitzicht op het zuiden en oosten van Bali aangezien we op een berg zitten en ver kunnen uitkijken.

Het Balinees Hindoeïsme combineert elementen uit het animisme, hindoeïsme, boeddhisme, shaktisme en tantrisme. Wellicht was de gedachtegang dat er zoveel mogelijk –isme’s moesten worden geïntegreerd om er zeker van te zijn dat iedere Niet-Balinees er niets van begreep en om westerse Antropologen eens lekker flink om de tuin te leiden. Gelukkig hoef je niet alles te begrijpen om ervan te kunnen genieten.

We rijden door een nog minder bevolkt stuk van Bali langs slingerweggetjes richting een laatste paleis. Hier zien we de mooiste rijstvelden en ook nog een landbouwer met een echte waterbuffel die het land omploegt voor de rijstbouw. Vele kilometers verder komen we aan bij Tirta Gangga – het waterpaleis. Een klein paleisje – waarvan we eigenlijk alleen de tuin zien – met meerdere watercomplexen die leuk aangelegen zijn en waarop je kunt lopen als een soort ganzenbord. Iets verderop kun je ook baden in het water, maar dat slaan we even over. Als we weg willen rijden komt de beveiliging naar ons toe die toch echt haar Rp 2.000 wil vangen voor de parkeerplaatskosten. Met een blik van ‘steek het maar in je reet’ betalen we graag en rijden we weg. We rijden een flink stuk terug richting Ubud en komen zowaar op een heuse snelweg met twee banen! Met ongekende luxe maken we een goede tijd en zijn we voor 17:00 alweer terug.  

We gaan gelijk eten bij dezelfde tent als gisteren en leveren definitief de auto in. Onze verhuurder heeft ook nog een vliegticket geregeld voor over twee dagen naar Yogyakarta om ons een 16-urige busrit te besparen dus we zijn blij. Eenmaal weer thuis gaan we eens lekker douchen en de website bijwerken.

En heen en weer en..
IN | Kuta | 01 februari 2009
We worden rustig aan wakker voor de wekker en vragen voor ons ontbijt. We ruimen op en rond 09:45 zijn we onderweg naar het busstation. We gaan weer terug naar Kuta een beetje tegen onze zin in. We moeten morgen naar het vliegveld en Kuta is nu eenmaal dichtbij het vliegveld. In Ubud is niets meer te doen en in Kuta hebben we tenminste alle faciliteiten.

Iets na 12:00 gaat Frans op zoek naar een goedkoop hotelletje in Kuta, terwijl Marijke met alle tassen bij het busstation wacht. Een betere tactiek denken wij en we hebben in ieder geval redelijk snel een ‘goedkoop’ hotelletje voor Rp 82.000. We gaan een rondje lopen door Kuta, maar we gaan eerst even langs de Starbucks voor een lekkere koffie. We lopen langs het strand, langs alle barretjes en door een rustige winkelstraatje naar een drukke winkelstraat. We bekijken de souvenirs, maar vinden niets wat we echt willen hebben en zijn na een tijdje weer terug bij ons hotel.

Bij ons hotel zit wel een zwembad inbegrepen van een aangrenzend hotel. We gaan even kijken en zien tot onze verbazing een mooi, groot zwembad compleet met – helaas onbemande – cafe-in-zwembad. Toch kunnen we lekker in het zwembad onze drankjes opdrinken en hebben we een mooie zon erbij om het feest compleet te maken. Het is niet zo gek heet en een heerlijke dag om wat uurtjes in een zwembad te zitten. Hierna douchen we snel en proberen we onze ‘Heroes’ aan de praat te krijgen wat helaas niet werkt. We halen nog een boek en wat drinken voor vanavond en gaan lekker relaxen op de kamer.

Joggen, ja!
IN | Yogyakarta | 02 februari 2009
Rustig aan worden we wakker als we tot de ontdekking komen dat we beide geterroriseerd zijn door in ieder geval één mug; we zitten onder de muggenbulten. We nemen ons ontbijt bij het hotel aan de overkant en ruimen op om naar het vliegveld te gaan. Veels te vroeg komen we daar aan en kunnen nog niet eens inchecken. ‘Nog vijfendertig minuten’ wordt ons verteld dus het is grappig om te zien dat krap vijf minuten later de balie opengaat. We checken in en gaan door de security checks heen. Compleet nutteloos lijkt ons, want men kijkt niet eens naar alle schermen, maar ze hebben kun plicht weer gedaan.

We internetten even gratis en lezen wat uurtjes weg voordat we om 12:10 opstijgen met de trots van Indonesië; Garude Airways. Nog geen uur later dalen we alweer om op Yogyakarta aan te komen en aangezien er een uur tijdsverschil is komen we om dezelfde tijd aan dat we vertrokken waren. Het blijkt wat warmer te zijn in ‘Jogja’, maar dat zijn we inmiddels wel gewend. We regelen een taxi en zijn na acht drukke kilometers in het centrum van Jogja. We checken onze eerste keus uit, maar die wil blijkbaar flink profiteren van zijn Lonely Planet aanbeveling en heeft de prijzen flink opgeschroefd. Leuk voor hem, wij lopen door. We vragen de prijs op bij nog een paar hotels en vinden uiteindelijk – na wat afdingen – voor Rp 100.000 een kamer met eigen badkamer, warme douche en een fan vlakbij het centrum.

We willen eerst even snel een was draaien voordat we het centrum in willen, maar als we hiermee klaar zijn, zijn de dreigende wolken omgezet in met-bakken-uit-de-hemel regen en hebben we ineens niet zoveel zin meer om de stad te verkennen. We bedenken wat we verder in Indonesië willen doen en besluiten dat we helaas Kalimantan – Indonesisch Borneo – laten varen. Het eiland is moeilijk bereisbaar en de afstanden tussen de interessante dingen zijn enorm. We willen naar Sulawesi vliegen over een paar dagen nadat we erachter gekomen zijn dat de 24-urige bootreis naar Sulawesi met een beetje een acceptabel onderkomen net zo duur is als een drie-urige vlucht. Een makkelijke keus dus.

Frans gaat even op onderzoek uit als de regen bijna gestopt is en haalt wat boodschappen waarna we gaan eten in het grote winkelcentrum Malioboro. Ook boeken we een toertje naar de Borobudur en de Prambanan. We kunnen beide ook wel zelf doen, maar we willen graag bij de zonsopgang zijn bij de Borobudur en de Prambanan ligt daarbij ook een beetje uit de richting. Dit betekent wel dat we morgen om 04:30 ons bed uit moeten. We gaan nog wat drinken bij Bintang tijdens Happy Hour, maar daarna roept ons matras ons.

Boeddhisme vs Hindoeisme
IN | Yogyakarta | 03 februari 2009
Oef, 04:30, daar zullen we wel nooit gewend aan raken. We sluipen naar beneden en wachten een kwartiertje voordat we opgehaald worden door onze gids van vandaag. We zijn maar met z’n zessen en da’s lekker rustig. We moeten zo’n 45 minuten rijden voordat we bij de Borobudur zijn en onderweg er naar toe valt op hoeveel mensen er op dit tijdstip al wakker zijn. Buiten de stad zien we voor het eerst echte armoede. Helaas hebben de Indonesiërs allemaal niet zo heel veel te besteden, maar buiten de stad kom je de zwervers, opruimers en kanslozen tegen.

Als we aankomen blijken de eerste aanhoudende verkopers ook al wakker te zijn, maar het zijn er nog niet zo gek veel. We lopen naar de ingang waarna het heel rustig is. De hekken gaan om 06:00 open en toevalligerwijs kunnen wij in een keer doorlopen. In principe zijn we de eerste die naar binnen gaan, maar als we de Borobudur in de verte zien liggen, zien we er ook al een paar Japannertjes op lopen; hoe kan dat nou?

Als we boven staan komen de eerste zonnestralen al door de wolken, maar de mist die in de vallei hangt is adembenemend mooi. Overal waar we kijken zien we groen met tussendoor een hoop mist. Er zijn een aantal vulkanen en bergen in de omgeving en twee rivieren die het land zijn vruchtbaarheid geeft. Wij lopen meerdere rondjes voordat de terroristen omhoog zijn gekomen. Wat voor terroristen: Studenten die examen doen voor hun Engelse les! We worden belaagd door groepjes van drie tot vier personen die allemaal dezelfde vragen hebben en uiteraard hun Engels moeten oefenen. We vinden de eerste twee groepjes wel leuk, maar vanaf de derde geven we aan geen zin meer te hebben in diepzinnige gesprekken. Naarmate de zon meer doorkomt, wordt het er alleen maar mooier op en na een uurtje dalen we zachtjes naar beneden. De onderste verdiepingen van de Borobudur zijn allemaal voorzien van gebeurtenissen van Boeddha uitgehakt in steen. We lopen meerdere rondjes om hiervan te genieten en gaan op een afstand staan om de hele Borobudur op de gevoelige plaat te krijgen. Men weet nog steeds niet wat dit grootste monument van Boeddha ter wereld voor functie heeft gehad, maar wij zijn er blij mee dat het er is. Hierna gaan we ontbijten en zijn we onderweg naar de volgende stop.

We stoppen bij Mendut Tempel. Een vrij groot gebouw met een grote Boeddha erin. We worden hier belaagd door verkopers – en kopen daarom niets – en de tempel op zichzelf staand is ook niet echt bijzonder verder. Nadat Frans even Tarzan gespeeld heeft in de naastgelegen boom, nemen we nog een kijkje bij het klooster wat zoals gebruikelijk een oase van rust uitstraalt. Als puur toeristisch stopje kijken we ook nog even hoe zilverwerk geproduceerd wordt en worden we uiteraard door de aangrenzende winkel geleid, maar we kopen allemaal niets en zijn onderweg naar de Prambanan.

Ruim 1,5 uur later zien we de torens al boven de bomen uitsteken en zijn we er. We lopen direct naar de grootste tempels, maar zien dat de helft van dat complex nog steeds dicht is. In 2006 is er een aardbeving geweest en hoewel dat een kleine drie jaar geleden is, schiet het blijkbaar niet erg op met de restauraties. Er liggen zelfs nog hele brokstukken in het midden van het grootste complex waarbij het eruit ziet alsof ze gisteren er vanaf zijn gevallen. We kunnen nog in de Shivatempel – en doen dit graag als het begint te gieten – en we kunnen er in ieder geval goed omheen lopen. De hoge torens van het grootste Hindoeïstische complex van Indonesië zijn desalniettemin prachtig en we vermaken ons een half uur. We lopen door naar een ander tempelcomplex, maar die ziet er zo afgebrokkeld uit, dat het niet zo mooi meer is. We kopen bij de uitgang nog twee stoepa’s voor thuis en zijn onderweg naar het hotel.

We gaan gelijk lunchen als we terugzijn en genieten wederom van een nasi goreng. Hierna is het tijd om even uit te rusten. Wat later in de middag gaan we op zoek naar het postkantoor en die vinden we nadat we een groot gedeelte van de stad zijn doorgelopen. Blijkbaar is er een postkantoor van alle zaken die je maar kan bedenken behalve zeepostpakketten en een andere specifiek voor deze postpakketten. We vragen de prijs op en dat klinkt goed. We pakken een ‘becak’ (fietstaxi) en we worden naar een fototoestelmaker gebracht. Een becak is erg leuk vervoer, want naast het feit dat het meestal goedkoop is, ga je rustig genoeg om alles te kunnen zien en sneller dan wandelen. Als we bij de service center zijn, blijken ze niets voor ons te kunnen doen. Heel irritant, want onze beste camera heeft ineens geen zin meer om in- en uit te zoomen. We besluiten de komende weken maar met onze backup-camera foto’s te nemen en ons geluk te beproeven in Kuala Lumpur voor een reparatie.

We lopen terug naar het hotel en ploffen moe neer. We gaan uit eten bij een wat duurdere tent waar ze Europees eten hebben. We bestellen allebei een Cordon Bleu en krijgen allebei rauwe kip te eten. We sturen het terug naar de chef en krijgen iets later nog steeds rauwe kip terug. Teleurgesteld gaan we zo snel mogelijk weg en haalt Frans nog snel even wat boodschappen voordat we op de kamer verder relaxen. De avond duurt niet lang meer daarna.

Pakketje breien
IN | Yogyakarta | 04 februari 2009
De ochtend gaat in een tergend traag tempo voorbij terwijl we ontbijten met een lekkere bananenpannenkoek en rustig aan alle opties voor vandaag bekijken. Tevens vragen we een doos bij de receptie voor het postpakket. We zijn gisteren langs het postkantoor geweest en vinden de prijs gunstig (nog geen 20 euro voor 10 kilo) dus we maken een mooi pakketje om naar huis te sturen. Als we erachter komen dat het Kraton maar tot 14:00 open is, moeten we ineens opschieten en pakken we een becak naar het postkantoor. We laten het pakketje mooi inpakken – is een vereiste van het postkantoor, maar voor ons ook wel handig, want het doosje is niet zo sterk – en wordt zelfs dichtgenaaid. Verder weinig problemen met het opsturen nadat je even noteert wat er zoal inzit.

We lopen door naar het Kraton en het is inmiddels alweer gaan gieten. We vinden niet echt een mooie plek in het kraton en hebben inmiddels behoorlijk honger gekregen. Het kraton is een stad binnen een stad en een afgesloten gedeelte wat eigenlijk allemaal behoord aan de Sultan van Yogyakarta. Hoewel sultans eigenlijk zijn opgeheven vormt die van Yogyakarta een uitzondering en heeft deze nog best veel macht. We zien niet zoveel moois en hebben eigenlijk erge honger inmiddels. We lopen door naar het Viavia cafe waar we lekker gaan lunchen. Het is lekker en gelukkig weer eens wat anders met veel Europese gerechten al zijn het wel redelijk kleine porties.

Als we klaar zijn gaan we even internetten op zoek naar een goede route door Indonesië, maar het is niet zo makkelijk allemaal… We nemen de becak terug en lopen bij een tourbureautje naar binnen die ons hopelijk verder kan helpen. We krijgen niet meer opties dan dat we eigenlijk al wisten van internet en vinden vooral de route naar de eilandjes rechts van Bali ingewikkeld. Er gaat maar één maatschappij die vaak zijn vluchten annuleert en waarvan de website niet werkt als je wilt boeken. Boten zijn een stuk langduriger en twee dagen lang op open zee zitten spreekt ons niet zo aan; bovendien zijn de boten ook vrij prijzig. Tourbureaus gaan ook niet langs de eilanden omdat het seizoen te slecht is (teveel regen en teveel wind). We boeken een vlucht naar Makassar (Sulawesi) voor overmorgen en een toer naar het Dieng Plateau voor morgen en stellen de beslissing en route voor de kleine oostelijke eilanden nog even uit.

We eten nog een lekkere Goreng bij onze tent om de hoek en blijven lekker lang hangen met een biertje. De rest van de avond doen we niet meer zoveel.

Tijd om te beslissen
IN | Yogyakarta | 05 februari 2009
We zijn iets voor de vroege wekker wakker en zitten om 06:30 al klaar voor het ontbijt. Het duurt even, maar dan krijgen we toast met hagelslag (!!!!) en worden we om iets over 07:00 opgehaald door onze chauffeur/gids voor de dag. Hij brengt het goede nieuws dat we de enige zijn en dus hebben we een privé chauffeur met auto de hele dag!

We scheuren hard weg uit Yogyakarta en komen weer langs de Borobudur, maar stoppen vandaag niet. Toch is het wel weer leuk om de toppen van de bovenste stoepa's boven de bomen uit te zien steken. We rijden door een erg mooi stuk Java met heel veel rijstvelden, maar ook nog vele andere gewassen worden hier geteeld. Dit gebied staat sowieso al bekend om zijn vruchtbaarheid en goed is te zien dat elke vierkante centimeter goed gebruikt wordt voor het verbouwen van eten. Na drie uur slingeren komen we aan op ruim twee kilometer hoogte en zitten we bijna in de wolken. Het Dieng Plateau is een plateau met meerdere bezienswaardigheden en we gaan er drie bezoeken. We stoppen als eerste bij het Arjuna Hindu-complex wat gedateerd is op 680 na Christus en daarmee de oudste tempels op Java zou zijn. Hoewel historisch belangrijk zijn ze best klein om te zien en niet heel indrukwekkend. Leuker was het idee dat er ooit ruim 400 gestaan zouden moeten hebben, maar door aardbevingen en overstromingen zijn er dus heel wat verwoest; wij zien er maar zes.

We lopen even rond en rijden door naar het ‘Kaway Sikidang’ wat een vulkanische krater is. Als we uitstappen komen gelijk herinneringen naar boven van Rotorua (Nieuw-Zeeland), want het stinkt enorm naar rotte eieren; een hint dat er flinke vulkanische activiteiten in de buurt zijn. Eerst lopen we langs een klein pooltje, maar de grote krater is echt heftig. Het borrelt enorm de zwavelwalmen komen ons tegemoet. We lopen snel even rond en gaan verder naar het groene meer ‘Telaga Warna’. Het meer is dus groenkleurig, maar is helaas beter te zien met een mooie zon erop. Wij hebben echter een mooi pak wolken recht boven ons en we zien af en toe een groene waas in het water. Tijd om terug te gaan dus. We rijden het mooie stuk weer terug naar Yogyakarta en vallen af en toe in slaap door de dufheid van het lange rijden. Iets na 14:00 zijn we weer terug en gaan we gelijk even lunchen in het winkelcentrum.

Hierna rusten we even uit en gaan we weer internetten om definitief te bepalen wat we gaan doen in Indonesië. We kiezen ervoor om Indonesië veel sneller te verlaten dan gepland. We wisten al dat Indonesië het enige land zou zijn waar we niet in het goede seizoen zouden zitten en dat brengt extra uitdagingen met zich mee. Boten gaan niet of minder regulier en er wordt meer gecancelled. We merken dat vliegen niet altijd een optie is en dat lang niet alle eilanden een enigszins goede infrastructuur hebben. We willen graag naar Sulawesi dus gaan daar morgen zeker heen, maar laten voor nu de eilanden naast Bali links liggen. We gaan na Sulawesi dus naar Kuala Lumpur en stoppen met Indonesië. Geen ramp, want lekker relaxen op het strand en rustig snorkelen is gewoon geen optie in het moessonregen seizoen. Dan komen we liever later een keer terug!

Frans gaat even zijn baard en snor eraf laten halen bij de lokale kapper aangezien zijn scheerapparaat het elektriciteitsnet niet aankan in Indonesië en hierna gaan we lekker lang uit eten. De avond valt en we douchen en ruimen lekker op.

Wie kijkt nu naar wie
IN | Yogyakarta/Makassar | 06 februari 2009
We zijn weer voor de wekker wakker en ruimen de laatste dingetjes op. Na het ontbijt lopen we naar de grote straat om een taxi aan te houden en die blijkt niets te begrijpen voordat we in de taxi zitten behalve airport en geld laten zien, maar eenmaal in de taxi heeft hij z’n gedachten veranderd en zet hij de meter aan. Ook goed, als die maar rijdt. De airport blijkt alleen iets verder te zijn dan dat we dachten, maar we betalen nog steeds minder dan de heenweg.

Eenmaal op het vliegveld begint een hoop geregel. We hebben maar een uur voordat we moeten boarden en nadat we onze bagage ingechekt hebben, gaan we langs een aantal vliegmaatschappijen. We hebben gisteren dus besloten dat we eerder dan gepland weg willen uit Indonesië en vragen eerst bij Lion Air of ze op 16 februari van Makassar naar Denpasar vliegen wat mogelijk is. Hierna gaan we naar AirAsia of we onze vluchten kunnen verzetten. Dit kan helaas niet omdat we promovluchten hebben gekozen die goedkoop waren, maar niet verzetbaar. We bekijken veel mogelijkheden en het blijkt goedkoper te zijn om twee nieuwe vluchten te boeken allebei een dag later dan dat we willen. Geen probleem dus we boeken nieuwe vluchten naar Kuala Lumpur en Bangkok en een vlucht van Makassar naar Denpasar op de 17de.

We boarden een half uurtje te laat door wat vertraging en vliegen binnen een uur naar Jakarta. Hier aangekomen lopen we een rondje over het vliegveld en boarden we om naar Makassar te vliegen. We zijn de enige blanke mensen en dat trekt blijkbaar nogal wat aandacht. Na twee uurtjes vliegen boven het water, hebben we land in zicht en zien we veel groen en veel water rondom Makassar. We halen onze rugtassen op en zoeken een manier om naar de stad te komen. We zitten 24 kilometer buiten de stad dus vrezen veel geld kwijt te zijn. We zoeken naar de goedkope bemo’s (kleine minibusjes), maar die rijden hier niet. Als we vragen waar ze zijn, wordt ons verteld dat ze er helemaal niet zijn en dat we alleen met de taxi kunnen. Bij gebrek aan de nma hebben ze hier prijsafspraken gemaakt en vraagt iedereen Rp 87.000. Veel geld en er valt niet over te praten. We nemen de taxi en zien een kilometer verderop de bemo’s rijden…. Zucht. Helaas is Lonely Planet ook niet zo duidelijk en helaas zijn we dan overgedragen aan de geldwolven van Makassar.

We worden afgezet bij onze eerste keus hotel en dan komt het gezeur over Rp 3.000. We hadden afgesproken 87.000 te betalen en ineens is het 90.000. Moeilijk kijkend en zeurend gaat onze chauffeur toch maar geld wisselen en hebben we na tien minuten toch ons geld. Onze eerste keus hotel heeft zijn Lonely Planet vermelding goed gebruikt en binnen een jaar ruim 40% prijsverhoging doorgevoerd. Die nemen we dus niet. We lopen door en hebben in een parallelstraat een goede deal. Een beetje duurder, maar het is een geweldige kamer met alle faciliteiten.

Moe ploffen we neer en als we een beetje afgekoeld zijn, gaan we op zoek naar een restaurant. We lopen langs de boulevard waar het krioelt van de mensen en vinden daar een leuk restaurant met uitzicht op zee. Hoewel de zonsondergang een beetje wordt verknald door iets teveel wolken, is het nog steeds een mooi uitzicht. Leuk ook om te zien is hoe levendig de straat is en nog meer wordt als het donker is. We eten heerlijk - vooral de gebakken tijgergarnalen zijn fantastisch – en drinken nog wat na voordat we teruggaan. De hele tijd dat we liepen naar het restaurant hebben we al een becak (fietstaxi) naast ons rijden en we nemen de beste jongen om teruggereden te worden naar ons hotel. Alleen… waar zaten we ook alweer? We weten niet precies meer hoe ons hotel heet en in welke straat, maar wel een parallelstraat. Toch blijkt het niet makkelijk te zijn en met de hulp van een paar mensen vinden we onze straat uiteindelijk. Beetje dom! Tijd om lekker te slapen

Rotterdam, waar ligt dat dan
IN | Makassar | 07 februari 2009
We slapen lekker uit en staan rustig aan op. Het ontbijt is ons hotel is compleet gericht op Indonesiërs. Nu weten we waarom we gisteren zo hartelijk ontvangen zijn, ze krijgen hier nooit toeristen van buiten Indonesië! Het ontbijt bestaat uit Nasi Goreng en dat is toch iets teveel gorengs voor ons. We houden het bij – een soort van – donutjes en kroepoek, maar de koffie is lekker! Na het ontbijt gaan we nog even tv hangen, want we hebben voor het eerst sinds lange tijd kabel tv. Even lekker tv-hangen moet af en toe kunnen.

’s Middags gaan we op zoek naar een busticket. In eerste instantie denken we helemaal naar het busstation te moeten wat behoorlijk ver buiten de stad is, maar al snel zien we een tourbureau. We vragen het hier en hoewel we door vijf mensen geholpen worden, begrijpen ze het allemaal maar net en is het hele denkproces bij de mensen ook niet echt snel. We kopen een busticket voor morgen naar Rantepoa en kunnen deze een uur later ophalen. We lopen naar de centrale markt en zien de bemo’s allemaal rondrijden die we morgen moeten pakken. We lopen even rond op de markt en zien vele koopjes, maar hebben eigenlijk honger. Als we rondkijken op zoek naar een restaurant worden we aangesproken door een Indonesische die verrassend goed Engels spreekt. Al vanaf het moment dat we hier aankomen, merken we dat vrijwel niemand in Makassar Engels spreekt en aan toeristen gewend is. Als we over straat lopen krijgen we vaak ‘Hello mister!’ naar ons toegeschreeuwd en vele, lachende gezichten, maar verder dan dat komen de meeste mensen niet.

Maar nu hebben we er dus een die wel goed Engels spreekt en dat blijkt te komen doordat ze goed gestudeerd heeft en een gids is geweest. We raken aan de praat en ze brengt ons naar één van de vele kraampjes van Makassar waar we een lekkere verse nasi goreng eten met z’n drieën. Ze vertelt over haar en Indonesië en na de lunch nemen we afscheid. We lopen terug in de brandende middagzon en halen de tickets op. We lopen gelijk door naar Fort Rotterdam. Ook op Sulawesi heeft de VOC in haar gloriedagen de macht gehad en het in 1545 gebouwde fort werd in 1667 door de Nederlanders overgenomen. Het fort ziet er nog goed en sterk uit en vooral de huizen met de typisch Nederlandse ramen zijn extra leuk om te zien. Na een half uurtje hebben we het gezien en gaan we snel terug naar onze Airco-kamer. Het is bijzonder heet in Makassar dus we zijn blij te kunnen bijkomen in onze kamer.

’s Avonds eten we snel wat om de hoek en als we klaar zijn, blijkt ook de dag van het restaurant erop te zitten. We zappen nog wat rond op de kamer, want het centrum is iets te ver lopen, en gaan daarna slapen.

Wachten, wachten en nog meer wachten
IN | Makassar/Tana Toraja | 08 februari 2009
Met enige onzekerheid worden we wakker vandaag. We eten een beetje ontbijt en lopen naar de ‘Makassar Mall’ om een bemo te zoeken. We blijken bemo ‘D’ nodig te hebben en die vinden we in een parallelstraat. We stappen in en scheuren weg. De bemo’s zijn allemaal een beetje overwerkt en zien er soms uit als roestbakken. De bedoeling is de kleine busjes zoveel mogelijk gevuld worden en dan gassen maar. We rijden een klein uurtje naar de grote terminal van Makassar waar we veels te vroeg aankomen. We worden belaagd door allemaal mensen die allemaal gelukkig geen Engels spreken. Hoewel we best begrijpen wat ze willen (ticket verkopen) kunnen we het ons makkelijk maken en net doen alsof we helemaal niets begrijpen. We kijken rond, lezen wat en doen wat inkopen voor de lange busreis die ons te wachten staat.

Als om 13:00 onze bus zou moeten vertrekken is er nog geen bus te vinden. We vinden iemand die wel Engels spreekt en Marijke sleept hem mee naar onze busmaatschappij. Blijkbaar is er veel verkeer (is er altijd?!) en duurt het wat langer. Om 13:30 zijn we dan wel onderweg voor de acht uur durende rit naar het binnenland van Sulawesi. We schieten niet echt op, want hoewel er meestal asfalt ligt, is onze weg ook de weg die door alle dorpjes gaat en waar mensen regelmatig overal en nergens stoppen. Onze chauffeur toetert er op los alsof die elke tien seconden ‘Rot Op!’ wil zeggen, maar als we acht uur over 330 kilometer moeten doen, is het al goed te raden hoeveel succes hij heeft.

We stoppen iets te vaak naar onze zin en veelal staan we met alle passagiers buiten die ook niet weten waarom we nu weer stilstaan. Gelukkig kunnen we wel steeds een lekker koud drankje kopen, want we konden voor vandaag geen airco bus krijgen; we zweten ons kapot de hele dag. Als we er bijna zijn begint de grote afzetshow. Iedereen wordt hier en daar afgezet en dit duurt allemaal een beetje lang. Onze acht uur durende reis is inmiddels gepromoveerd tot tien uur en we zijn een beetje bang dat de hotels dicht beginnen te gaan. Men vraagt ook aan ons waar we afgezet willen worden en we kiezen de beste keus uit de Lonely Planet en gelukkig heeft die nog plek. We ploffen neer en zijn – na een waar dolle-hondenblafconcert – snel vertrokken.

Ff met de poppen spelen
IN | Tana Toraja | 09 februari 2009
We slapen heerlijk uit en worden wakker gemaakt door de natuurlijke wekker; de haan. We ontbijten bij een tent naast de deur wat inbegrepen is bij ons hotel en krijgen gelijk informatie van een gereedstaande gids. We kunnen vandaag gelijk kijken bij een begrafenisritueel; een must-see in Tana Toraja. Aangezien begrafenissen niet te voorspellen zijn, weten we niet hoeveel keus we hiervoor hebben en besluiten vandaag gelijk maar mee te gaan.

Rond 10:00 zijn we op weg en gaan eerst naar Ke’te Kesu. Dit plaatsje vlakbij Rantepao heeft als mooiste trekpleister de naast elkaar staande Tongkonanhuizen. Deze typische huizen zien eruit als omgekeerde boten en lopen op aan beide uiteinden van het dak. Heel typisch en alleen te vinden in Sulawesi en – iets afwijkend in Sumatra. De bedoeling van de daken is volgens de overlevering de herinnering te bewaren dat de voorvaderen van de Toraja met een boot zijn aangekomen vanuit andere gebieden. De praktische functie van de huizen is een opslagplaats voor de rijst. We zien daadwerkelijk nog een rijstopslagplaats die momenteel geleegd wordt; heel leuk om te zien dat het ook nog in gebruik is. Sommige tongkonan zijn ook huizen, maar als we later bij een huis naar binnen gaan zien we dat dit een vrij klein huis is en deze functie wordt tegenwoordig nauwelijks nog gebruikt. Men wil grotere huizen.

Alle huizen zijn versierd met een waterbuffel en zoveel mogelijk hoorns van de buffels. Een waterbuffel is een vrij dure bezitting en hoe meer hoorns, hoe rijker de familie blijkbaar is. Ook is al het hout voorzien van figuren en zijn er veel dieren terug te vinden op de huizen. We lopen verder achter de huizen richting de begraafplaatsen. De Toraja hebben een vreemde obsessie met de dood en dit wordt op vele manieren geuit. We zien twee tongkonan huizen speciaal bedoelt om de doden in op te slaan. De een is origineel hout terwijl de ander moderner is van beton. Iets verderop zien we een van de karstgebergten die het torajaland rijk is en hier wordt de eerste manier van graven ons duidelijk.

Als eerste begraafplaats hadden de Toraja lang geleden voor natuurlijke grotten in de bergen. Dit voorkomt ten eerste dat men geen kostbare land hoefde af te staan en ten tweede dat het moeilijk werd gemaakt voor plunderaars om zaken te stelen. We zien naar beneden gevallen graven, maar ook nog steeds hangende graven uitstekend uit de berg boven ons. Er liggen veel botten en schedels hier en daar van weggerotte graven en aan het einde van deze berg zien we een enorm groot gat waar meerdere families in begraven worden. De kisten zelf zijn mooi versierd in de vorm van een waterbuffel of een varken en ook hier weer alle typische Torajafiguren.

We lopen terug naar de hoofdstraat en lopen richting onze ceremonie van vandaag. We lopen door prachtige, groene landschappen in een rustige omgeving waar hier en daar gewerkt wordt op de rijstvelden. Als we aankomen na een half uurtje zien we een enorme menigte bij elkaar met een paar varkens tussen bamboestokken vastgeklemd. Eén varken ligt al in stukken – vlak voor ons – en is reeds geofferd ten behoeven van onze magen. We nemen plaats en geven ons cadeau – iedereen die op de begrafenis komt, moet een cadeau meenemen voor de familie die de gastheer speelt – aan de zoon van de overleden vrouw. We hebben gehoord en inmiddels ook wel gezien dat ongeveer 99% van de mannen rookt en 1% van de vrouwen. Wij helpen het longkankergehalte hier omhoog door een slof sigaretten te geven, maar onze gids verzekerde ons dat dit het beste cadeau is om te geven naast een varken of een waterbuffel welke vrij prijzig zijn. Misschien vinden ze de ceremonies zo leuk dat we ze met sigaretten alleen maar sneller naar de dood helpen.

We eten wat koekjes en krijgen rijst met het net geofferde varken, maar raken het maar niet aan. Het ziet er niet zo fris uit – de grootste stukken zijn stukken vel met puur vet.. – en wij vermoeden dat onze magen dit niet aankunnen; onze gids bevestigt dat. We zien diverse varkens komen en gaan en horen in de verte vaak het geschreeuw van de varkens die nutteloos strijden om te overleven. Na een half uurtje kijken gaan we een kijkje nemen hoe de varkens dan daadwerkelijk geslacht worden. De varkens worden uit hun spiesen gehaald en al snel op de grond gehaald door een paar mannen. Hij krijgt een steek in de zijkant van zijn lijf, waardoor hij eigenlijk leegbloed, maar de steek wordt op zo’n manier aangebracht dat het bloed in het varken blijft. Hierna wordt de maag en omstreken direct verwijderd, en zien we meters lange darmen eruit komen. Vervolgens wordt al het bloed verwijderd en opgeslagen in holle bamboe; dit wordt later gebruikt bij het koken wat lekkerder zou zijn. Als laatste wordt het hele varken op het spit gegooid, het vuurtje opgestokt en het haar te verwijderen.

Na de massale slachtpartij drinken wij wat van de lokale specialiteit; bamboewijn uit bamboe. Best lekker en gelukkig een niet al groot alcoholpercentage. Hierna hebben we het geheel wel gezien. De ceremonies duren twee tot vier dagen en ons valt op dat niemand eigenlijk aan het rouwen is. Tijdens de gehele ceremonie is de overledene er nog gewoon bij in de belangrijkste kamer van het huis en doet iedereen alsof die er nog gewoon bij is. Onze gids maakt duidelijk dat pas wanneer de kist in de berg of in een tongkonanhuis wordt geplaatst, men verdriet heeft.

We lopen terug naar de hoofdweg en gaan lunchen in Rantepao. Dit smaakt niet heel goed, maar het vult enigszins. Hierna pakken we een auto naar Lemo waar we een kwartiertje lopen naar de bekendste bergen van Toraja. We kijken tegen een berg aan waarbij een hele reeks poppen (Tau Tau) ons aan staat te kijken veelal met de armen wijd open. De poppen zijn een weergave van de overledenen die in de berg de laatste rustplaats hebben gevonden en zij moeten waken over hun familie die nog op aarde rondlopen. Het ziet er voor ons nogal kinderlijk uit, maar men is hier doodserieus en ververst regulier de kleren van de poppen. We mogen klimmen naar de poppen omdat er toevallig een bamboeladder staat nodig voor het uithakken van een nieuw graf en Frans klimt naar boven.  

Er wordt bijzonder hard gewerkt om een groot gat uit te hakken wat gewoon met een beitel gebeurd. Het kan wel een jaar duren, voordat een graf uitgehakt is. Ook is het grappig om de poppen van zo dichtbij te zien. Verder lopend zien we om de hoek nog een aantal graven waar ook al een nieuw graf uitgehakt wordt. We lopen terug door de rijstvelden en besluiten een natuurlijk zwembadje vandaag over te slaan. We gaan terug met de auto naar Rantepao en zijn na een half uurtje terug in het hotel.

’s Avonds gaan we lekker eten bij een restaurant een paar straten verder en internetten we even. Hierna doen we niet veel meer en zien we dat alles dicht aan het gaan is in de stad.

Zoek en gij zult niet vinden
IN | Tana Toraja | 10 februari 2009
We slapen weer lekker uit en gaan rustig aan ontbijten. Onze gids van gisteren is er weer, maar vandaag geen business voor hem. Wij gaan vandaag een tempootje lager dan gisteren en bedenken later wat we willen doen. We werken de administratie bij de rest van de ochtend en gaan ’s middags op zoek naar een Tongkonanhuis voor onszelf als souvenir. Dit blijkt een uitdaging, want we hebben natuurlijk wel wensen. Er zijn een paar winkels waar ze ze verkopen, maar op de een of andere manier is het allemaal net niet wat we willen. We stellen de keuze uit en gaan lunchen bij een tent wat verderop.

Na de Nasi Goreng lopen we terug en halen we wat te drinken. We gaan eens even op ons balkon zitten van onze namaak ‘tongkonan cottage’ en lezen wat. Na een middagdutje komen we weer in actie voor het diner. Na het diner checken we een specifieke zaak nogmaals om te kijken of we tot een deal kunnen komen, maar ze vragen nog iets teveel geld voor een huisje; no deal. Ook uploaden we de website nog, maar hierna relaxen we alleen nog even op de kamer.

Kat in de zak kopen
IN | Tana Toraja | 11 februari 2009
Lekker laat komen we eruit en onze rust wordt alleen verstoord als we aan het ontbijt zitten en gids nummer zoveel probeert zijn diensten te verkopen. We luisteren enigszins geduldig naar zijn verhaal en lopen weg als we klaar zijn met eten.

Vandaag willen we naar de grote markt ‘Pasar Bolu’. Deze markt wordt één keer in de week gehouden en is zo’n drie kilometer buiten de stad. We pakken een bemo die kant op en worden midden in de markt afgezet. Het is compleet afgeladen met mensen en kraampjes, maar we kunnen in eerste instantie de veemarkt niet vinden. We lopen door alle kleurige kraampjes heen en zien ook geregeld de beroemde Toraja-koffie staan. Verder wordt er vooral veel voedsel verkocht zoals pepers, vis, uien, rijst en tomaten.

Buiten het centrale markt gedeelte zien we de eerste beesten. Vis wordt ook hier verkocht maar dan tentoongesteld achterop de scooter. Kippen zitten in veels te kleine hokken zodat ze niet eens adem hebben om te schreeuwen. In het westen vinden we de hoofdacts. De waterbuffels en varkens zijn de belangrijkste dieren van de Toraja aangezien ze zowel voor het dagelijks eten zorgen als belangrijk zijn tijdens de uitgebreide rituelen. We zien honderden buffels op display staan wachtend op een koper en aan de achterkant schreeuwen de varkens ons al tegemoet. De kleine varkentjes worden in grote zakken gestopt – zodat ze niet wegrennen – en zo verkocht, terwijl de grote worden vastgebonden tussen bamboestronken zoals we dat ook gezien hebben tijdens een begrafenisceremonie. Als een buffel verkocht is, wordt deze in een truck geladen, maar als een varken verkocht is wordt deze in een kruiwagen of achterop de scooter (!) getild en weggereden. We weten zeker dat de Partij voor de Dieren hier een hartverzakking aan over zouden houden, maar zo gaat dat nu eenmaal hier.

Op de weg terug zien we nog twee complete varkensvellen op de grond liggen als een soort versiering;  we zijn benieuwd wie dit als versiering in huis zou willen hebben. We pakken een bemo terug naar Rantepao en lopen even naar de Moskee. Aangezien iedereen in Indonesië verplicht aanhanger van een religie is, zijn de meeste mensen in Toraja Christelijk. Toch rukt ook hier de islam op al hebben de moslims de grootste moeite met het strikt naleven van hun principes. Iedereen in Toraja moet meedoen aan de begrafenisceremonies en daar horen varkens nu eenmaal bij – een probleem voor de moslims. Deze moskee heeft echter de normale uitstraling van een moskee, maar dan met de typische tongkonan uitsteeksels erbij, erg leuk om te zien.

De rest van de middag blijven we lekker thuis in een mooi zonnetje genieten van het weer en de rust. Zoals zo vaak zitten er een handjevol mannen te schaken vlak voor ons. Dit zijn vooral gidsen en medewerkers van het hotel/restaurant allen wachtend op meer klandizie. Het is haast ongelooflijk om te zien dat men dag in, dag uit het grootste gedeelte van de dag weg schaakt. Wij lezen een paar bladzijden en relaxen totdat het tijd is om te gaan dineren. Dit doen we bij een tent die het verste weg is, maar veelal wat meer keus heeft dan de rest. We eten best goed en lopen in het donker terug om nog even buiten wat te drinken in de zwoele avond.

De rust verstoren
IN | Tana Toraja | 12 februari 2009
Ook vandaag weer lekker uitslapen. We lezen een paar hoofdstukken en gaan even lekker ontbijten. Onze gehuurde motorbike (ziet eruit als een scooter, maar is met vier versnellingen toch echt een motor) staat al klaar en we kunnen gelijk weg. Dit doen we dan ook aangezien het steeds heter wordt op de dag en ’s middags altijd een kans is op een bui.

We gaan als eerste richting het noorden. We rijden door een mooi landschap en zien als eerste het dorpje Marante als interessante tussenstop. Er zijn meerdere ceremoniële tongkonanhuizen en bezoeken er één. De kleuren zijn erg fel en het lijkt erop alsof deze recentelijk nog gebruikt is voor een ceremonie. We lopen een rondje en rijden verder naar Nanggala. De weg er naar toe is adembenemend mooi. De uitgestrekte rijstvelden worden afgewisseld door een paar kleine huisjes inclusief de tongkonan en op de achtergrond staan een reeks groene heuvels. We rijden op een klein weggetje naar een hele rij tongkonan waarbij het opvalt dat er een paar omgevallen zijn. Niemand spreekt Engels dus we weten niet waarom, maar we vermoeden een natuurramp (later blijkt een storm). Toch staan er nog zat overeind en zijn er zelfs een paar die omgebouwd zijn tot compleet huis en kantoor. Ook horen we hier de hoge tonen van krijsende vleerhonden. We zien de enorme vleerhonden zelfs vliegen in de volle zon, maar zien er vooral tientallen hangen in de bomen.

We maken een filmpje van dit alles en zijn onderweg terug naar Rantepao. Daar aangekomen nemen we een plaspauze en gaan we lunchen. Hierna zijn we onderweg naar het zuiden waar we nog wat plekken willen zien. We komen eerst langs Ke’te Kesu waar we een paar dagen geleden ook zijn geweest met onze gids. Nu komen we niet voor de huizen, maar voor de souvenirs. We hebben heel Rantepao bezocht op zoek naar een mooi huis als souvenir, maar ze waren of te duur of er was iets mis mee. Bij de tweede winkel hier echter vinden we precies wat we willen. De verkoopster begint gelijk met het bedrag waarvoor we hem al willen kopen. We praten er nog wat geld af en kopen voor 140.000 een Tongkonan huis van 50x50 cm. Groot en onhandig, maar helaas vinden we hem allebei erg mooi. We kunnen dit gevaarte niet meenemen de hele dag dus rijden we terug naar onze hotelkamer om deze af te zetten voordat we verder richting het zuiden gaan.

We rijden richting Kambira wat ook weer door vele rijstvelden is en mooie landschappen. We stoppen even om wat te drinken en worden vriendelijk geholpen door een meneer die ons vertelt waar we zijn. We rijden langs Kambira, want er staat niets aangegeven waar we heen zouden moeten. We rijden een rondje en gaan nu richting het noorden. We tanken bij een stalletje om de hoek – iedereen is hier een tankstation met flessen benzine – en stoppen even later in Londa. Londa is een berg met veel doodskisten in de berg en hangend aan de berg. Ook is er een balkon van tau tau poppen waarbij het opvalt dat sommige onlangs nog voorzien zijn van nieuwe kleren. We nemen een kijkje in de grot, maar het is een zooitje van doodskisten wat ook niet echt veel respect uitstraalt.  

We zijn klaar voor vandaag, want de lucht wordt donker en vlak voordat we in Rantepao zijn, begint het te spetteren. We parkeren de brommer en bekijken de foto’s en de filmpjes. We drinken even wat voordat we gaan eten. ’s Avonds doen we lekker rustig aan.

Ongelukkig
IN | Tana Toraja | 13 februari 2009
Heerlijk dat uitslapen. Voordat we willen relaxen, willen we ons tongkonan huis goed inpakken. Zoals gezegd is het een onhandig ding en pas bij de derde doos die voor ons gehaald wordt, hebben we er een beetje hoop op dat dit gaat passen en lukken.

We hebben gisteren bij ons internetcafé gevraagd of we het piepschuim mochten hebben dat in de tuin ligt en de mensen waren zelfs blij dat ze ervan af waren. De afvalverwerking is hier niet zo geregeld als in Nederland. Ook hebben we tape gehaald en na een uurtje hebben we een groot, mooi pakketje gemaakt met aan alle kanten ‘breekbaar’ erop zowel in het Engels als in het Indonesisch. Frans loopt naar het postkantoor, maar die is (alleen op vrijdag..) ’s middags gesloten. Later realiseren we ons dat het vrijdag de dertiende is; hmmmm.

Zodra we doorhebben dat het dus vrijdag de dertiende is, ondernemen we niets meer de rest van de dag in de wetenschap dat er dan ook niets fout kan gaan! We lezen, lunchen, ruimen op, bekijken de rest van de reisroute en internetten. ’s Avonds gaan we weer lekker eten en herhalen we het recept van vanmiddag.

Wil jij mijn valentijntje zijn?
IN | Tana Toraja | 14 februari 2009
Als we wakker worden zien we onze valentijntjes al naast ons liggen. Geen kaartjes, geen prullaria, alleen maar onze eigen wederhelften en dat is vandaag extra speciaal. We worden vroeg wakker, want hebben veel last van de moskee gehad. Deze begint rond 05:00 al te zaniken en het leek vandaag harder te zijn dan normaal. Na de ‘oproep voor het gebed’ beginnen de hanen en de varkens te zeuren om aandacht en is het gedaan met onze rust.

Om iets over 08:00 staan we al op het postkantoor. We hebben gisteren vakkundig ons tongkonan huis ingepakt en willen dat heel graag versturen. Het enorme gevaarte is niet mee te nemen en na wat onderhandelen, lijkt het ons het beste om, voor deze keer, de dure exprespost te nemen. Het is een stukje duurder, maar hij blijft in ieder geval heel en is er al over twee weken. We lopen terug en eten ons ontbijt, waarna we gelijk weggaan met onze gids Youssouf. We nemen de bemo naar de bolu markt en stappen over op drie motorbikes. We scheuren een berg op en worden afgezet bij een van de vele rijstvelden waar hard op gewerkt wordt.

We lopen het eerste stuk omhoog over een smal bergweggetje langs heel veel kleine dorpjes. Erg leuk om te zien dat de tongkonanhuizen echt een onderdeel zijn van het dagelijks leven (en dood). We zien zelfs een tongkonanhuis waar vier overledenen tentoongesteld staan voor het huis. De poppen zijn levensecht en – zoals het ook de bedoeling is – lijkt het erop alsof ze nog gewoon deelnemen in de wereld. We zien op veel plekken het rijst gedroogd worden en spotten veel koffiebonen. De Torajakoffie schijnt erg lekker te zijn.

Niet veel later komen we in een open gebied waar het landschap compleet gedomineerd wordt door rijstvelden. Door het bamboebos komen we bij een nog veel groter gebied en zien we extensieve terrassen vol met water. Momenteel is het seizoen goed voor de eerste rijstplantages dus lang niet alles is even groen. Er wordt op veel plekken gebaggerd om de grond goed te krijgen. Soms gaat dit met de buffel, soms met de Japanse variant (motor) maar ook soms met de hand wat eruit ziet als verschrikkelijk hard en vies werk. We lopen dwars door de rijstvelden heen wat nogal een uitdaging is, maar gigantisch leuk is met uiteraard mooie uitzichten. In het midden van de vele terrassen genieten we van onze lunch totdat de zon weer doorbreekt en we compleet wegbakken.

We moeten een stuk klimmen en dat valt niet mee met deze zon. Compleet gebroken komen we boven aan, maar worden we beloond met een fabuleus uitzicht en een koude cola. We blijven een half uur hangen (lees: afkoelen) en gaan weer door. Vanaf de weg komen we weer in de bossen en door de dorpjes, maar er zijn wat minder mensen in deze omgeving. Onderweg zien we nog veel graven in uitgehakte rotsen en delen we snoepjes uit aan kinderen. Na ruim zes uur komen we aan bij een kruising waar we even op een bemo wachten die ons terugbrengt naar ons hotel. Na een lekker koud biertje ploffen we neer in onze kamer en geven onze benen de rust die ze verdienen.

We kruipen nog ons hotel uit om lekker te gaan dineren, maar de rest van de avond valt stil met uitrusten.

Schreeuwlelijk
IN | Tana Toraja | 15 februari 2009
We horen de varkens extreem hard schreeuwen vanochtend. Misschien worden ze klaargemaakt om te worden verkocht, opgegeten of getransporteerd. We weten het niet, maar we zijn wel wakker. We gaan laat ontbijten en maken wat plannen voor vandaag. Frans’ scheerapparaat doet het nog steeds niet en gaat op zoek naar iemand die kan scheren voor hem. Dit is helaas niet mogelijk dus dan maar boodschappen doen voor de lunch.  

Na de lunch plannen we nog wat vooruit wat inmiddels toch wel echt nodig is. We hebben het rondje in Azië inmiddels goed in gedachten zitten en weten waar we wat kunnen doen. Ook lezen we nog een paar uurtjes en gaan we uiteindelijk lekker dineren. Na het diner gaan we even snel internetten en relaxen we op de kamer.

Hollen en stilstaan

IN | Tana Toraja/Makassar | 16 februari 2009
De wekker gaat weer eens af. Da’s nieuw en valt niet zo goed bij ons. We ontbijten even snel en ruimen de laatste dingen op voordat we netjes klaar gaan zitten, wachtend op de bus. Deze is iets te laat en rijdt in eerste instantie voorbij; heeft die ons nu gezien?! Gelukkig komt die terug en mogen we plaatsnemen in onze aircobus richting het zuiden.

We stoppen erg veel om hier en daar wat mensen op te halen en eenmaal onderweg stoppen we eigenlijk ook nog vrij veel. We rijden het eerste stuk door de bergen en dat is het stuk wat we op de heenweg niet gezien hebben omdat het al donker was. Zo nu en dan hebben we schitterende uitzichten over de groene heuvels van Toraja-land. We vinden het jammer om dit land te verlaten, maar hebben ook wel zin om door te gaan.

De rit verloopt verder normaal. Zo nu en dan rijden we lekker door, maar ook rijden we vaak onrustig door alle mensen op de weg. Na ruim negen uur, inmiddels is het alweer donker, komen we aan in Makassar en zetten we weer wat mensen af. Wij rijden helemaal door naar het eindpunt en dit is blijkbaar de busremise van onze busmaatschappij. We weten eigenlijk niet zo goed waar we zijn in de stad, maar weigeren een taxi te nemen. De laatste keer dat we dat deden in Makassar zijn we flink afgezet. We pakken de bemo naar het centrum, Makassar mall, en hopen dat we het dan vanzelf wel weer weten. Onze bemo-chauffeur weet niet zo goed wat die met ons aan moet en aangezien hij geen woord Engels spreekt komen zijn vragen ook niet aan bij ons.

We gaan er bij Makassar Mall maar uit en hebben een herkenning gezien; de Kentucky Fried Chicken! Aangezien we braaf de hele week zowel ’s middags als ’s avonds nasi goreng (of iets in die trant) hebben gegeten, dineren we nu bij de KFC. Niet echt heel lekker met die frituurlaag eromheen, maar toch is de verandering van eten welkom. We lopen naar het hotel waar we de vorige keer ook in zaten en die hebben nog wel een kamer. Het is niet de goedkoopste, maar ze hebben satelliet-tv en daar hebben we zin in. Als we thuiskomen ploffen we neer, douchen we en kijken we wat tv.

Vliegende beroemdheid
IN | Makassar | 17 februari 2009
Een hele vroege wekker voor de verandering. Om 06:15 lopen we al buiten op zoek naar een bemo. We hebben gisteren nog gevraagd hoe we het beste bij de luchthaven komen, 22 kilometer buiten de stad, maar iedereen blijft maar taxi roepen. Da’s leuk, maar de taxi kost Rp 90.000 en een bemo maar Rp 8.000. Men blijft ook roepen dat de bemo’s pas na 07:00 gaan rijden wat ons te weinig tijd geeft, maar wij zijn helaas erg eigenwijs.

Om 06:30 zijn we bij de Makassar Mall en zien we gelukkig wel bemo’s rijden. Het zijn er niet zoveel, maar je hebt er maar één nodig. We stappen in de goede bemo ‘D’ en zijn onderweg. Zo’n drie kwartier later vraagt onze niet-Engelssprekende chauffeur of die helemaal naar het vliegveld moet rijden voor ons (denken we..we begrijpen het niet zo goed) en dat willen we wel. Halverwege de lange toegangsweg naar de luchthaven willen we eruit zodat de taxi geen tol hoeft te betalen. Onze chauffeur denkt te kunnen profiteren en vraagt Rp 50.000. Wij danken hem vriendelijk voor het wegbrengen en doen de man een plezier met Rp 20.000. Mokkend gaat hij er vandoor, maar we weten dat hij er eigenlijk blij mee is, want we betalen hem 2x zoveel voor een klein stukje doorrijden.

We checken in en zijn goed op tijd voor vlucht één van vandaag. Vanuit Makassar vliegen we naar Denpasar, Bali, binnen een uur en zijn we weer op het feesteiland. Tijdens het taxiën zien we een wel heel bijzonder vliegtuig staan. Een privéjet met een gigantisch logo van Iron Maiden en ‘Eddy’ staat te zonnebaden buiten de luchthaven. Later lezen we dat Iron Maiden een optreden had in India de 15de en de 20ste een optreden heeft in Auckland, Nieuw-Zeeland. We denken dat de vijf heren languit op een strandstoel aan een drankje zitten bij het zwembad van hun peperdure resort. Wij vinden beide hun muziek erg leuk en vinden het dus ook leuk om het vliegtuig te zien!

We halen de bagage op en gaan van de nationale terminal naar de internationale. We checken in en betalen de (relatief) peperdure departure tax van Rp 150.000 pp met frisse tegenzin en lopen een rondje in de luchthaven. Het valt op hoe ongelooflijk Westers alles is, maar..eigenlijk wisten we dat al van Bali. We gaan in de lobby zitten om gratis te internetten en rond 14:00 zitten we alweer in het vliegtuig op weg naar Kuala Lumpur.

<lees verder bij Maleisië> 

Hoogtepunten

  • Tana Toraja; zowel de begrafenisceremonie als het fantastische landschap.
  • Zowel de Borbudur als de Prambanan: Enorme, schitterende complexen

Dieptepunten

  • Kuta is toch echt inmiddels identiek aan Benidorm
  • Vervoer…een uitdaging!

Hotel

Goedkope hotels beginnen wel bij Rp 60.000 (koud water), maar in de wat drukkere plaatsen is het al wat duurder. Wil je ook warm water en een airco ga je al snel richting de 120.000

Eten

Alle Gorengs die je kunt verzinnen; heerlijk! Vergeet ook niet de kipsate, gado gado en veel kroepoek. Altijd staat er wel een garnaalgerecht op de kaart.

Post

We hebben twee pakketjes verstuurd vanuit Indonesië.
* Vanuit Yogyakarta heeft het ons Rp 278.000 (€ 19,-) gekost – inclusief het netjes dichtbreien van ons pakketje – voor 8 kg. 
* In Rantepao hebben we een Tongkonanhuis opgestuurd. Aangezien dit een onhandig en fragiele pakket was, hebben we eenmaal gekozen voor de snelle service. Deze zou er binnen drie weken moeten zijn (maar duurde feitelijk acht weken)! Dit kostte ons Rp 520.000 (€ 35,50) voor 4 kg, maar was wel een enorm pakket!

Bank

Alle banken waren gratis voor Rabobank pashouders.

Tips

  • Indonesië is erg groot en bekijk heel goed welke eilanden je allemaal aan wilt doen. Zoek van tevoren het liefst de beste reisroute uit. Boten en vluchten zijn niet altijd dagelijks en in het regenseizoen nog minder betrouwbaar.
  • Bali wordt al langere tijd het verloren paradijs genoemd. In Kuta struikel je over de Starbucks, McDonald's en het Hard Rock Cafe, zie je meer Australiërs op het strand dan Balinezen en – misschien nog wel het ergste – hebben ze zelfs files!
  • Pelni is de maatschappij als het gaat om boten. Bedenk alleen wel dat boottochten naar Sulawesi en Kalimantan één à twee dagen kunnen duren en dat een eigen kamer duurder is dan goedkope vliegtickets! Wij hebben veel gebruik gemaakt van Lion Air, Wings Air, AirAsia, maar er zijn er nog meer. Check de laatste Lonely Planet voor de rest

 

Reis terug naar Australië

Naar foto-album

Reis verder naar Maleisië

 
© de Smit | www.wereldwijd.org | 2008-2009 | Alle rechten voorbehouden | Contact |