Djoser.nl -- Avontuurlijke reizen met net dat ene kleine beetje extra..Djoser.nl -- Avontuurlijke reizen met net dat ene kleine beetje extra..

 

(Noord-) India & Nepal RONDREIS

Inleiding:
Deze pagina moet de reisbeschrijving gaan worden van de Noord-India & Nepalreis van Djoser. De reis is er een van 34 dagen en loopt met een omtrekkende beweging van Delhi naar Kathmandu.

De reis is van 24 juli t/m 26 augustus 2006 en ik zal hieronder gaan trachten te beschrijven hoe wij de reis heb ervaren in dagboekvorm. De reis is voor een groot gedeelte al beschreven op de Djoser-site (link) hoewel over het algemeen de invulling ter plekke geheel aan de reiziger(s) zelf over wordt gelaten.

De reis wordt verzorgt door 'Lufthansa' (tijden zijn allen lokale tijden):
24 juli: 
Amsterdam  10:35  - Frankfurt  11:45
Frankfurt  13:35 -  Delhi  00:55

26 augustus:
Delhi  02:25  -  Frankfurt  06:55
Frankfurt  08:45  -  Amsterdam  09:55

Aanbevolen vaccinaties: Hepatitus A, Tyfus en DTP (Difterie, Tetanus & Polio). Daarnaast worden Malariatabletten sterk aangeraden.
www.lcr.nl voor meer informatie.

Geldzaken
- 100 Indiase rupee is bijna € 1,87 waard; voor een euro krijg je ongeveer 53 Indiase rupees.
- 100 Nepalese rupee is ongeveer € 1,24 waard; voor een euro krijg je circa 80 Nepalese rupees.

Weer
In Noord-India zijn de weersomstandigheden sterk afhankelijk van het seizoen. De zomer kan vrij warm zijn in heel India, met temperaturen tot boven de 35°C. In Nepal is het vrijwel altijd koeler dan in India, behalve in de Terai, het laagland.
De moesson valt in heel India en Nepal ongeveer van juli t/m eind augustus.  Reizen in de regentijd hoeft niet nadelig te zijn; een regenbui is meestal kort en hevig en frist de natuur op, het landschap ziet er in deze periode groener uit dan in de andere perioden. Wel valt er dan in Nepal meer regen en is het wolkendek vaak dicht.

Landeninformatie:
India
Met zo'n 1 miljard inwoners op 2.973.190 km² is India lekker druk. De bevolking is overwegend Hindu (80%), maar moslims en andere regligies zijn er ook genoeg. New Delhi is de chaotische hoofdstad en het land werd in 1947 onafhankelijk van Engeland.

Nepal:
Nepal heeft 'maar' rond de 28 miljoen inwoners. Ook hier is het percentage Hindu 80%, maar het percentage boeddhisten is een stuk hoger dan in India. Ook zijn er nog Moslims. De meest gangbare taal is Nepali,  maar er zijn nog genoeg andere inheemse talen. De hoofdstad is Kathmandu en Nepal was al in 1768 onafhankelijk.

Voorbereidingen:
Na omgeboekt te hebben van de 24-daagse reis, welke kwam te vervallen wegens onvoldoende deelname, naar de 34-daagse reis, was het verlangen naar de vakantie nog groter geworden. Boeken zijn al gekocht, nieuwe camera (Olympus SP500) staat klaar, overzichtskaarten zijn gevonden op internet en de route is uitgestippelt.

Reisverslag

Maandag 24 juli
Zowaar ging de volledige reis helemaal goed. Na een korte rit Amsterdam -> Frankfurt en een constatering dat Frankfurt airport lang niet zo gezellig is als Schiphol, vlogen we met Lufthansa door naar Delhi. In de nacht kwamen we aan, maar door het tijdsverschil ‘voelden’ wij ons nog avondmensen. Mari, onze reisbegeleidster en professioneel lachebek, dreef ons samen als makke schapen en we konden na een korte busrit inchecken in het ‘Good Times’ hotel.

Dinsdag 25 juli
De volgende dag lekker vroeg beginnen met het ontbijt en het onvermijdelijke welkomstpraatje. Na deze verplichtingen gingen we dan toch echt Delhi zien. Direct valt alweer op dat verkeersregels overbodig zijn, riksja’s heer en meester zijn van de straat en kinderarbeid een noodzakelijk kwaad is. Met ongeveer 14 miljoen mensen momenteel ademt de stad nieuwe en oude invloeden uit en kun je je makkelijk verliezen in zoveel chaos.

We reizen in de moesson en dat zullen we weten ook. We beginnen de dag met regen en gedurende de busrit naar het Mehrauli complex plenst het, wordt het droog en begint het weer te regenen. Het Mehrauli complex behelst meerdere, archeologische bouwwerken, maar het meeste is slechts met fantasie indrukwekkend te noemen. Veelal komt het neer op vervallen bouwwerken en een enkeling is het niet meer dan ‘meerdere stenen in een soort van logische volgorde.Het ‘Qutb Minar’ is echter een 12e-eeuwse toren van immense statigheid en steigt letterlijk en figuurlijk boven de rest van het park uit.

Na het betere schuilwerk in de nabij gelegen moskee voor de vele nattigheid reden we in de jeeps door naar het Baha’i House of Worship. In 1986 werd deze moderne lotusbloem vervaardigd, van een Iranese architect, en is nu het meest vooruitstrevende gebouw van Delhi. Hoewel het interieur wat tegenvalt, zijn de tuin en het uitzicht van het gebouw zijn enorm en groots.

Het Rajpath was dicht dus na de lunch zijn we doorgestoomd naar het oude Delhi. De tegenstrijdigheid valt voornamelijk op doordat het nieuwe Delhi wijd is opgezet, terwijl de smalle straatjes rond het Chandni Chowk (Bazaar) druk en opeengestapeld tonen.

Het Rode fort wordt van buiten bekeken en van binnen afgeraden daar we nog veel meer forten zullen gaan zien deze vakantie. We lopen door de bazaar naar India’s grootste moskee, de Jami Masjid. Het gebouw is van zandsteen en marmer en oogt erg indrukwekkend. De twee minaretten en het grote plein ervoor zorgen voor een nog beter uiterlijk en het overwegend Indiase volk geniet stilletjes. De mogelijkheid was hier om een van de minaretten op te klimmen en dit konden we niet voorbij laten gaan.

 Het uitzicht was fantastisch; met name omdat het immense Rode Fort in een oogopslag was te zien. Tevens kan de drukke, oude stad bekeken worden en krijg je pas echt een goede indruk hoe groots het allemaal is.

Nadat we nog even over de drukke bazaar zijn gelopen waren we op weg naar de douche om het zweet weg te werken. Via de Metro (De Metro in Delhi is net opgeleverd. Goedkoop, snel en met hoge frequentie brengt de metro je waar je zijn moet en dit is echt een aanwinst voor een stad met een groeiend fileprobleem.)belanden we op Connaught Place; meerdere ringen rotondes waaromheen New Delhi is gebouwd. Na heerlijk onze eerste Indiaas eten genuttigd te hebben schoten we met de riksja via de India Gate (waarom verlichten ze zo mooi kunstwerk niet?!) terug naar het hotel om lekker te gaan slapen.

Woensdag 26 juli
De volgende dag begon bijna goed, want Frans had de wekker verkeerd gezet. Zonder ontbijt, maar wel op tijd, in de bus om de ochtendspits in te duiken. Om Delhi heen worden vele wegwerkzaamheden uitgevoerd en het verkeer wat dom genoeg is om toch over de resterende ‘weg’ te gaan moet maar uitzoeken hoe het allemaal werkt.

Een tussenstop maakte we bij ‘Mangal Mahadeva’. Een Shiva-beeld van immense omvang ineens lang de kant van de weg. De drukte van de weg was duidelijk te horen, maar de harde Indiase muziek was eveneens al geen mooi gehoor. Met nog een (lekkere) lunchstop ertussen kwamen we rond 17:00 aan in Mukundgarh aan waarna we konden inchecken in het Mukundgarh Fort. Het oude fort is omgetoverd in een groot hotel met knusse kamers. De sfeer van de maharadja’s hangt er nog, maar we waren toch blij dat we in een kamer met airco konden huisvesten.

Tijdens het rondwandelen in de stad was al snel te zien dat deze stad vroeger bijzonder fraai was en dat het zeker nog wel wat kan worden. Helaas moeten we de term ‘achterstallig onderhoud’ introduceren want het was echt allemaal vergane glorie.

Diverse Havali’s (Herenhuizen bezaaid met fresco’s en mooie beschilderingen) waren lelijk geworden, statige gebouwen leken meer op bouwvallen en zelfs het Fort kan op vele plekken nog wat likken verf gebruiken. Het wordt tijd dat hier geld in gestoken wordt (UNESCO?).

Om 19:30 gingen we aan tafel voor het buffet; van alles wat en in voldoende mate. In de fantastische ambiance van de dinerkamer binnen het fort kon ruim genoten worden. Zelfs de toetjes smaakten behoorlijk! Na het diner werden we op de binnenplaats getrakteerd op traditionele dansen en een poppenspel.

Donderdag 27 juli
De volgende dag was het tijd voor een buffetontbijt en een tripje naar Nawalgarh. We stopten halverwege in Dundlod voor het fort waarbinnen een prachtig beklede kamer tentoongesteld werd. Het uitzicht op heel Dundlod en omstreken bovenop het fort was ook leuk om te zien. De rest van het fort was wat minder goed bijgehouden en soms zelfs vervallen.

Twee straten verder was er een Haveli welke rijk gedecoreerd was en zeer goed onderhouden leek. Zelfs een luxe riksja werd er tentoongesteld en alle schilderijen maakten er een kleurrijk geheel van.

Verder onderweg naar Nawalgarh begon het wat te miezeren wat uiteindelijk in een fikse moessonregen eindigde. Via het Shekawati guesthouse liepen we naar de stad met onze gids om diverse Haveli’s te onderzoeken. Via de koeien, honden en Indiërs die ongegeneerd je aan staan te gapen, kwamen we aan in de stad. Aangezien sommige Haveli’s nog bewoond worden of gebruikt worden voor andere zaken kom je niet zomaar overal in. Na twee oude bestudeerd te hebben kwamen we aan bij een nieuwe (Dr. Ramnath A. Podar Haveli) welke gelijk gepromoveerd was tot museum en school. Onze gids vertelde hoe het allemaal werkte en wat er tegenwoordig allemaal met de Haveli’s gebeurde.

Lopend via de groente- en fruitmarkt naar het Nawalgarh Fort werd de regen heftiger en driegde alles te verpesten.

Na de laatste uitleg binnen het Fort over de kledingkamer van de vrouw van de Maharadja kregen we echter de riksja-rit ‘of a lifetime’. Met gevaar voor eigen leven zaten we vast in de motoren riksja’s en joegen met grote snelheid door de plassen, langs de winkeltjes, door de markt en werden we overal, logischerwijs, toegelachen door de Indiërs.

De lunch werd genuttigd in het Shekawati guesthouse en was voortreffelijk. De hostess maakten er wat lekkers van uit de eigen tuin en had nog wat souvenirs om te verkopen.

Terug in Mukundgarh zijn we nog een rondje gaan lopen om het gehele dorp gezien te hebben, maar dezelfde conclusie kon getrokken worden als de dag ervoor. Ooit was het vast heel mooi én met wat tijd en geld kan het weer mooi worden, maar voorlopig is het meeste van de stad vergane glorie.

De avond bestond uit het laten berusten van alle indrukken en ervaringen tot nu toe, lekker eten in het fort en relaxen..

 

Vrijdag 28 juli 2006
Rijdend naar de woestijnstad Bikaner hadden we onze eerste stop in Fatehpur waar nog diverse Haveli’s, maar lang niet zo mooi als die van Nawalgarh, te zien waren. Wij zijn een Moskee in gegaan op aandringen van een Indiër en deze in 1995 gebouwde moskee zag er bijzonder fraai en kleurrijk uit. Hoewel bovenin nog niet helemaal af, gaf hij ook een mooi overzicht van de gehele stad. Wel was het een verschrikkelijke bende, liepen we door het open riool, stonk het meerdere malen naar zaken welke je eigenlijk niet wil weten en bleef de blubber aan je kleding vastzitten. Met wat vertraging vertrokken we naar Bikaner met nog een kleine wc- en drinkstop.

Aangekomen bij het immens luxe ‘Heritage Resort Bikaner’ werden we verwelkomd door een saluut van de soldaat, kregen we een bloemenkrans om, washandjes om onszelf mee op te frissen, drankje voor de dorst en onze eigen bungalows toegewezen.

Met de riksja voor 40 rupeeh’s (+/- 0,80 euro) naar de stad zelf getransporteerd waar we wat rondgelopen hebben. Door de ‘Kote Gate’ naar de oude stad alwaar we de gevangenis hebben gezien. Terugkerend via ‘Station Street’ gelunched (lekkere lassie!) in Amber restaurant en even een glimp opgevangen van de muur van het fort en het immense fort zelf waar we morgen zeker heengaan.

Terugkerend bleek een gedeelte van de groep bij het zwembad te liggen en dat idee hebben wij opgevolgd. Na wat relaxen hebben we gegeten in het restaurant van het hotel. Tijdens het heerlijke diner buiten naast het zwembad kregen we nog typisch Rajasthaanse entertainment met zang en een beetje dans.

Zaterdag 29 juli 2006


Na het ontbijtbuffet zijn we om 09:00 vertrokken naar Karni Mata (de rattentempel!). Na een drie kwartier rijden kwamen we aan in een klein dorpje waar de tempel op ons stond te wachten. De immens zilverkleurige deuren waren geopend en we konden na een paar stappen al de vele ratten zien krioelen over de grond. De hoofdtempel was voorzien van een bijkamer waarbinnen offers werden gepleegd en beelden stonden welke vereerd werden.

Grote bakken met melk en koekjes waren neergezet om de vele ratten mee vet te mesten en tevreden te houden. Op de blote voeten moest er gesprongen worden van het ene plekje zonder rattenschijt naar het andere, iets wat overigens ondoenlijk was.

De meeste ratten verroerden niet en lagen compleet voor Pampus; soms zelfs hangend in/aan een reling. Na een half uurtje verbazing zijn we doorgereden naar Bikaner.

We werden afgezet bij het Junagarh Fort waarvan de buitenkant al een erg mooie plaatje was. Een statig, enorm gebouw met typische Indiase architectuur. We kregen een gids en we werden langs de mooiste kamers/paleizen geleid binnen het fort zelf. Naderhand zijn we gaan lunchen in de tuin van het fort met een bijzonder fraaie achtergrond.

 

Met een riksja zijn we naar de oude stad gereden om naar de Bhandasar Jain Tempel te gaan. Deze tempel is de enige Jain-tempel met beschilderingen erop (en dat was te merken ook; geen enkele cm² was onbedekt) en we kregen een kleine uitleg van de aanwezige daar. Bovenop de tempel hadden we een goed overzicht van de gehele (oude) stad. Vervolgens zijn we over de bazaar gestruind waar Marijke nog een rode lap stof voor over het hoofd heeft gekocht. De kruidenierswinkeltjes, smalle straatjes en drukke menigten maakten het een mooi geheel.

Terug in het hotel nog even gezwommen en weer gerelaxed tot aan het diner. Dit keer binnen, want er was een buitje gevallen..

 

 

 

Zondag 30 juli 2006
Kamelensafari! Na het ontbijt vertrokken we om 09:00 naar een plaatje voor Bikaner waar de kamelen en drijvers op ons stonden te wachten. Met de insteek ‘gewoon doen’ sprongen we op de kamelen en begonnen we aan onze safari. De hitte van de woestijn was duidelijk merkbaar en na een uurtje stopten we om even te kijken hoe het allemaal beviel. Alleen de reisbegeleidster haakte af, maar wij bleven stug volhouden. Na een drinkstop voor de kamelen, stopten wij omstreeks 12:30. Er was een tent, voor de schaduw, opgezet met lakens, dekens en kussens om het heetst van de dag rustig door te komen.

Op een kameel rijden is een hele ervaring op zich. Je schommelt eigenlijk een beetje heen en weer en moet eigenlijk constant verwisselen van positie wil je geen kramp krijgen de eerste keer. Posities verwisselen betekent wel dat je wat stabiliteit inlevert en een kameel kan soms rare capriolen uithalen. Het tempo is normaal gesproken niet zo heel hoog. Als de kameel loopt kan je er zelf met hetzelfde tempo naast lopen. Wel kan de kameel rennen en dit was ook nodig bij heuvel op gaan. Al met al is het zeker een ervaring rijker!

Na veel relaxen (lees: wegdutten) en kaartspelen zijn we uiteindelijk pas 16:15 weer weg naar onze eindbestemming. We stopten nog bij een dorpje waar de huizen van zand en koeienschijt worden gemaakt. We dronken thee en de hele gemeenschap stond ons gade te slaan. De kinderen wilden vooral de lege drinkflessen om .. iets mee te gaan doen.

Om 18:40 kwamen we aan in ons tentenkamp. Een afgezet stukje land met onze tenten voor die nacht, kampvuur mogelijkheid en eetgelegenheid. De zang en dans waren ook vertegenwoordigt en vrijwel iedereen danste mee op een gegeven moment. Na het eten duurde het niet lang meer voordat iedereen een beetje inzakte. Slapen was echter nog vrij moeilijk aangezien het erg heet was in de tent. Wij zijn buiten gaan liggen, maar ook dat was niet alles (bovendien krijg je dan gratis vliegen erbij!). Vele hebben slecht of niet geslapen..

Maandag 31 juli 2006
Na het ontbijt in de woestijn zijn we terug gegaan naar het Heritage Resort Bikaner om even op te frissen met een douche. Met een kameel en wagen werden we naar de bus gebracht om vervolgens van de airco te kunnen genieten; een welkome afwisseling.

Om 09:00 waren we op weg naar Jaisalmer. Met een dergelijke 330 kilometer te rijden kijkt iedereen er naar uit om er lekker rustig eens voor te gaan liggen. Met tussenstops voor koffie (mooie keuken..) en de lunch in een typisch uit de grond gestampt toeristenstop maakten we vele kilometers met onze chauffeur en bijrijder. Opeens doemde er een rotsvormig blok op uit het tot nu toe zo platte landschap; dit bleek Jaisalmer’s Fort te zijn..

Aangekomen in Jaisalmer reden we rondom het fort naar het Heritage Hotel van Jaisalmer. Ook hier hadden we weer luxe huisjes tot onze beschikking met de zo welkome airconditioning. We hadden gelezen dat het 38° zou worden in de woestijnstad..

Na wat relaxtijd hebben we ons door een riksja door de stad laten rijden en begonnen we bij de Gopa Chowk aan de beklimming van het fort. Een oplopende straat is met zo’n 35° nog een hele opgave! Het fort is niet alleen een verzameling van stenen en afweergeschut, want dit is het enige fort in India welke nog gebruikt wordt voor bewoonbare huizen, restaurants, hotels en markten. Bij binnenkomst op het centrale plein is direct al te zien dat hier wat meer toeristen komen dan de plaatsen waar we tot nu toe zijn geweest (Delhi uitgezonderd natuurlijk). Indiërs kijken je nauwelijks meer aan, verkopers van allerlei prul zijn aanhoudender en irritanter en de prijzen liggen allemaal net een tandje hoger.

Aan de andere kant zien we een Dussehra Chowk met het Koninklijke complex van zeven verdiepingen, onderling verbonden paleizen en een wirwar aan smalle straatjes wat een gezellige en sociale indruk wekt. Vanwege ons late tijdstip kunnen we nergens meer in dus besluiten we, na het fort alvast een beetje verkend te hebben, om wat te gaan eten. Op het dakterras konden we met moeite nog een kleine pizza weg krijgen; eetlust is iets wat al snel verminderd bij hoge temperaturen. Lassi’s, cola en water daarentegen doen het op elk moment van de dag goed.

We lopen naar beneden het fort uit op zoek naar Salam Sing Haveli. Dit moet een soort omgekeerde piramidevorm hebben, maar bij aankomst is daar weinig van te merken. Wel is deze Haveli een stuk groter dan alle anderen en heb je een mooi uitzicht over de stad.

Afsluitend lopen we naar het Gadisagar meer wat aangelegd is als waterreservoir. De zon gaat onder en wat families lopen rond het kleine meer. Een aantal tempels zijn midden in het meer gepositioneerd welke ogenschijnlijk weinig toegevoegde waarde hebben. Naast het meer staat nog een tempel waar zang vandaan kwam. We lopen naar binnen en ontmoeten een man welke blijkbaar van een hogere kaste afkomstig is. Hij vertelt, in beter Egels dan we tot nu toe gewend zijn van de Indiërs, hoe het hindoeïsme in elkaar zit en vooral dat het hem niet uitmaakt van welke religie je bent. Hindu kun je altijd worden aangezien het niet zozeer een geloof is, maar meer een manier van leven.

Toevalligerwijs hadden wij vlak voor vakantie een boek over Boeddhisme gekocht waarin ongeveer hetzelfde stond. Waarom deze twee ‘religies’ niet gewoon samensmelten is ons nog niet helemaal duidelijk. We verlaten de stad en gaan rustig naar onze kamer toe..

Dinsdag 1 augustus
Nadat we vroeg de wekker hadden gezet, waren we uiteindelijk net op tijd om te kunnen ontbijten. Juist, we sliepen dus nog ‘even’ door. Na het ontbijt pakten we de riksja naar de stad om naar het Fort terug te keren. We liepen direct door naar de Jain-tempels welke aan de rand van het Fort gepositioneerd waren.

Bijzonder fraaie sculpturen omlijsten de daken, pilaren en binnenvertrekken. Een overdadige hoeveelheid boeddhistische (maar dat zullen het wel niet geweest zijn) figuren stonden langs alle vertrekken waardoor het idee gecreëerd werd dat men altijd bekeken wordt. Ook werden we bekeken door de grote getalen vleermuizen welke in de tempels hun huis hebben gevonden. Hoewel het overdag was, was het redelijk donker binnen de Jain-tempels en sliepen de vleermuizen niet echt.

Hierna het Koninklijke complex doorgewandeld. Vele mahal’s werden tentoon gesteld, maar lang niet zo indrukwekkend als het Junagarh Fort van Bikaner. Het balkon en overzicht van de stad waren wel plaatjes om te zien.

Uit het fort hebben we een poging gewaagd een weg te vinden in de nauwe straten van Jaisalmer, maar dit was geen succes. Met een riksja zijn we weer teruggegaan naar het hotel voor een siësta. De siësta mondde uiteindelijk uit in helemaal niets meer doen wat ook wel eens een keertje lekker was. Het was tenslotte vakantie!!

Woensdag 2 augustus
Een lange dag voor de boeg, want we gingen naar Jodhpur. Jodhpur klinkt als de zoveelste stad met ‘pur’, een fort, een zooitje en weer veel riksja’s, maar gelukkig was het veel meer dan dat.

Onderweg maakte de droge zandvlaktes plaats voor nog meer groen en dat maakten direct een ommezwaai in de hele manier van leven. Kamelen waren er nog maar nauwelijks, meer paarden werden gebruikt en het oogt simpelweg allemaal wat vrolijker.

Aangekomen in het hotel reden we vrijwel direct door naar het Mehrangarh Fort van waarvan direct de hele stad te zien is. Het immense fort is zeer hoog opgebouwd op de heuvel en onmogelijk in te nemen voor buitenstaanders. De typische blauwe huizen van Jodhpur (in de blauwe huizen woonden vroeg de brahma’s) waren er in grote getalen. Het Umaid Bhawan Palace zag er vanaf grootste afstand al immens uit, de klokkentoren op de bazaar was te zien omsingeld door de bazaar en het Jaswant Thada mausoleum was zelfs erg dichtbij.

Gewapend met een uitgebouwde MP3-speler begonnen we onze rondleiding, na de lunch, door het fort wat wederom een plaatje was. De mengelmoes van paleizen en Koninklijke kamers werden goed verzorgt en zag er groots en geweldig uit.

Direct erna hebben we een riksja gehuurd voor het Jaswant Thada mausoleum en de bazaar. Het mausoleum was statig vierkant en met zijn witte kleur op veel plekken van de stad makkelijk te zien en herkennen.

De klokkentoren hadden we snel gezien en we zijn teruggegaan naar het hotel. Omstreeks 19:00 waren we present om naar een stuk grandeur te genieten van immense omvang. Het Umaid Bhawan Palace is met zijn 347 kamers, ondergrondse zwembad, 8 eetzalen, immense ontvangstzaal en prachtige tuin een overdadig monument. Een gedeelte is inmiddels een luxe hotel, een ander gedeelte woont de afstammeling van de maharadja van Jodhpur nog steeds en het laatste gedeelte is openbaar en onder andere restaurant.

Aankomend door de soms smerige straten van Jodhpur in een afgedankte riksja voel je je wat onwennig als je aankomt in deze luxe. We worden ‘verwelkomt’ met de opmerking dat de ‘minimum charge’ hier rs 800,- is (€ 13,-), maar na acceptatie hiervan begint de luxe. Dienders brengen je naar de centrale hal (die door de maharadja, hotel en geïnteresseerden allemaal gebruikt worden) en naar het restaurant. We aten buiten met een uitzicht op Jodhpur, de prachtige tuinen en de naderende donder en bliksem.

Na het geweldige eten kregen we nog een rondleiding waar de fascinatie alleen maar groter door werd. Leuk detail is dat het gehele paleis als een soort legodoos in elkaar is gezet. De zandstenen zijn zonder cement in elkaar gedraaid als het ware en volledig uitneembaar.

Donderdag 3 augustus
Ironisch genoeg werd
we na het chique eten van gisteravond Frans ziek op deze dag; de onvermijdelijke maagproblemen. Het was wederom een wat langere reisdag wat negatief leek. Aan de andere kant zit je wel lekker in de bus, hoef je geen dag te missen van de echte bezienswaardigheden en was het allemaal niet zo erg.

We stopten in het idyllische Ranakpur wat prachtig gelegen was tussen de groene bergen. Het landschap is dus wederom veranderd van platte, uitgestrekte landerijen naar groen, bergachtig landschap. De Adinatha tempel; een van de vijf heilige plaatsen van het Jainisme werd omring door wat kleinere tempeltjes welke dus nog flink gebruikt worden door het Jainisme.

 

Met zijn 1444 pilaren; veelal afwijkend, een afwijkend doch mooi stuk bouwwerk. Veel van zijn schoonheid heeft de tempel toch te wijten aan de ligging ervan.

Doorrijdend naar Udaipur maakten we er helemaal een bergrit van. Hoewel de gehele bus dit mooi vond zal Mr. Singh (de chauffeur) het niet makkelijk gehad hebben met onze enorme bus. Gelukkig wordt er hard gewerkt aan een nieuwe snelweg waarvoor blijkbaar onverstoord bergen weggevaagd mogen worden.

We lopen het laatste stuk naar het hotel, omdat de bus er niet kan komen. We zitten op een schitterende locatie dichtbij het City Palace, midden in de oude, ommuurde stad met een fantastisch uitzicht over Lake Pichola met zijn twee paleizen.

Door de hoofdpijn, maagproblemen en de regen hebben we niets meer gedaan die avond. Een diner met uitzicht op Lake Pichola echter mag toch nog als hoogtepunt worden aangemerkt.

Vrijdag 4 augustus
Lekker vroeg op, want alles moest bekeken worden vandaag. We waren toch vroeg gaan slapen dus rond 08:30 konden we gaan. We begonnen, na het ontbijt, bij het City Palace wat helaas tegenviel. We zijn inmiddels experts geworden in paleizen en forten en de opbouwende schoonheid is na, vooral, de twee laatste forten helaas weer teniet gedaan. Het leek meer een bij elkaar geraapt zooitje (wat alle andere paleizen ook zijn, maar dan wel mooi!) en het lijkt erop alsof er nog veel restauratiewerk plaats moet gaan vinden.

Leuk detail waren de vele smalle gangetjes welke omhoog én omlaag gingen zodat de eventuele vijand in de war raakte waar hij/zij heen moest. Leek mij persoonlijk alleen maar uitstel van een zekere executie, maar het idee was wel grappig.

Via de Jagdish Mandir, een 17de-eeuwse Hindu-tempel welke van de buitenkant wel mooi gedecoreerd was met sculpturen van figuren en beesten, belandden we bij onze lunchplek. Na de lunch hebben we een boottocht genomen over Lake Pichola rondom de twee paleizen en een klein stukje stad waarbij het Jag Mandir paleis ook nog bezocht werd.

Tijdens de regen konden we het relatief kleine paleis van alle kanten zien; vreemd was dat het paleis nauwelijks bijgehouden was, maar de tuin bijzonder fraai was aangelegd. Een restaurant uitkijkend op het meer en Udaipur bood het eiland nog wat inkomsten.

Na wat bijkomen zijn we nog met de tuk-tuk naar het Moon Son Paleis gegaan. De tuk-tuk redde het maar net, beter gezegd net niet, want we moesten drie maal stoppen om boven te kunnen komen; de motor raakte wat oververhit. Halverwege kregen we al een voorproefje van de andere kant van Udaipur wat heerlijk rustgevend en nog heuvelachtiger was dan de omgeving van Udaipur. Eenmaal boven werd dat beeld nog mooier aan alle kanten. Het Moon Son paleis zelf is al geruime tijd niet bijgehouden en inmiddels afgrijselijk geworden. Een typisch geval van ‘het had zo mooi kunnen zijn’ is dit paleis alleen op grote afstand mooi.

Een receptie buiten het paleis moest de apen van hun afslaan, maar wij stonden rustig te genieten van het fantastische uitzicht op Udaipur en omgeving. Het leek we alsof we de stadskaart gepresenteerd krijgen in ‘realtime’.

Terugkomend in het hotel hebben we de dag rustig afgesloten met eten, drinken en internetten.

Zaterdag 5 augustus 2006
Vandaag gingen we naar Jaipur. De rit was van tevoren al aangekondigd als een lange dus alle voorbereidingen zijn getroffen (lees: iedereen ligt languit in de bus en ‘hangt’ een beetje rond). We stoppen alleen maar voor eten en drinken en zijn ineens vaste klant van de ‘A1’; een keten van restaurants vergelijkbaar met het AC-restaurant van Nederland. Alleen heb je hier als hoofdgerecht/specialiteit Indische Thali in plaats van de biefstuk met frietjes.

Aankomend in Jaipur lijkt het meer van hetzelfde. Vele riksja’s, wat kamelen, arme mensen, maar het valt op alsof het alleen maar smeriger wordt; net op het moment dat je denkt dat het niet erger kan. Hier zijn vele bazaars en markten welke hun afval laten verwerken door professionele scharrelaars zijnde de honden, zwijnen en koeien. Soms komt er een lucht voorbij waarbij je je afvraagt of zelfs de scharrelaars dit wel aankunnen. Onverstoorbaar zoeken en eten ze door dus het zal wel..

Gezien het late tijdstip van aankomst zijn we alleen even een rondje gelopen over de bazaar in de oude stad en net erbuiten (waar wij zelf gelegerd zijn met ons hotel). Ons hotel is van buiten erg mooi evenals de lounge en dinerkamer, maar de kamers zijn dan vervolgens vergane glorie, zoals zoveel in India. Het eten viel ook al een beetje tegen en we zijn redelijk vroeg gaan slapen.

Zondag 6 augustus 2006
Met z’n allen ontbeten waarbij bleek dat ook hier weer je genaaid wordt waar je bijstaat wat inmiddelserg irritant begon te worden. Hierna met de groep en bus naar het Amber Fort gereden waar bleek dat ‘Amber’ in vroegere tijden erg goed beschermd was; maar liefst drie forten waren naast elkaar gesitueerd om alles en iedereen te beschermen. De mogelijkheid bestond met een over-gedecoreerde olifant naar boven te gaan, maar we lieten de ‘toerist’ trap langs ons liggen en liepen zelf wel. Het Amber Fort bestaat uit meerdere gedeeltes waarvan blijkbaar nog niet alles gerestaureerd was. De Ganesh Pol was erg mooi evenals de tuin in de binnenplaats, maar voorderest moest er nog een hoop gebeuren. Het uitzicht op de omgeving was ook zeker de moeite waard. Ten tijde van ons bezoek werden er wat foto’s gemaakt van een Bollywood film..een paar zware jongens met de mooie prinses en prins maakten meerdere plaatjes in het fort.

Onderweg terug naar Jaipur stopten we bij het Lake Palace ‘Jal Mahal’ waar we helaas weer belaagd werden door zeer vasthoudende verkopers. Het mooie is dat als je ze allemaal negeert de prijs vanzelf al drastisch zakt. Jammer genoeg voor hem had alleen niemand interesse in wat er ook te koop was.

We stopten wel nog bij een juwelierszaak en textielhandel op ons eigen verzoek en Marijke heeft twee mooie enkelkettinkjes kunnen aanschaffen; we beginnen al meer in de Indische ‘mood’ te komen.

De grafmonumenten van ‘Gaitor’ was onze volgende stop waaruit weer bleek dat alles toentertijd de grootsheid van de machtige mensen moest uitstralen. De vele mausoleums maakten een mooi geheel.

Na lunch in mooie haveli ’s middags en een processie onderweg te hebben gezien vertrokken we zelf op weg door de stad.

We liepen naar de Jami Masjid, Hoofdmoskee van de stad, en direct door naar de Hawa Mahal. De Hawa Mahal is eigenlijk alleen een muur welke ‘toevallig’ wat mooi versierd is. Het wordt ook het paleis der winden genoemd aangezien alles vrij open is. Het City Palace Museum is eigenlijk een ontsnapping aan de immens drukke bazaar en stad. Rustig loop je door het museum met wat aardige zaken erin. Het Chandra Mahal is een hoog bouwwerk welke nog steeds in gebruik is en daardoor niet toegankelijk voor ons.

De twee zilveren uren zijn wellicht de leukste items van het museum. De twee zilveren uren zijn de grootste, zilveren objecten in een geheel op de wereld (Guinness book of World Records) en dat al in 1896 gemaakt. De toenmalige maharadja moest naar Engeland en wilde het heilige Ganges water meenemen tijdens zijn trip wat met deze urnen bewerkstelligd kon worden. Ze wegen 345 kg en er kan 900 liter water in. Ook de uit een stuk gehouwen, marmeren olifanten en de vier prachtige seizoenspoorten zijn het vermelden waard.

Naast het City Palace Museum lag het Jantar Manter astrologiecentrum. De astrologische instrumenten waren op vijf plaatsen neergezet door Sawai Jai Singh II en konden diverse astrologische zaken meten. De sterrenbeelden konden gevolgd worden, de tijd bepaald, de twee halfronden afmeten etc etc.

Terug in het hotel hebben we even gezwommen en kregen we onze was nog wat nat terug. ’s Avonds zijn we met zijn achten gaan eten in het meditteraneo waar ze voortreffelijk Italiaans eten maakten.

Maandag 7 augustus 2006
Eindelijk een keer flink uitgeslapen, want we hadden het niet zo druk vandaag. We huurden een riksja af ‘Ali Baba’ en zijn, met subwoofers en goede radio geïnstalleerde, mobiel bracht hij ons behendig manoeuvrerend door de Jaipurse drukte naar ‘Galta’, beter bekend als de apentempel.  

Binnen het complex waren de heilige wateren, waar dankbaar gebruik van werd gemaakt door de Indiërs. Ze baadden en speelden in het water en de waterdragers, die we onderweg al veelvuldig waren tegengekomen, begonnen hun rit hier met gebeden en het vullen van hun kannen. Bovenop hadden we een mooi uitzicht over Jaipur en omgeving en een vriendelijk meisje begeleidde ons binnen de tempel daar.

Vervolgens reden we terug naar de tuin ‘Sisodia Rani Ka Bagh’ welke, helaas voor ons, compleet gerenoveerd en opgeknapt werd.

We reden verder langs de Moti Doongri welke boven het Lakshmi Narayan tempel lag, maar beide complexen waren gesloten voor bezoekers toen wij daar aan kwamen. Duidelijk was te zien dat het Lakshmi Narayan complex een soort uitvergrote Hindu-tempel was en de schotse taferelen, welke beloofd waren door ons boek, konden we wat moeilijk terugvinden.

Als laatste het Government Central Museum, beter bekent als de Albert Hall, welke druk bezocht werd door de lokale bevolking en Indische toeristen. Het grote gebouw staat aan het einde van een lange straat waardoor de grandeur bevestigd wordt. Bovendien zorgt een omringend park voor de opvallendheid van de Albert Hall. Schilderijen en tapijten zijn te zien evenals de fascinerende bouwkunst.

Na wat relaxen in de tuin van het hotel en kamer zijn we op weg gegaan naar onze eerste Bollywood Film. Fanaa duurde drie uur en is een redelijk klassiek voorbeeld van de Bollywood film. Drama, relaties, familie soaps, een goed versus kwaad principe en zang en dans kwamen allemaal terug in Fanaa. Het begon met een drie kwartier durend liefdesgeneuzel tussen man en vrouw wat van klef naar misselijk makend, overdreven liefdesbetuigingen ging. Net op het moment dat je het helemaal zat bent komt er een plot twist waarbij blijkt dat de man in kwestie een terrorist is uit Pakistan en een aanslag pleegt omwille van de regio Kashmir (India en Pakistan ruziën al sinds 1947 over de macht van de provincie). Na de pauze is het ineens zeven jaar later en moet de man opnieuw op voor een missie in India waarbij hij neerstort en niet geheel toevallig precies aanklopt bij de mooie vrouw die hij zeven jaar geleden verlaten had. Drama natuurlijk en uiteindelijk komt zij erachter dat hij een terrorist is. Het goed overwint altijd dus de vrouw schiet de man dood, maar daarmee dus ook haar grote liefde.

Na Fanaa even snel de McDonald’s bezocht en naar huis gebracht door een wat dronken riksjarijder.

Dinsdag 8 augustus 2006
Om 07:00 vertrokken we naar Agra met een aantal tussenstops. We stopten bij een soort tempel waar de duivel uit de mens zou worden gehaald. We werden belaagd door Riksja’s en zeer vasthoudende en irritante kinderen. Je hebt het met ze te doen, maar er zijn toch echt momenten waarop je het liefst in de boksring zou willen staan om even precies duidelijk te maken wat je van ze vindt.

Het was een gekkenhuis van jewelste in de straat van de tempel; vele verkopers verkochten muziek en vcd’s/dvd’s en dat moest direct even gehoord worden; resultaat is dan natuurlijk dat de een het nog net een tandje harder zet dan de ander en terwijl je loopt je minimaal vijf verschillende muziekjes door elkaar hoort. Aankomend bij de tempel was het al niet minder druk en de rij was dusdanig groot dat we er niet op konden wachten. Het dringen voor de ingang was enorm, er zat geen schot in en de mensen leken bij voorbaat al in trance. De beloofde tv-schermen waren er wel, maar stonden uit dus wat er binnen allemaal gebeurde…?

We zagen wat mensen net buiten de tempel die blijkbaar al naar binnen waren geweest, want die waren op een autistische manier in trance, nauwelijks in staat om nog een stap te zetten. We lopen maar terug naar de bus.

35 kilometer voor Agra ligt de verlaten stad ‘Fatehpur Sikri’ met als twee belangrijkste items de verlaten stad en de Jami Mashid; de immense moskee inclusief mausoleum van Sheikh Salim Chisthi. Sheikh Salim Chisthi voorspelde in lang vervlogen tijden dat Keizer Akbar niet meer kinderloos zou blijven en hij kreeg uiteindelijk ook een kind. Tot op de dag van vandaag wordt het mausoleum vereerd door vele mensen, vooral kinderloze vrouwen, om hun grootste wens te laten uitkomen. Ze doen dit door kleine draadjes te wikkelen in het mausoleum.

De moskee verder is schitterend in opmaak en verschilt op het eerste gezicht niet veel van die van Delhi. De poorten zijn identiek en in een uitgang heb je een magnifiek uitzicht over het weidse platteland.

Na de moskee zijn we de verlaten stad ingegaan en direct zijn we blij dat ook de irritante verkopers deze stad ook verlaten hebben. De architectuur is een mengeling van verschillende stijlen wat goed te merken is aan de soms sobere en soms uitbundige manier van versiering van de gebouwen.

Aankomend in Agra is het eigenlijk te laat om nog iets te ondernemen dus blijven we rustig op de kamer. Ons hotel is sfeerloos, maar luxe. Eten, relaxen en vroeg slapen want we moesten al vroeg weer op.

Woensdag 9 augustus 2006
Het is 05:00 en de wekker gaat al. Een klein moment bedenk je je waarom je deze reis geboekt hebt met deze krankzinnige tijden, maar met de wetenschap dat we binnen twee uur de Taj Mahal gaan zien, ebt dat gevoel snel weg.

We vertrekken wat later, want Mari heeft zich verslapen. Met de fietsriksja sjokken we naar de ingang om vervolgens in de rij te staan; het complex is pas om 06:00 open. Opvallend is het grote verschil van toegangsprijzen; Indiërs betalen 20 Rs (€ 0,40) en buitenlanders betalen 750 Rs, maar ja..we willen toch.

Na een iets uitvoerigere, maar makkelijk omkoopbare controle valt binnen direct op dat eindelijk alles eens een keer goed wordt bijgehouden. Binnenkomend in het complex zie je eigenlijk nog niet zoveel schokkends, behalve een poort welke niet zou misstaan bij een megamoskee. Door diezelfde poort echter verschijnen de eerste tekenen van het marmeren wereldwonder. De mooiste uiting van liefde ter wereld kostte 20.000 arbeiders 12 jaar van hun leven en is dus tevens een genadeloze uitputtingsslag geweest voor vele mensen. Het is allemaal snel vergeten bij het aangezicht van de Taj Mahal in zijn volle glorie. Door ons vroege opstaan is het miraculeus nog mogelijk om een foto te nemen zonder mensen en even stil te staan bij een zodanig imposant monument.

De perfecte symmetrie wordt enkel verstoord door wat werkzaamheden aan een van de minaretten, maar evenzo is het gebouw het mooiste bouwwerk wat we ooit gezien hebben.

Alleen de binnenkant van de Taj Mahal valt wat tegen; het is erg donker en de graftombes zijn ontoegankelijk. Een klein rondje zonder iets te zien is alles wat er binnen te doen is.

We eten wat op het dakterras van ‘Join Us’ met als uitzicht de Taj Mahal waarbij de eigenaar zo blij was als een kind om zoveel toeristen te zien. Trots vertelt hij bijvoorbeeld, om 08:30 ’s ochtends, dat ‘zijn’ bier maar 60 Rs is waar dat bij andere restaurants, inderdaad, veel duurder is.

We vertrekken per fietsriksja naar het Agra Fort waarbij het opvallend is om te zien dat Shah Jahan (de man verantwoordelijk voor de Taj Mahal) in het fort eerst geëxperimenteerd heeft met nieuwe architectonische stijlen en deze blijkbaar in de Taj Mahal pas geperfectioneerd heeft. Het Fort heeft wel paleizen, maar lang niet zo uitbundig als alle andere forten/paleizen. Ironisch genoeg werd Sjah Jahan hier gevangen gehouden uitkijkend op ‘zijn’ Taj Mahal door zijn eigen zoon. Jammer van dit fort was veel gesloten was voor publiek hetzij uit bescherming hetzij voor restauratiewerkzaamheden; de voor Indiase begrippen hoge entreeprijs voor 250 Rs was dan wat buiten proportioneel.

We reden door naar de Jami Mashid, maar dit was een aanfluiting in vergelijking met de perfectie van de Jami Mashids in Delhi en Fatephur Sikri. Slecht bijgehouden; onvolledige restauratiewerkzaamheden en het hoofdgebouw zat onder de honingraden. Aangezien mijn broek nu wel ineens tekort was (de dag ervoor had ik exact dezelfde broek aan bij de Jami Mashid van Fatehpur Sikri) moest ik een sarong aan; deze was echter minder lang dan mijn eigen broek..lekker nuttig.

We sloegen St. John’s College over vanwege de vakantietijd (gesloten) dus we reden door naar de crematieoever. Wat ongemakkelijk liepen we er rond, maar onder de rook van Taj Mahal brandde er een stapel waarop niets duidelijk te zien was. Frans heeft zich vervolgens vlakbij het hotel nog laten scheren op de sjieke manier (inclusief massage van het gezicht!) en via de Pizza Hut zijn we bij het hotel aangekomen. Relaxen, zwemmen, eten en rustig gaan slapen…

Donderdag 10 augustus 2006
Vandaag een keertje zonder de wekker, je zou het bijna vakantie kunnen noemen, opgestaan. Na het ontbijt proberen we een riksja te huren voor meerdere dingen, maar de lokale riksjamaffia maakt prijsafspraken welke niet zo goed matchen met onze gedachten. Denkend alsnog een goede te hebben gevonden, werden we wederom genaaid waar we bijstonden dus enigszins boos verlaten we zijn riksja met een veels te laag bedrag; hij zoekt het maar uit.

We begonnen bij de Itimad-ud-Daulah, beter bekend als de ‘baby Taj’, graftombe. De graftombe is net iets eerder gebouwd dan de Taj Mahal en diverse kenmerken lijken overgenomen te zijn in de Taj Mahal. De vier torens, de symmetrie van het gebouw en het gebruik van marmer zijn identieke denkwijze’s. Het belangrijkste verschil is dat de Taj Mahal groots is in eenvoud, het marmer is weinig versierd, waarbij de baby Taj juist nog weelderig versierd is. Ook ligt het complex mooi aan de Yamuna-rivier.

 

We charteren een nieuwe riksja en we hebben er geeneens spijt van dat deze meneer totaal geen Engels spreekt; dat scheelt weer een lulverhaal en zeuren om naar winkeltjes te gaan waar ze commissie voor krijgen. We rijden door naar de ‘Chini Ka Rauza’ (porseleintombe) wat ook weer een mausoleum is; dit keer de minister van financiën onder Sjah Jahan. Blijkbaar had deze man uit Perzie zijn financiën niet goed genoeg op orde om het complex bij te houden, want het was inmiddels troosteloos. Mooi gelegen aan het water en, op sommige stukken, nog uitvoerig versierd met porselein was het vast allemaal heel mooi, maar nu..

We rijden naar de Rambagh (eerste Mogol-tuin), maar vinden de entreeprijs te hoog dus besloten er niet in te gaan. We rijden door naar Akbars mausoleum in Sikandra wat zo’n 12 kilometer verderop lag. Akbar was een van de eerste Mogol-keizers, tevens grootvader van Sjah Jahan, en was vooral verantwoordelijk voor de uitbreiding van het immense rijk. Dit is hem blijkbaar in dank afgenomen, want het complex van het mausoleum was enorm. Een enorme tuin met vier kolossale, rood-zandstenen poorten omringt het mausoleum en de, ook hier weer, perfecte symmetrie is overal terug te vinden. Behalve de graftombe kan men het complex niet in wat op zich jammer is, maar met fantasie en flarden kom je ook een heel eind.

Lunch nuttigen we terug in Agra wederom in het ‘Join us’ restaurant om nog eenmaal de Taj Mahal te kunnen zien. We vertrekken naar het hotel om op te frissen en klaar te maken voor de busrit naar het treinstation. Via de Pizza Hut zijn we, wat vroegjes, op het station te wachten op de slaaptrein naar Varanasi.

De slaaptrein naar Varanasi vertrekt rond 20:45 en het was de bedoeling dat we rond 06:00 de volgende dag aankwamen. De treinreis mondde uit in een regelrechte ramp voor Marijke en ik. Niet omdat de bedden te kort waren voor een uitgestrekt lijf, niet omdat je in de breedte zo’n 25 cm te besteden had om je om te draaien, niet omdat de ruimte om te lopen veels te klein was, niet omdat de wc onmenselijk vies was, niet omdat mensen het toch nog nodig vonden te telefoneren en te praten in de nacht, allemaal niet.

Marijke was ziek geworden van het eten en heeft zo’n 10/12 keer moeten overgeven. Alles wat erin ging kwam er na 10 minuten weer uit..

Vrijdag 11 augustus 2006
Aankomend in Varanasi is iedereen wat gebroken en zijn we gelukkig al snel in het hotel.

De gehele dag hebben we niets uitgevoerd en proberen te zorgen dat het beter ging met Marijke met hele kleine hapjes en slokken, maar het was allemaal nutteloos; alles kwam er weer uit. Uiteindelijk hebben we de dokter gebeld welke het volgende voorschreef:

Daarbij veel gerust..

Zaterdag 12 augustus 2006
’s Ochtends was er na het ontbijt een verkennende tocht door Varanasi waarbij alleen Frans is mee geweest. Het hoogtepunt van Varanasi zijn de Ghats en alles was er omheen gebeurt. Ghats zijn feitelijk gewoon trappen, maar door de ligging aan de heilige rivier de Ganges, de vele geestelijke Brahma’s en alle bijbehorende rituelen is het veel meer dan dat. Geestelijken zitten op een houten verhoging met een parasol (tegen de zon) vlakbij de Ganges om alle bedevaarders in te zegenen. Alle mensen wassen zich, op een rituele manier, in de Ganges, maar dat is lang niet alles.

Lopend door de nauwe straatjes van Varanasi rondom de Ghats moeten we toch constateren dat dit toch wel de meest vieze stad is die we tot nu toe hebben gezien. Het is zo ingewikkeld om de Holy cows en Holy shit te missen dat Frans in de Holy shit gestaan heeft. Gelukkig werd erbij verteld dat dit geluk zou brengen dus met een geforceerde lach loop je dan maar verder.

De drukbezochtste en tevens heiligste Ghat werd geïnspecteerd door ons en direct valt op dat er alles aan gedaan wordt om én alle bedevaarders te kunnen zegenen, door de aanwezigheid van vele brahma’s, én alle toeristen hun geld af te troggelen door massages, verkopen van prul en boten te verhuren.

De belangrijkste crematieghat konden we bekijken, maar niet fotograferen, en dat was toch behoorlijk indrukwekkend en misselijk- makend tegelijkertijd. Het complete ritueel mochten we volgen en direct valt op hoe emotieloos een crematie eraan toe gaat. Vrouwen zijn verboden tijdens de crematie, niet geheel toevallig vanwege diezelfde emoties, en alleen de man of oudste zoon voert een klein ritueel uit. Van tevoren wordt de overledene ingewikkeld in een kleed waaraan voor de buitenwereld te zien is aan de kleur wat voor type mens erin zit; oud of jong, man of vrouw. De brandstapel wordt als basis neergezet afhankelijk van de financiële middelen van de familie waarna de overledene erop geplaatst wordt. Een klein laagje hout wordt daar weer op gestapeld zodat, in theorie, het lichaam bedekt is. De man of oudste zoon loopt met een hoopje stro vijf maal rond het lichaam en steekt dan het stro aan om vervolgens de gehele houtstapel daarmee aan te steken. Hij verdwijnt dan direct van het podium en wacht geduldig totdat het lichaam is verbrand. De as wordt vervolgens in de Ganges gegooid, meestal 2,5/3 uur later, om te garanderen dat de ziel verlicht is.

Hier zijn echter twee problemen mee. Ten eerste is niet iedere familie rijk genoeg om afdoende hout te kunnen kopen voor een goede crematie. Het gevolg daarvan is dat vele lichaamsdelen te zien zijn en je meer het idee hebt dat je naar een horrorfilm zit te kijken dan een religieuze uitvoering. Zo hebben wij de darmen van een overleden vrouw zien opzwellen en weer inklappen. Het tweede probleem is dat de Ganges dus voorzien wordt van het as van de vele overledenen terwijl er al zoveel smerigheid in die rivier zit. Het schijnt de Indiërs allemaal niet zo te deren..

De pillen van Marijke begonnen een beetje te werken en langzaamaan kon er begonnen worden met het opbouwen van krachten. Omstreeks 17:00 zijn we taart gaan eten bij El Parador vanwege Andre’s verjaardag en Monique en Jan’s trouwdag. De taart was vers en erg lekker! Na de taart zijn we verder gaan racen door de straten van Varanasi waar we eindigden op een boot op de Ganges om om 19:00 de ‘afsluiting van de dag’ bij de heiligste Ghat te aanschouwen. We waren wat laat dus lagen we achteraan, maar we zagen een ceremonie met rokend vuur, kalmerende muziek en rituelen welke een dank moesten voorstellen.

Wij zijn vroegtijdig afgehaakt aangezien het aansterken van Marijke nog even duurde en vonden onze weg terug door de nauwe, door een stroomstoring getroffen, straatjes van Varanasi uiteindelijk naar het hotel om vroeg te gaan slapen.

Zondag 13 augustus 2006
Vroeg op voor de boottocht bij zonsopgang. Met de fietsriksja’s reden we door de nu (nog) rustige straten van Varanasi om bij het ochtendgloren aan te komen bij de Ghats. We stapten in een bootje en voeren langs de verschillende Ghats waar diverse mensen zich rustig stonden te wassen en bidden. Eigenlijk vonden wij onze aandacht een beetje te verstorend voor alle mensen die juist in rust willen baden en bidden aangezien we erg dicht op iedereen zaten met onze boot. Dikwijls moesten mensen zelfs wijken voor ons en dat kan toch niet de bedoeling zijn. Wederom zijn we langs het crematieghat gevaren en sloten we af door de nauwe steegjes van Varanasi.

Met een fantastisch uitzicht op Varanasi konden we van een ontbijtje genieten al had ik helaas het verkeerde genomen. Terugkomend moest de zieke nog verzorgd worden, maar het ging alweer een klein beetje beter met Marijke. Hoogstwaarschijnlijk was de yoghurt van die ochtend niet goed gevallen (sowieso zag het eruit alsof die al twee weken over tijd was), want Frans werd ook nog eens ziek. Twee zielenpoten bij elkaar en het feest was compleet; de rest van de dag hebben we niets meer gedaan.

Maandag 14 augustus 2006
Vroeg op voor een lange reis naar Shivpatinagar. Vanuit Varanasi vertrokken we en we hoopten ook de ziektes achter ons te laten in Varanasi, want die waren we inmiddels meer dan zat. De weg werd gehinderd door een protestactie voor een broodnodig irrigatiesysteem welke de regering om onduidelijke redenen niet goedkeurt. We stonden 1,5 uur stil en mochten er uiteindelijk door om onze weg te vervolgen. Uiteindelijk komen we om 18:45 aan waar we alleen gegeten hebben in het prachtige hotel (retreat eigenlijk) waar helaas geen airco aanwezig was; we hebben dus een erg hete nacht doorgebracht.

Dinsdag 15 augustus 2006
Wederom stonden we vroeg op, want de grensposten wachtten op ons. Via dezelfde slechte weg, maar wel door leuke plattelandsdorpjes, reden we terug naar de hoofdweg om vervolgens nog een klein aantal kilometers te rijden naar de grens. Onderweg zagen we al verschijnselen van de voor India zo belangrijke Onafhankelijkheidsdag. 15 augustus 1947 werd India onafhankelijk van Engeland en vooral de kinderen stonden met vlaggetjes klaar om allerlei festiviteiten te gaan ondernemen.

Bij de grenspost kregen we bijna ruzie met de vele klaarstaande riksjarijders aangezien ze bijna onze waardevolle tassen uit de bus rukten voordat de klep al open was. Wij besloten dan ook om demonstratief te gaan lopen en dat bleek nog sneller te zijn ook. Beide grensposten gingen bijzonder snel al moet gezegd worden dat het niet druk was, bovendien leek het niet zo strikt als we hadden gedacht. Aan de Nepalese kant stonden onze bus, chauffeur en bijrijder al te wachten en we konden vrijwel direct, helaas zonder airco in de bus, vertrekken.

Al snel bleek dat Nepal heel erg groen is, gestructureerder, minder vies, rustiger en mooier land was dan India. Een achtergrond met bergen was vanuit Noord-India al te zien, maar die achtergrond kreeg in Nepal nog eens een achtergrond met nog hogere bergen! Ook valt het op dat er veel reclame gemaakt wordt voor sterke drank; het doet je afvragen of hier veel gedronken wordt!?

We stopten ongeveer halverwege op een berghelling met een fantastisch uitzicht om eens lekker van Chinese noodlesoep te genieten. Na nog wat doorgereden te hebben stopten we midden in het platte boerenland (voornamelijk gevuld met prachtige, groene rijstvelden) in het Royal Chitwan Park; Nepal’s eerste en dus oudste natuurpark.

Het Rhino Lodge ligt tegen het park aan, maar de scheiding van het park, een snelstromend riviertje, is eveneens onze plek om af te koelen van de hitte. We kwamen aan in 35+ graden en dat bleef de komende paar dagen nog wel even

Woensdag 16 augustus 2006
We staan toch maar weer vroeg op voor een kanotocht met aansluitende jungle walk. Na een snel ontbijt, namen we plaats in de smalle kano en voeren we met de stroming mee door het park. Vogels genoeg in het park waaronder de kleine, supersnelle ijsvogels, maar een hoofdgast was toch wel de alligator. Wachtend op de zonnestralen lag de alligator geduldig op een zandbankje en wat later zwommen er nog een paar rond en was er nog een kleine zonnend te zien. Zelfs de in dit park zo beroemde eenhoornige neushoorn werd direct al gezien. Rustig in het water gelegen werd hij gestoord door de toeristen en verdween hij al vrij snel in het hoge gras; gelukkig traag genoeg voor ons om te kunnen bewonderen.

 

 

 

 

 

De jungle walk was een niet overdreven term. Het hoge gras werd moeizaam doorgeworsteld waarbij opgemerkt moet worden dat temperaturen van 38° graden werden bereikt. Hoewel we de apen hoorden, veelvuldig tijger- en olifantafdrukken tegenkwamen en veel vogelgeluiden hoorden, hebben we eigenlijk niet veel gezien. De tocht op zich door het immens begroeide park met als achtergrond de witte sneeuwtoppen van het Annapurna-gebergte was al beloning genoeg.

Teruggekomen in de Rhino Lodge nuttigden we wat drinken en liepen we snel terug naar de oevers om de olifanten nog een handje te helpen met hun speeluurtje. De olifanten, de Rhino Lodge heeft privé zelf olifanten, werden gewassen rond het middaguur en genieten dan van een lekkere scrubbing en alle persoonlijke aandacht. Ons werd de kans gegund om erop te zitten, nat gespoten te worden en er onbesuisd vanaf te worden gegooid in het heerlijk verkoelend water van het park.

Na de lunch even wat uurtjes rustig aan gedaan mede dankzij de enorme hitte. Om 16:00 zijn we met de jeep vertrokken naar het Elephant breeding centre om te kijken hoe ze in het Nepal hun olifantenpopulatie in stand houden. Relatief weinig beesten, maar wel een aantal jonge olifantjes welke natuurlijk altijd een leuk tafereeltje is. Vooral het leren omgaan met de slurf van een baby olifant is aandoenlijk om te zien. Jammer vind ik het wel dat alle olifanten, als ze niet worden losgelaten in het park, vast moeten zitten aan een ketting van maximaal 6 meter omtrek..

Eten hebben we genuttigd bij Alfresco wat uitstekend beviel en na wat administratieve handelingen zijn we heerlijk gaan slapen.

Donderdag 17 augustus 2006


Vandaag werd een grote relaxdag. Het enige wat op het programma stond, een diner met lokale zang en dans, werd geannuleerd dus vandaag geen excursies, trips, planning en haasten. We staan rustig op en naast ontbijten doen we eigenlijk niet zoveel.

Hoogtepunt van de dag was zeker weer het olifanten wassen. De gewillige olifanten laten zich wassen en je mag eigenlijk alles met ze doen zolang ze maar verwend worden. De verzorgers laten ze beide kanten opdraaien en zitten en opstaan om over het hele lijft water te hebben gehad. Voor ons gaan ze zitten waarbij we de mogelijkheid hebben om erop te klimmen. Het is een machtig gevoel om op zo’n groot beest te zitten wetende dat hij/zij eenvoudig de mogelijkheid heeft om je zwaar toe te takelen. Om de een of andere reden voel je je toch behoorlijk veilig bij het aangezicht van de olifant met zijn lieve gezichtsuitdrukking en meewerkende modus.

De rest van de dag hebben we wederom weinig gedaan. De temperaturen waren er simpelweg niet naar en we zagen weinig uitdaging in het aanbod van excursies. De mensen die terugkwamen van de olifantentocht waren blij met de gespotte neushoorns, maar wij zijn wat verwend door de eerdere Zuid-Afrika reis.

Onze stamtent, Alfresco, hebben we zowel bij lunch als diner aangedaan vanwege de vriendelijke mensen en het lekkere eten; lekker vroeg gaan slapen, want weer moesten we vroeg op.

Vrijdag 18 augustus 2006
Om 06:05 ging de wekker alweer. Na een snelle douche en ontbijt scheurden we met de jeep door de schitterende dalen in het zuiden van Nepal. Het valt op hoe ongelooflijk groen alles is en hoe tegelijkertijd de infrastructuur toch nog goed op orde is voor zo’n arm land.

Rond 08:50 liepen we op een van de aanwezige loopbruggen om de rivier even uit te checken en dat zag er direct vanaf het begin al erg avontuurlijk uit. We konden er niet achter komen wat voor niveau deze rivier is, maar we schatten zo’n niveau 2 à 3 in met onze enige ervaring in Zambia in het achterhoofd.

Met twee boten gaan we op pad en zo af en toe is het best heftig. De tussenpozen zijn ruim en veelvuldig, maar het fantastische landschap biedt dan ook een welkome afwisseling. De groene heuvels zijn bezaaid met bomen, rijstvelden en andersoortig groen met een verdwaald huis er af en toe tussendoor. De rivier heeft zich een weg gebaand door de vallei en wordt soms aangevuld met kleine watervalletjes en een zijrivier.

We krijgen nog een lunch van een niveau wat je niet verwacht zo langs de kant op een totaal afgelegen plek; we hebben genoten. Zo rond 13:00 zijn we op de eindbestemming waar de rest van de groep al stond te wachten. We rijden door naar Pokhara door hetzelfde mooie landschap en stoppen af en toe om het fototoestel warm te draaien.

Aan het einde van de middag komen we aan in Pokhara en besluiten de avond rustig met het diner en het koud krijgen van de kamer.

Zaterdag 19 augustus 2006
Krankzinnig laat staan we op, want het is toch echt vakantie en uitslapen is een onderdeel daarvan. Dit in tegenstelling tot vele dagen wanneer we er toch vroeg uit moeten?! Vandaag een rustige dag dus en dat starten we met een taxiritje. We bestellen een taxi via het hotel om niet opgelicht te worden (naar eigen zeggen van het hotel) en willen naar wat tempeltjes en inkopen doen voor ons en wellicht wat thuisblijvers. We hebben pech, want zaterdag is juist de dag waarop de reguliere winkels dicht zijn.

We rijden naar Devi Falls; een waterval welke zich een baan heeft geworsteld door het Nepalese landschap en in een ravijn ter aarde stort ogenschijnlijk in een groot gat van de wereld. Een aantal meter verder komt hij echter weer terecht en is het water een belangrijke voedingsbron voor de Nepalese landbouw. Sowieso is water broodnodig, want hoewel we in het moessonseizoen zitten heeft het bar weinig geregend en dat dreigt inmiddels een fiasco te worden voor vele landbouwers.

De twee tempeltjes zijn niet veel om over naar huis te schrijven. De Bhimsen tempel fungeert als een rotonde en zelfs dicht als wij aankomen. Het houtsnijwerk met zowel een afbeelding van een godheid als erotische taferelen zijn wel aantrekkelijk om te zien. De Binde Basini tempel heeft niet alleen de typische architectuur van Nepal, maar ook al de “All seeing eyes” wat het nog aardig maakt. De direct ernaast gelegen Hindu-tempel heeft het mooiste uitzicht en je kon je direct laten inzegenen door de Brahma; voor ons even niet.

Teruggekomen lopen we naar de toeristenbuurt waar de winkels wel open zijn en besluiten daar dan maar te gaan shoppen. Twee zijden dekbedhoezen, een gebedsmolen, twee kasjmier sjalen en een sterke tas verder is dat goed gelukt! We konden zelfs nog even poolen met wat koude drankjes, want hoewel Pokhara in een constant wolkendek omringd wordt, kwam de zon af en toe wel door en steeg het kwik snel.

We kaarten nog wat en relaxen op de kamer om uiteindelijk bij de ..once upon a time.. wat te gaan eten.

Zondag 20 augustus 2006
Met een fikse wandeltocht op het programma staan we weer eens met een wekker op. Om 08:00 vertrekken we met een gezelschap per bus naar de berg van Sarangkot. We lopen het laatste stuk wat nog behoorlijk pittig blijkt te zijn; zeker voor ongetrainde bergbeklimmers. We passeren wat kleine winkeltjes en kleine huisjes op weg omhoog waar we uiteindelijk op de top een mooi uitzicht hebben over geheel Pokhara en omgeving.

Mineke en Andre komen we tegen die bezig zijn met een nog uitdagender wandeltocht en wij drinken nog wat om te vieren dat we het gehaald hebben. Hoewel de mist snel zien optrekken is er nog behoorlijk wat bewolking om eens heen en we hebben niet het geluk het Annapurna gebergte te kunnen zien.

 

Dalen is een verhaal apart. Hoewel in theorie dalen leuker is dan stijgen is het hier wat andersom. We dalen over smalle, ongelijke paden waarbij de zon ook nog eens doorgebroken is. Opletten en zweten was dus het resultaat! Onderweg hoorden we de waterval en uiteindelijk vonden we een gedeelte van die stroming. Zichtbaar genietend maakten iedereen gebruik van het verkoelende water om even bij te komen.

 

We beloonden onszelf aan het einde op de broodnodige suikers en zouten bij een stalletje langs de weg en teruglopend naar het hotel genoten we de lunch op het dakterras.

Even uitrusten van zo’n zware inspanning en de dag vliegt voorbij als je een beetje uitrust op de kamer (lees: slaapt). Na het diner heerlijk gaan slapen.

Maandag 21 augustus 2006
We kijken bezorgd naar het wolkendek rondom Pokhara en komen tot de conclusie dat we Pokhara gaan verlaten zonder noemenswaardige bergen te gaan zien. De heuvels rondom Pokhara zijn leuk en heerlijk om een stuk te wandelen, maar je komt toch een beetje naar Nepal voor de Himalaya. Nog koud in de bus stoppen we alweer omdat het Annapurna Himalaya gebergte toch nog door de wolken te zien is; een adembenemend beeld om te zien dat de Himalaya’s nog zoveel groter zijn dan de heuvels rondom Pokhara. De rest van de rit naar Kathmandu is het heet en slingerend bedwingen we menig heuvelrug. We komen laat in de middag aan en krijgen direct te maken met een regenbuitje. We moeten tenslotte niet vergeten dat we nog steeds in het regenseizoen zitten. Een zwarte, dreigend wolkenpak ligt boven de Kathmandu valei en we komen er niet uit of het nu alleen regen is of ook een immense pak smog; we houden het op beide.

We lopen langs de eerste de beste boekingsbureau om te controleren of we een mountain flight kunnen kopen en dat is geen probleem; voor $ 124,- p.p. vliegen we morgen, bij goed weer, langs de Mount Everst. We nuttigen het diner in een westerse tent en daar is de prijs ook naar. Als beloning kunnen we wel de overheerlijke B-52 bestellen.

We doorlopen een fikse regenbui en na douchen en lezen vallen we in slaap.

Dinsdag 22 augustus 2006
Die verdomde wekker ging alweer om 05:35; vakantie is gewoon niet leuk. Na een snelle douche staan we beneden met Renze, Paul en de afgesproken taxi. We rijden naar het vliegveld in een rust welke we nog niet gezien hebben in Kathmandu, je zou er bijna iedere dag zo vroeg voor opstaan. We worden afgezet bij de lelijkste terminal; blijkbaar is al het geld gestoken in de terminal voor buitenlandse passagiers. Aangezien wij de Buddha Air bergvlucht hebben zijn we ‘domestic passengers’, iets wat je toch niet verwacht te zijn in Nepal.

 

Wij krijgen gratis de beste plekken, maar Renze en Paul moeten er heftig om zeuren, maar de moeite wordt beloond! Na een heerlijke koffie kunnen we ietwat verlaat om 07:45 in het vliegtuig en met een maximum van 16 mensen is het meer een uit te kluit gewassen helikopter. We krijgen een handig overzichtje van de gehele bergrug om te controleren waar we precies zijn.

Eenmaal opgestegen is al snel duidelijk waarom deze omgeving de ‘Kathmandu vallei’ wordt genoemd. Compleet ingebouwd door groene bergruggen (veelal rijstvelden in terrasvorm) scheuren we over de vallei richting Himalaya’s. Het kost wat moeite om de getekende bergruggen te vertalen naar het echte werk daar hier en daar wat wolken blijven hangen rond de enorme puisten. De stewardess brengt uitkomst, want we doorloopt het gehele vliegtuig (+/- 5 minuten) om uit te leggen waar we zijn, wat we gaan zien en dat de mogelijkheid er is om even in de cockpit mee te kijken; iets waar je normaal gesproken voor opgepakt en bestempeld wordt als terrorist.

Opvallend is te zien dat de groene bergruggen gescheiden worden door het wolkendek waarboven dan alleen de witgesneeuwde bergtoppen van de Himalaya’s te zien zijn. We ontdekken steeds meer bergtoppen waarna de melding volgt dat de Mount Everest in beeld is; de spanning stijgt. We vliegen op zo’n 9 kilometer hoogte (Mount Everest is 8848 meter hoog) en draaien vlak ervoor om het gehele vliegtuig de kans te geven de berg te zien.

 

De grootsheid moet je er zelf bij bedenken, want door het wolkendek is niet goed te zien hoe enorm groot de verhoudingen zijn van de Mount Everest in verhouding met de rest van de bergen, maar het doet niet af aan de pret.

Nog een rondje langs de gehele bergrug en we dalen alweer. Een krap uurtje vliegen, maar een ervaring om nooit te vergeten.

We rijden terug naar het hotel en ontbijten in het hotel. We huren een auto en willen naar een aantal plaatsen dus huren we een dag de auto inclusief chauffeur. We rijden naar Budhanilkanta in een rustig tempo waarbij het gelukkig steeds rustiger wordt op de weg. Budhanilkanta is een uitrustende Vishnu liggend in een bed van slangen. Waar hij de rust vandaan haalt is ons een raadsel, maar wellicht scheelt het wat dat hier geen opdringerige verkopers zijn. We kunnen alles zien, maar morgen er niet pal voor staan; alleen voor Hindoeïsten.

We rijden verder naar het Kopan klooster wat een lastige rit bleek te zijn. Na vele verschrikkelijke weggetjes begin je je af te vragen of je wel de goede keuze hebt gemaakt, maar we eindigen in alle stilte bovenop een berg in Kathmandu. De deur wordt geopend door de beveiliging (die later overigens nergens meer te vinden was; streng dus!) en we horen geklap de rust verstoren.

We lopen naar binnen en direct valt op dat het overal overdreven schoon is, het klooster zelf ook erg goed bijgehouden wordt en alles nog behoorlijk nieuw lijkt. Voor het grote klooster staan groepjes monniken te discussiëren en versterken hun worden met klappen op hun handen. Een meester boeddhist houdt alles in de gaten, legt uit waar nodig en is zichtbaar tevreden wat zijn pupillen allemaal bereikt hebben.

We kunnen doorlopen naar achteren en bekijken daar een mooie tuin welke weelderig versiert is met een immens bouwwerk gevuld met boeddhisten taferelen; uiteraard ook diverse verpersoonlijkheden van Boeddha zelf. De gebedsvlaggetjes maken het geheel af en de rust welke verspreid wordt over de wereld is enorm; jammer dat het in kathmandu zelf al niets helpt. Na de gebedsmolens te hebben laten draaien en een koud drankje zijn we weer op weg naar Bouddhanath. Onze chauffeur is prompt bevorderd tot automechanicus als een blokkerende auto niet meer verder wil. De kunsten van onze chauffeur zijn helaas niet van dusdanig aard dat het hem lukt, maar de auto opzij duwen kan nog wel.

 

We komen aan bij Bouddhanath en zien direct die indringende ogen all seeing eyes van het bouwwerk. Aan alle kanten kijken de ogen van Boeddha mee en je krijgt er een soort Big Brother gevoel van waardoor je automatisch een aantal keer achter je om gaat kijken zonder zichtbare reden. Struinend langs het monument zien we veel toeristenshops vol met zooi en we besluiten er maar op te gaan klimmen. De immense, 36 meter hoge, stupa is omringd door gebedsmolens welke de boeddhisten draaiende dienen te houden en de liederen van ‘Om Mani Padme Hum’ klinken continu uit de boxen van de winkeltjes bij gebruik aan live boeddhisten die het neuriën.

 

Onze laatste stop was het Pashupatinath. Dit, voor Hindu’s, belangrijkste heiligdom in Nepal en zeer belangrijk in het algemeen, is een verzameling tempels, ghats, monumenten en heiligdommen aan weerskanten van de heilige Bagmati rivier. De belangrijkste tempel is alleen voor Hindu’s toegankelijk, maar alles eromheen kan wel bezichtigd worden. We maken gebruik van de gids, want het is wat veel om te begrijpen. Ook hier zijn weer crematie’s al zijn het er lang niet zoveel als in Varanasi. Sowieso zijn er vele afwijkingen, want hier is het geen probleem om te filmen en foto’s te nemen. Het gehele crematieritueel is iets anders, maar uiteindelijk worden de lichamen toch gewoon verbrand en het as in de rivier gegooid. De Bagmati rivier komt uiteindelijk uit in de Ganges, dus hierin geloosd worden is heilig genoeg. We bekijken hoe een lichaam verbrand wordt en hoe er een nieuwe wordt klaargelegd en gaan verder. Jonge kinderen spelen in het water van de Bagmati en heiligen hangen, enigszins onder invloed, een beetje bij de tempels rond. Apen rennen wild door het complex heen en wij verbazen ons over de vele fallussymbolen die hier aanwezig zijn. Ook het erotisch getinte houtsnijwerk is nogal verbazend bij het normaal gesproken zo preutse Nepalese volk.

We laten ons afzetten bij het hotel en de rest van de dag brengen we rustig door; het was een lange dag en we begonnen vroeg..

Woensdag 23 augustus 2006
Na de ochtendrituelen lopen we naar de Pimpernickle backery. Een bakkerij welke vers croissants en brood bakt en eveneens een heerlijke cappucino voor kan schotelen. Bij dit soort gedachtes word je even zo blij als een kind en kunnen we na 4,5 week toast met butter and jam onmogelijk weerstaan. De Yak sandwich, lassie, cappucino en croissants gaan met het grootste gemak in de buiken waar ontbijten meestal moeilijk bleek te zijn.

Op weg naar een van de drie oude koningssteden ‘Bhaktapur’ om de oude stad inclusief Durbar Square (Paleizen plein) te gaan bekijken. Na het betalen van een ticket lopen we direct een straat binnen waarbij het lijkt alsof je 1000 jaar terug in de tijd bent gegaan. Redelijk smal, ongelijke huizen en vele versierd met briljant houtsnijwerk.

We passeren de lokale slager welke zijn handel in open zicht hakt, tentoon stelt en laat rotten wat overbodig is. We bezoeken diverse tempeltjes, maar pas echt interessant wordt het op het Dattatraya Square waar diverse tempels bijelkaar staan rondom een plein. Het plein wordt nu gebruikt voor de lokale markt en men kan eenvoudig fantaseren dat hier niet veel veranderd is in alle jaren. Vooral het houtsnijwerk valt enorm op; de perfectie en geduld welke de Newars moesten hebben, zal enorm zijn geweest om dit te kunnen fabriceren.

Het volgende plein wordt vooral gedomineerd door het vijf verdieping tellende, 30 meter hoge Nyatapola Tempel. De tempel eist alle aandacht, maar wordt verder omringd door diverse bredere tempels en monumenten en wij besluiten om in een van deze gebouwen een drankje te nuttigen. Het Durbar Square even verderop is wat ruimer in opzet, maar het straalt minder allure uit dan het plein van de Nyatapola; het is te wijds. Een enorm museum bestrijkt een groot deel van het plein en rondom staan nog diverse tempels; allen wederom versierd met het bekende houtsnijwerk.

Aangezien de rest van de groep niet komt opdagen door het falen van de reisbegeleiding besluiten wij dan zelf maar naar Patan te gaan. In Patan worden we afgezet door onze taxi direct op het Durbar Square en staan direct midden in een lezing van iemand. In Patan, of Lalitpur zoals het lokaal nog genoemd wordt (Lalitpur betekent ‘stad van de schoonheid’, maar dat valt “vies” tegen als je even de moeite neemt om buiten het Durbar Square rond te lopen), ligt alles dicht bij elkaar dus je bent snel klaar. Hier is de Durbar Square niet zo wijds opgezet en staan ook immense gebouwen naast elkaar om te indruk te geven van een groots geheel.

We lopen een flink stuk richting Kathmandu, maar besluiten als de regen dreigt te komen om de taxi te nemen. De rest van de dag doen we vrij weinig, maar we eten geweldig in het Italiaanse restaurant ‘Marco Polo’ waar je voor iets meer dan twee euro vier mensen aan het werk zet, de pizza vanaf het deeg vers gemaakt wordt en de houtoven nog goed werk verricht.

Donderdag 24 augustus 2006
Een keertje geen wekker wat toch echt het vakantiegevoel in moet houden. We ontbeten weer bij de Pimpernickle backery aangezien succes gegarandeerd is met al die lekkere zaken. We maken er een loopdagje van en lopen vanaf ons hotel naar de Durbar Square in Kathmandu. Onderweg zien we nog diverse tempeltjes waaruit blijkt dat de All Seeying Eyes een favoriete tempelversiering is in de Kathmandu vallei. De schooljeugd scharrelt hier rond en de monniken, waarvan sommige erg jong, maken in alle rust het klooster schoon en wachten wat de dag hen brengt.

Het Durbar Square in Kathmandu is de grootste van allemaal. Een enorm paleis maakt deel uit van het gehele plein, alle koningen worden op dit plein beëdigd en een van de weinige mensen die nog boven de koning staat woont hier; de Kumari. De Kumari is een levende godin welke in de leeftijd van drie jaar tot en met de ongesteldheid (of wanneer ze om een andere reden bloedingen krijgt) vrijwel opgesloten zit in het bijbehorende paleis en wordt gekozen uit een merkwaardig ritueel.

Als het tijd is om een nieuwe Kumari godin te verkiezen worden vele drie-jarige meisjes in een donkere kamer gestopt met beesten. Het meisje welke het minst bang is wordt vervolgens verkozen tot de nieuwe Kumari godin. Aangezien de rest van de groep dagen eerder al geweest was en een doodongelukkig meisje aantroffen, hebben wij geen geld betaald om een glimps van de godin op te vangen.

Uiteraard bestaat het plein uit vele gebouwen, tempels en standbeelden, maar ook nieuwe dingen manifesteren zich op het plein. Een afschrikwekkend beeld van Khal Bhairav werd vroeger, begrijpelijk, gebruikt om mensen te laten zweren de waarheid te spreken. Ook is op het plein de enige achthoekige tempel te vinden. Het machtig uitziende Taleju Tempel wordt ook nog eens omringd door 11 kleinere tempeltjes. Goud wordt alleen gebruikt op opzichtige plaatsen om de welvaart nog eens te benadrukken.

Via meerdere steegjes en straten kom je er al snel achter dat het ook in Nepal een ongelooflijk zooitje kan zijn. Vooral de rivier lijkt wel gebruikt te worden als afvalverwerking (we vermoeden dat mensen het afval dumpen in de rivier wetende dat het toch wordt meegenomen met de stroming en dat de ‘eigen achtertuin’ in ieder geval schoon is) en de varkens scharrelen dan ook kostelijk door alle kliekjes.

We lopen naar het Swayambhunath wat nog gepaard gaat met een fikse trappenklim. Bovenaan wordt je vervolgens getrakteerd op een enorme tempel met, jawel, de All Seeying Eyes wederom. Eromheen staan nog vele tempels en heilige plaatsen en je krijgt een uitzicht op het Kathmandu vallei erbij. We rusten wat uit met wat drankjes en doen er een uur over om een rondje te lopen over het kleine complex. Mensen spelen muziek de bedevaarders lopen, met de klok mee, rond de stoepa om de gebedsmolentjes draaiend te houden. Een tv-zender maakt opnames en interviewt diverse mensen en de, vooral, vrouwen besprenkelen alle kleine tempeltjes met rijst, een wateroplossing en kleine bloemetjes. Deze zooi wordt vervolgens opgegeten door de apen en vele rondzwervende honden.

 

Teruglopend nemen we het laatste stuk weer een taxi, mede door de dreigende regenval en we eten wederom bij de Pimpernickle backery omdat we er geen van kunnen krijgen. De rest van de middag relaxen we weer.

Om 19:00 zijn we onderweg naar Ying Yang voor het afscheidsdiner met de gehele groep; iets wat we al erg lang niet gedaan hadden.

Beesten
Honden
Honden zijn er in overvloed. Veelal zien ze er uitgewoond uit en zijn ze bang voor mensen; het vermoeden bestaat dat ze veel geslagen of geschopt worden willen ze zo schuw worden. De honden staan tussen de koeien, zwijnen en varkens in de vuilstort plaatsen te grazen naar iets eetbaars.

Poezen
Nauwelijks gezien in India. Wellicht is het klimaat niet goed voor de poezen of zijn ze allemaal al in de wok beland.

Olifanten
Op de plaatsen waar wij geweest zijn worden ze nauwelijks meer gebruikt in het dagelijkse leven. Bij Amber Fort bijvoorbeeld waren ze in vol ornaat wel aanwezig, maar daar werden ze gebruikt (lees: misbruikt) om de weg naar boven te versimpelen voor alle toeristen.

Koeien
Alle koeien zijn heilig in India, maar dit levert eigenlijk de grootste ellende op. Ze grazen tussen de vuilstortplaatsen en zorgen voor een stuk afvalverwerking wat op zich handig uitkomt. Ze planten zich helaas onverstoord voort waardoor er erg veel koeien zijn in India en ze doen allemaal precies wat ze willen. Wij hebben meerdere malen rare capriolen moeten uithalen om de koeien te ontwijken, ze schijten overal waardoor je gedwongen wordt naar beneden te kijken dan even lekker rond te kijken en de dagelijkse gang van zaken op te nemen.

Ratten
Vooral de rattentempel was een verhaal apart, maar verder hebben we ze nog niet eens zo gek vaak gezien gek genoeg. Open riolen en vuilstortplaatsen genoeg, maar we zagen weinig ratten; ik verdenk de ratten ervan gaten te graven onder die vuilstortplaatsen en zo aan hun trekken te komen.

Duiven
De krankzinnige hoeveelheid duiven welke India telt vormen echt een plaag voor vooral de monumenten. Vooral Haveli’s zaten onder de uitwerpselen van de duiven en hun broedplaatsen zijn dikwijls eeuwenoude monumenten. Het gevolg hiervan is dat op de prachtigste gebouwen lelijk kippengaas wordt gespannen om het nog een beetje te beperken; het doet wat af aan de schoonheid ervan.

Mensen
De mensen in India lijken wel allemaal gek. Het zijn er inmiddels zo’n 1,2 miljard en het is een verhaal apart. Zoals wel blijkt uit het reisverslag proberen ze overal geld voor te vragen. Natuurlijk is er armoede onder een groot gedeelte van de bevolking en wordt je aangezien als de ‘rijke buitenlander’, maar het is meer dat je wordt aangezien als een bodemloze put gevuld met eeuwige rijkdom welke met het grootste gemak om de tuin wordt geleid. Te weinig wisselgeld teruggeven, terugkomen op eerder overeengekomen afspraken, gescheurd geld geven welke vervolgens niemand meer accepteert en geld vragen om de meest bizarre dingen zijn een aantal standaard zaken waarbij je zo moet opletten. Geld werd gevraagd om:

- Het geven van een tissue na het wassen van je handen
- Het neerleggen van jouw handdoek
- Het oppassen van jouw slippers voor een moskee/tempel
- Het aanzetten van de stroom in jouw hotelkamer wat toch eigenlijk normaal hoort te zijn?!
- Het wijzen naar de toilet staand onder het boord ‘Toilet’
- Etc..etc

Vooral Marijke is een blikvanger in India. Hoewel je toch verwacht dat men bijvoorbeeld in Delhi wel wat gewend is, is een blonde blanke vrouw genoeg om alles te laten vallen, ongegeneerd met open mond te blijven staren en het liefst mee te draaien met de pas van de vrouw. Bij eetgelegenheden is het eerder regel dan uitzondering dat Marijke continu wordt aangestaard door alles en iedereen wat mannelijk is (soms ook vrouwelijk!).

Vele mensen zijn dakloos en/of kansloos waardoor behoorlijk wat gebedeld wordt. Vooral de jonge kinderen worden getraind in het aftroggelen van geld en helaas kunnen zij het erg lang volhouden. Bij een wandeltochtje door Delhi waren we bijvoorbeeld genoodzaakt letterlijk en figuurlijk de kinderen van ons af te slaan. In de andere steden moest je eerst indringend ‘nee’ verkopen en als laatste redmiddel werd meestal negeren gebruikt. Een enkele keer hadden we door dat het bedelen omsloeg in het irritant jennen van ons waarbij fysiek contact onvermijdbaar was.

In een restaurant in Jaipur waren vier obers aan het ‘werk’ door te staan en rond te kijken of iemand nog iets nodig had. Op zich heel goed, maar nadat wij besteld hadden gebeurde het volgende. Op een plateau groot genoeg voor twee volwaardige gerechten werd vanaf de keuken naar onze tafel, aan de andere kant van de zaak, het peper en zout gebracht. De ober liep terug en ging de sauzen halen en zette deze neer. De ober liep terug en ging de servetjes halen en zette deze neer. De ober liep terug en ging borden halen en zette deze neer… Dit had met het grootste gemak in een keer gekund, maar dat zou efficiënt en praktisch zijn.

Zelf initiatief is moeilijk te herkennen in India. Het kastensysteem wordt nog steeds gehanteerd op straat blijkt uit meerdere gesprekken en geboren worden in een bepaalde status is genoeg om het gehele leven te kunnen bepalen. Als je als gewone man geboren wordt, is het aannemelijk dat je zo eindigt. Dit werkt natuurlijk niet echt motiverend en initiatief en durf wordt er feitelijk direct al uitgeslagen.

Uithuwelijken gebeurt nog steeds, zeker als het aan de ouders ligt, en het kastensysteem wordt door de mensen zelf, niet de regering, in stand gehouden. Verandering en vrijheid moeten dus compleet vanuit de bevolking komen en niet van regelgeving.

Het lijkt er wel op alsof het land zelf niet weet hoeveel rijkdom het bezit in de vorm van monumenten, bijzonderheden en allerlei andere zaken. Vele bezienswaardigheden worden compleet genegeerd, en echt niet alleen om het geldgebrek, wegen zijn soms hopeloos en enige regelgeving en uniformiteit blinken uit door afwezigheid.

Hopeloos? Nog niet.. Vooral tijdens de ritten naar de grote steden blijkt dat vierbaans wegen worden aangelegd en restauratiewerkzaamheden hebben we, vooral bij de grotere bezienswaardigheden, toch nog kunnen waarnemen. De Taj Mahal was een perfect voorbeeld van hoe het ongeveer zou moeten en ziet er erg goed onderhouden uit. De industriële revolutie gooit echter roet in het eten (en in de lucht) welke helaas nog teveel smog verspreiden wat weer gevaarlijk is voor de Taj Mahal.

India loopt een goede 100 jaar achter op het westen, maar het ligt aan de bevolking om een en ander goed en snel te kunnen veranderen, of ze het gaan inhalen..?

Links (Extern) :
india.pagina.nl
nepal.pagina.nl
Djoser Reisinformatie
Reisverslag 1
Taj Mahal website
Reisverslag 2
© de Smit | www.wereldwijd.org | 2007 | Alle rechten voorbehouden | Contact |