Djoser.nl -- Avontuurlijke reizen met net dat ene kleine beetje extra..Djoser.nl -- Avontuurlijke reizen met net dat ene kleine beetje extra..

 

  

Azië : Vietnam & Cambodja

 

 

 

 


Inleiding:
Deze pagina moet de reisbeschrijving gaan worden van de  Djoserreis Vietnam & Cambodja. De reis is er een van 27 dagen en loopt dwars door twee landen in Azië. 

De reis is van 25 november t/m 21 december 2004 en ik zal hieronder gaan trachten te beschrijven hoe ik de reis heb ervaren in dagboekvorm. De reis is voor een groot gedeelte al beschreven op de Djoser-site (link) hoewel over het algemeen de invulling ter plekke geheel aan de reiziger(s) zelf over wordt gelaten.

De reis wordt verzorgt door 'Malaysian Airlines' (tijden zijn allen lokale tijden):
25 november: 
Amsterdam  12:00  - Kuala Lumpur  06:55 (MH 17)
Kuala Lumpur  11:55  -  Hanoi  14:20 (MH 752)

20 december:
Siem Riep  13:00  -  Kuala Lumpur 17:20 [MH 765]
Kuala Lumpur  23:45  -  Amsterdam 05:55 [MH 16]

Praktische info:
Aanbevolen vaccinaties: Hepatitus A, (buik-)tyfus en DTP (Difterie, Tetanus & Polio).
www.lcr.nl voor meer informatie.

Geldzaken
1 Euro levert het volgende op:
- 17.500 dong
- 4250 riel

Weer
De temperatuur in Hanoi ligt tussen 17° en 29°C. In Sa Pa is het gemiddeld enkele graden koeler en in de wintermaanden kan het er zelfs koud zijn. Het zuiden en midden van Vietnam kennen een warm tropisch klimaat met temperaturen tussen 20° en 35°C. Tussen oktober en april is er een relatief vochtige tijd in het noordelijk deel van Vietnam, ongeveer tot het centraal gelegen Da Nang. In de regenperiode valt er regelmatig een forse bui, meestal aan het eind van de middag en 's nachts. De hoeveelheid regen verschilt evenwel sterk per plaats en regio..

Landeninformatie:
Vietnam:
83 Miljoen inwoners. De meeste mensen (85-90&) zijn uiteraard Vietnamees. De rest van de mensen worden opgemaakt uit Khmer (inwoners van Cambodja), Chinees, Hmnong, Thai, Cham en bergbewoners. De meeste mensen zijn Boeddhist, maar er zijn talloze anders religies waaronder Christendom en Islam. De hoofdstad is Hanoi.

Cambodja:
13,5 Miljoen inwoners. Verreweg de grootste groepering zijn de Khmers (90%) gevolgd door vietnamezen (5%), chinezen (1%) en overige (4%) groeperingen. De officiële taal is ook al Khmer gevolgd door Frans en Engels. Vrijwel iedereen is boeddhist. De hoofdstad is Phnom Penh 

Voorbereidingen:
Ik had iets heel anders in mijn gedachten zitten; Syrië, Libanon en Jordanië. Helaas was er blijkbaar niet genoeg animo (een paar bomaanslagen en mensen zijn gelijk bang:-)!) en ging de reis dus niet door. Iets anders dan maar. Ik ben de moeilijkste niet en heb bovendien een enorme drang om simpelweg alles een keer te zien. 

Vietnam en Cambodja staan nou ook niet echt bekend als de meest gewilde vakantiebestemming. Daar heb ik me nog nooit eerder door laten stoppen dus maakt me dat niet zoveel uit. Vietnam kent 'iedereen' van de oorlog tussen de Amerikanen en de Vietcong en Cambodja is vooral bekend door de rode Khmer. Beide niet echt positieve gebeurtenissen in de geschiedenis van de twee landen. 

Daar eigenlijk lijnrecht tegenover staat het feit dat Vietnam een erg mooie natuur schijnt te hebben en in Cambodja een van de zeven wereldwonderen staat; de Angkor tempels.

Ik had dus een reis geplanned die eindelijk een keer niet zo'n lange vliegrit duurde, maar dat is dus inmiddels wel anders. Ik vlieg wel met Malaysian Airlines en de 27 dagen durende reis maakt het echt wel goed..

Reisverslag

Regenachtige en bijna deprimerend weer is het op de vroege dag rond 07:00. Armand komt me ophalen om me in een gigantische file naar schiphol te brengen. Toch op tijd aangekomen zie ik direct Danny al staan. Met een verse dosis adrenaline komt de reis dan nu toch wel erg dichtbij.. Na het inchecken zie ik al diverse Djosertags en hebben we koffie gedronken met Ton en Jolande. Met Danny, Ton en Jolande belooft het eigenlijk al een goede vakantie te worden, want samen met ondergetekende heb je al een fikse dosis vreemde figuren die wel erg kunnen lachen.

De vlucht werd opgevrolijkt door de volgende zaken:
-
        
Bejeweled (echt waar, 19000 + Danny!)
-
        
Nintendo-spelletjes
-
        
MP3-speler met wat goede muziek
-
        
Erg lekker eten en drinken

Dan nog blijft het feit dat vliegen te lang duurt voor een snel uitgekeken persoon als mijzelf..

Op Kuala Lumpur zijn we vervolgens nog wat mensen tegengekomen. Dit maakte de vijf uur wachttijd wat draaglijker. Om ongeveer 14:20 (08:20 ‘mijn’ tijd) landden we op Hanoi Airport; een hobbelig stuk asfalt dat landingsbaan wordt genoemd.

Na kennismaking met de gehele groep en uiteraard de reisbegeleider en gids zijn we door Hanoi-stad gaan rijden om na ongeveer drie kwartier aan te komen bij Camillia hotel. Onderweg bleken de motorcyclo’s (brommer/scooter uiterlijk, maar met een soort motorbesturing) hét vervoersmiddel te zijn bij uitstek; duizenden tegelijk vinden in de complete chaos een weg en miraculeus genoeg schijnt alles nog aardig goed te gaan..

Een auto is onbetaalbaar dus het straatbeeld wordt beheerst door de motorcyclo’s, een sporadische rijkeluis- of taxiauto en normale cyclo’s waarmee mensen getransporteerd worden.

Vele open winkels direct aan de straat en veel verkoop op straat inclusief eten en drinken wat me allemaal erg aan Indonesië doet denken. Het was nog  niet het meest geweldige weer, maar met 12 graden Nederland achterlatend is het toch erg acceptabel.

Het Vietnamees is een tonentaal wat het voor een Europeaan erg lastig maakt om de taal eigen te maken. Gelukkig gebruiken ze voor de geschreven taal nog wel de Romeinse letters dus dat is nog gewoon woordjes leren.

Het bleek al snel dat Danny en ik niet alles even aandachtig hadden doorgelezen en daardoor moesten we pasfoto’s laten maken voor de visumaanvraag voor Cambodja. Tegenover ons hotel werd de mogelijkheid geboden om pasfoto’s te maken en dat was weer een leuke beleving. Sowieso bleek hier al dat Engels slecht wordt verstaan en dat ze pasfoto’s hier niet zo serieus aanpakken als in Nederland. Op straat (!) met een blauw bord erachter werden de pasfoto’s gemaakt waar na 30 minuten deze konden worden opgehaald.

Met de gehele groep gegeten om 18:00 als verdere kennismaking, maar ook bekend te worden met de Vietnamese keuken. Een rijsttafelachtig idee wat erg goed smaakte en natuurlijk moet er geoefend worden met de chopsticks wat in deze fase van de vakantie nog niet makkelijk bleek te zijn.

Na wat Hanoi bier en wat gesprekjes ben ik lekker vroeg gaan slapen om het Vietnamese ritme meester te worden.

Na een heerlijke nachtrust lekker opgestaan rond 09:15 om te gaan ontbijten. Het ontbijt was een mix tussen westers en Vietnamees eten; dit zou heel de vakantie zo blijven. Dat hield dus koffie met jus d’orange en broodjes jam en ei met nasi en loempia’s..wat je wil!

We hadden de ochtend vrij en die is opgegaan door een rondje om het Hoan Kiem meer. Om er te komen moesten we de nieuwste techniek in oversteken nog leren; doorlopen! Hoewel het eruit zag als complete chaos was de truc om gewoon door te lopen tijdens het oversteken zodat iedereen rekening kon houden met jou en het enige wat je dan zelf moest doen was enigszins opletten of iedereen jou ziet en eventueel aanpassen aan wat razende motorcyclo’s.

Het meer had een kleine schildpadden pagode (tempel) in het midden waar een aardig verhaal aan zat. Aan het meer zat een tempel aan de schildpad gewijd en om het meer waren nog een aantal leuke dingen. Halverwege de eerste straat  zagen we het standbeeld van Lý Thái Tό; de stichter van Hanoi. Halverwege het rondje was de Jade Berg Tempel. Na een mooie welkomsttoren moest het eilandje met de tempel met een rode brug bereikt worden. Veel pracht en praal binnen wat we later nog wel meer zouden gaan zien.

Na nog meer rondlopen bleken de Franse invloeden al erg duidelijk aanwezig. Veel bouwwerken en ook de stratenstructuur deed Frans aan. We lunchten in een Frans bistrootje..

Om een uur zijn we gaan rondrijden met de normale cyclo’s op weg naar ‘de oude stad’. Vele grote Franse bouwwerken die nog erg goed onderhouden waren. Tegenwoordig zitten er allerlei belangrijke overheidsinstanties in of af en toe een bank. De vietnamezen hebben blijkbaar hun straten zo verdeeld dat er per straat een soort koopwaar te vinden was. Straten vol met alleen maar schoenen, brommers, souvenirs etcetc lijkt toch niet zo goed te werken voor het vraag/aanbod verhaal in onze ogen.

De gids legde een hoop dingen uit en had er schijnbaar plezier in om door zijn eigen stad te rijden. Op zijn beste engels (en dat was toch niet al te best) legde hij trots uit wat wat was en hoe het allemaal een beetje werkt in ‘zijn’ stad.

Einddoel van de rit was het Ho Chi Minh Mausoleum. Een fors, statig en vierkant massief gebouw waar de belangrijkste man in de Vietnamese geschiedenis zou moeten liggen. Helaas was Ho Chi Minh zelf voor ‘groot onderhoud’ afwezig en was het dus opvallend rustig. Dit had ook tot gevolg dat het achterliggende museum gesloten was voor onderhoud. Rondom het graf was het presidentieel paleis te vinden wat door de Fransen gemaakt was als verblijf voor de gouverneur-generaal van Frans IndoChina. Een enorm groot en geel paleis wat imponeert bij het eerste aangezicht.

Verder lopend was een mooie tuin met uiteindelijk de paalwoning van Ho Chi Minh zelf aan een klein meertje gelegen. Ho Chi Minh kreeg de mogelijkheid in het uitbundige paleis plaats te nemen, maar koos ervoor om een eenvoudige betrekking te nemen in een nieuw te bouwen tuinhuis. Drie kamers van waaruit o.a. de complete amerika-vietnam oorlog werd bestuurd was alles wat uncle Ho zichzelf kon bieden. Hij weigerde in een enorm complex te wonen wetende dat vele van zijn landgenoten die luxe nog niet eens durfden te dromen.

Vervolgens liepen we langs het (dichte) Ho Chi Minh Museum, wat er dan weer wel fors en statig uitzag, door een prachtig aangelegde tuin naar de One pillar pagode. Een tempel daadwerkelijk op een betonnen paal midden in een kunstmatig slootje kon de gedachte mij niet ontgaan dat het meer een toeristische trekpleister was dan een efficient ingerichte tempel.

De tempel heeft zijn origine in 1049 en werd gebouwd als gelijkenis naar de lotusbloem; een veel gebruikt symbool in het boeddhisme. Het ziet er leuk uit en hoewel hij compleet herbouwd moest worden nadat de Fransen het hadden verwoest was ik allang blij dat het een authentieke aangelegenheid betrof.

Na het complete Ho Chi Minh Mausoleum bezochten we het literair museum. Origineel opgezet door de Chinezen (en dat was duidelijk te merken) is het bouwwerk uit 1070 compleet gewijd aan Confusius. Het gehele complex is rijk gedecoreerd en vooral de vele schildpadden met afgestuurden is een bijzonder gezicht. Uiteraard mag de beste man zelf, Confusies, niet ontbreken. Wat nu al opvalt is dat alle gebouwen goed verzorgd worden en dat dat er ook hier voor zorgt dat alles netjes en tegelijkertijd authentiek eruit ziet.

Na het literair museum besloten we terug te gaan lopen middels de kortste manier wat grappige beelden opleverde. Vietnam is nog steeds een communistisch land wat dan ook niet te koop staat met zijn problemen. Lopend door de achterbuurt van Hanoi merk je echter al snel dat er een hoop mis is met Vietnam. Een goede afvalverwerking is er zeker niet overal, gebouwen met enige vorm van logische bouwmethodes zijn ver te zoeken en hygiënevoorschriften moeten nog verzonnen worden.  

Het laat wel een écht stuk Vietnam zien wat je dan toch weer niet wil missen. Zittend aan de rand van de weg met een drankje op kinderstoeltjes (want Vietnamezen passen daar wel in, in tegenstelling tot Nederlanders..) zie je het allemaal voorbij komen en realiseer je dat je toch in een land zit wat nog veel in te halen heeft. Wel zal het besef komen tijdens deze vakantie dat ze wel in staat zijn om in te kunnen halen..

 Precies op tijd waren we terug om naar het waterpoppentheater te gaan. Een vreemde manier van ontspanning die vanuit China is komen overwaaien (zoals vele dingen) en hier is blijven steken als het traditionele vermaak van Vietnam. Om 18:30 begon de voorstelling in eerste instantie met traditionele volksmuziek en dat klonk al een heel stuk beter dan eerdere volksmuziek die ik in Azië wel eens gehoord heb (Indonesië).

Waterpoppen komen uit het water en worden bestuurd door mensen die achter een doek in het water staan. Met enorme balken hout en in vergelijking minuscule scharniertjes worden mensen en beesten bestuurd al naar gelang het verhaal wenst. De verhalen zijn o.a. oude mythen, maar ook de dagelijkse realiteit komt naar voren.  

Na een uurtje zijn we lekker gaan eten bij Little Hanoi waar we weer een tafel vol eten voorgeschoteld kregen. Na dit eten (lees: graaien) moest er even wat gedronken worden totdat de twee tenten waar we zaten ook dicht gingen.  

Om 08:30 en na de douche en ontbijt hadden we een wandeling bedacht door Hanoi:

Boeddhistische Quan Su tempel – Een tempel waar toevalligerwijs een dienst gaande was. Eromheen was een campus van de boeddhisten die opgeleid werden. Vele offers werden gedaan aan Boeddha bestaande uit de gekste dingen; noodles, rijst, speelgoed, etc. Overigens wordt alles na de dienst gewoon weer meegenomen.

Voormalig gevangenis (beter bekend als: Hanoi Hilton) – Een gevangenis gebouwd door de Fransen tijdens de koloniale bezetting voor opstandige vietnamezen en, ironisch genoeg, gebruikt door de Vietnamezen om Amerikaanse gevangenen in te houden.

Bizar was het om te lezen dat een kamer gewijd was aan de Amerikanen om te laten zien dat ze erg goed behandeld zijn in de Vietnamese gevangenis..

St Jozef Cathedraal – Uiteraard door de Fransen neergezet en doet al een beetje denken aan de Notre Dame qua uiterlijk. Wat hier opval was de complete onwil om ook maar een beetje aan restauratie te doen. We eindigden deze wandeling met lunch in een Frans bistrootje met zelfs nog echte Jazz op de achtergrond.  

Om 13:00 gingen we onderweg met de grote bus naar Halong Bay. Onderweg stopten we bij een keramiek-shop waar het complete proces van het maken van borden, kommetjes, theesetjes, etc te zien was. Ook een borduur-shop (die erg goed op schilderijen leken) waar kinderen werkten die iets mankeerden (normaal gesproken kansloos in Vietnam) werd gestopt voor lunch.  

Aangekomen omstreeks 18:00 in Halong Bay en het stadje bleek in rap tempo helemaal volgebouwd te zijn met vele, vele hotels. Naast de vele hotels, vele (karaoke-)cafés en restaurantjes was er ook nog een markt met alle gewenste prullaria.  

We bleken vlakbij het strand te zijn en gingen er ook in de buurt eten. Lekker simpel bij een heerlijk visrestaurant met van die plastic stoelen en tafels.  

Na wat fruitinkopen aan tafel zijn we nog gaan drinken en poolen voor een afzakkertje. Tijdens het poolen zagen we op het nieuws dat er overstromingen waren in Hue en Hoi an; plekken waar we binnen drie tot vijf dagen zouden zijn! Na het ontbijt direct naar een boot gebracht die ons de hele dag zou rondvaren in de Halong Bay.

 

De Halong Bay zijn feitelijk vele rotsformaties die op onverklaarbare manier uit de zee steken. In de Zuid-Chinese zee komen de rotsformaties voor vlakbij de kust. Ze zijn weinig begroeid en het valt op dat er nagenoeg geen dieren te vinden zijn; geen vogels, geen eenden, niets. Een aantal rotsformaties is wat mee gedaan; je kan er een opklimmen, een is een grot in gemaakt waar stalagmieten en stalactieten in te vinden zijn en de formaties maken mooie baaien waar heerlijk rustig in te luieren is.  

We passeren een aantal Floating villages waar de dagelijkse gang van zaken langzaam op begint te starten. Na een tijdje voeren we in een doodlopende baai met een ingang naar een grot. We meren aan en lopen de grot in. Binnen blijken stalagmieten en stalactieten orde aan de dag te zijn en om het geheel wat interessanter te maken zijn er spots met verschillende kleuren opgezet wat een mooi plaatje maakt. Na een wandelingetje van een half uurtje inclusief uitleg van Cuong hebben we een prachtig uitzicht over de baai waar we in zitten.  

Iets verderop met de boot meren we aan bij een rots waar een trap is gemaakt in de rots om naar boven te kunnen klimmen. Na 424 treden en vele koreanen weggeduwd te hebben zijn we boven en hebben we een fantastisch uitzicht over een groot gedeelte van Halong Bay. Hier is ineens wel veel begroeiing te zien en het is ook flink wat warmer geworden.  

Nog even doortuffen met de boot en we stopten in een klein doodlopend baaitje om te zwemmen, zonnen en lunchen. Springend van de hoogste verdieping op de boot gingen mijn zwemacties gepaard met wat klimwerk en dat had ik beter niet kunnen doen. Vele schelpen waren ingedroogd tegen de rotsen aan en dat maakte van de rots een gevaarlijke onderneming. Direct bij de eerste stap op een rots lag ik al open en dat werd op drie plekken herhaald.  

Teruggezwommen bleek een diepe snee in mijn rechterondervoet te zitten wat tot gevolg had dat ik niet meer kon lopen met die voet. Gelukkig hadden we een verpleegkundige aan boord die, weliswaar in Hanoi, veel spullen bij zich had en mij goed verzorgd heeft (dank je Hans!).  

Lunch was geweldig even later op de boot. Voor het eerst in mijn leven een krab ontleed en opgegeten (erg lekker, maar wel veel werk..) en de inktvis die je normaal in rondje, gefrituurde vorm krijgt (calamaris) kregen we nu zonder frituurrandje en in zijn geheel.. Het zag er wat onsmakelijk uit, maar smaakte niet minder.  

Op de weg terug naar het vaste land kreeg de vermoeidheid mij te pakken en heb ik dus ook niet bewust meegemaakt. Direct op weg naar Hanoi met onze eigen bus en aangekomen daar direct goed verzorgt dus door Hans.  

Even bijkomen op de kamer en om 20:00 zijn we, met de taxi, op zoek gegaan naar een restaurant. Het werd echte Franse Haute Cuisine. Een, veels te, exclusief restaurant midden in het drukke centrum van Hanoi had een Franse kok die mooie en lekkere creaties klaarmaakten voor ons. Veels te duur en totaal onvietnamees, maar ik kan nou eenmaal niet ver lopen (geweldig excuus toch?). Nog even wat gedronken bij de Hanoi Little en om 24:00 lekker gaan slapen na het nieuws.  

Lekker vroeg weer op om nog wat dingen te ondernemen. Het oorlogsmuseum stond als eerste op het program. We stapten uit bij het Lenin park met ook een standbeeld van hem present. Ho Chi Minh heeft in Rusland gestudeerd en daar o.a. het communisme goed geleerd; vandaar het Lenin standbeeld.  

Tegenover Lenin was de Mig-21 al te zien die bij de ingang van het oorlogsmuseum te vinden is. Buiten waren ook nog diverse in beslag genomen materialen zoals vliegtuigresten, bommen en tanks van de U.S. Army. Binnen waren geweren, medailles and vele foto’s te zien. In documentairevorm kwam de Frans-Vietnamese en Vietnamese-Amerikaanse oorlog vooral ter sprake.

---------------

Daarna met twee cyclo’s (krap hè?) naar het grootste meer gegaan in Hanoi om op zoek te gaan naar twee mooie tempels. Bij aankomst bleek de tempel even in rust te zijn en wat later open te gaan. Voor ons tijd om een lekker biertje op het water te nemen met noodles en beef! De Tran Quoc tempel was de oudste, en tot nu toe de mooiste, tempel die er te vinden is in Hanoi. Hij dateert uit 545 en er werd nog volop gebeden voor alle gouden beelden. Ook een mooie, lange pilaar vol met boeddha’s was er te zien als publiekstrekker.  

Na nog een klein tempeltje aan de overkant (Quan Thanh) die, naast een prachtig bronzen boeddha-beeld, wat tegenviel zijn we koffie gaan drinken. Vietnamese koffie blijkt helaas erg sterk en eerlijk gezegd niet te drinken te zijn dus dat werd een les om te onthouden.  

Om 15:30 terug in het hotel na een taxiritje (onder de twee dollar!) om met de bus naar het vliegveld te vertrekken voor Hué. Na het inchecken kreeg ik te horen dat vooral mijn foto erg Vietnamees eruit zag (?!). Na een relatief korte en comfortabele vlucht met Vietnam Airlines vlogen we in de nacht Hué binnen.  

Aangekomen in Hué zijn we al vrij snel gaan eten. Onderweg waren al duidelijk tekenen van overstromingen te zien die een paar dagen ervoor plaats hadden gevonden. Na een korte show van de restaurant huisband kregen we weer een heerlijk hapjesmenu met van alles en nog wat.  

Na het diner zijn we met een select gezelschap nog wat gaan drinken en poolen. Het zou een speciale avond worden want zowel Danny als Hans waren jarig de volgende dag; dus eigenlijk na middernacht al. Het werd een latertje, maar erg gezellig. Lekker laten thuisbrengen en heerlijk geslapen.  

Vroeg eruit voor een excursie. Een wandeling naar de parfumrivier gaf nog veel meer blijk van overstromingsellende. We gingen met de boot de parfumrivier af en zagen onderweg vele dagelijkse taferelen wat Vietnamezen allemaal doen op en rond het water.  af en zagen onderweg vele dagelijkse taferelen wat Vietnamezen allemaal doen op en rond het water.  

De bootreis werd onderbroken voor de Thien Mu tempel. Op de oevers van de parfum rivier overzag de tempel een groot gedeelte van Hue en het land eromheen. De blikvangende toren die direct bij binnenkomst normaal gesproken moeilijk te missen is stond helaas volledig in de steigers. De rest was weer eens wat anders om te zien. De Boeddha’s waren uiteraard hetzelfde, maar een oude Amerikaanse auto als toeristische trekpleister is weer eens wat anders.  

Een religieuze plaats aan het einde van de tempel was uiteindelijk een stuk mooier dan de tempel zelf en vreemd was het om te ontdekken dat achter de tempel een werkelijk waar enorme begraafplaats zich bevond waarbij het opviel dat mensen vrijwel direct tegen de tempel lagen begraven.  

Het einde van de bootreis was een stuk verder en betekende gelijk een flinke hoeveelheid regen. We bekeken bij de lokale bevolking tijdens een wandeling een Vietnamese hoedenmaker evenals een wierookfabriekje.  

Het Mausoleum van Tu Duc was het eindpunt van de wandeling. Tijdens de enorme regen had het Mausoleum wel iets mysterieus al was het rondlopen niet veel meer dan rennen naar de volgende beschutte plek. In de troonkamer kon men zich verkleden als de koning/keizer en op de foto met eventueel wat hofdames. Danny kon de verleiding niet weerstaan..  

De begraafplaats van Tu Duc was erg mooi om te zien met tempelwachters, een enorm standbeeld en de mystieke regen erbij.  

Met de bus naar lunch gebracht (noodle-soup!) en nog even tijd voor wat internetten.  

Om 14:30 zijn we gaan wandelen naar achtereenvolgens de Citadel met daarin de keizerlijke stad met daarin de verboden purperen stad. Ik had al gelezen dat er, in verhouding, niet zoveel meer over was van de verboden purperen stad en dit bleek inderdaad het geval.  

Door de ingang (van de Citadel) van een gigantische buitenmuur stonden kanonnen ons op te wachten die feitelijk alleen waren gebouwd met een psychologische reden; ze zouden nooit echt daadwerkelijk iets konden afvuren. De enorme Vietnamese vlag wapperde ferm door weer en wind en gaf maar weer eens blijk van de enorme trotsheid voor het eigen vaderland.  

De ingang van het keizerlijk stad was eveneens imponerend en binnen gingen we op zoek naar nog staande objecten; al dan niet gerestaureerd. Een aantal gebouwen zagen er wel aardig uit, maar het enige wat echt een beeld kan scheppen is de enorme maquette en schilderijen die er hangen die een reëel beeld moeten geven van wat er allemaal gaande was in de complete Citadel zo’n 200 jaar geleden.  

Na even wat gedronken te hebben tussen de Vietnamezen zaten we na 18:00 alweer aan het diner. Wederom een set menu van rijsttafelachtige praktijken, maar dit maar een leuke taartafsluiter voor Danny en Hans die nog steeds jarig waren.  

Uiteraard nog wat gedronken en gepooled waarna rond 24:00 het licht uit ging.  

Om 07:00 alweer wakker en na de gebruikelijke ochtendrituelen waren we op weg naar Hoi An. Het bleek dat we steeds meer en meer het slechte weer achter ons lieten liggen. Na een koffiestop zonder zwemmen en een pass te zijn overgegaan zonder uitzicht belandden we in het Cham-Museum in Danang.  

Het Cham-rijk en eigenlijk het enige rijk wat zijn oorsprong had in tegenwoordig Vietnam wat enige invloed had. Dit museum had beelden die dateerden tussen de 4e en 15e eeuw waarbij sommige beelden er mooi bij stonden.  

In een dorpje een stuk verder werden vele beelden gemaakt van marmer. De een nog groter dan de ander al werd er geopperd dat vele beelden machinaal gebeurden ipv het echte handwerk wat ons werd voorgehouden. Rond het dorp lagen de Marble Mountains.  

De Marble Mountains zijn zo’n vijf uitstekende rotsen die, zoals het lijkt, uit het niets ineens op waren gekomen en een soort natuurlijke vestiging maken van het dorpje.  

De grootste kon beklommen worden en na de lunch deden we dat dan ook. Na een fix aantal trappen en tempels onderweg kwamen we aan bij meerdere grotten waar enorme uitgehakte Boeddha’s zich bevinden. Na wat geklauter en moeilijke beklimmingen stonden we op de top en konden we in alle richtingen interessante dingen zien. De andere bergen waren duidelijk te zien aan de ene kant en aan de andere kant lag China Beach; bekend als rustplaats voor de Amerikanen tijdens de oorlog.  

Aangekomen in Hoi An bleek het inderdaad nog een rustig, klein dorpje te zien die blijkbaar expres klein werd gehouden om z’n charme te behouden. Het is bekend om z’n kleermakerij (en dat hebben we geweten) en veel backpackers houden zich hier op.  

Een wandelingetje was geplanned om even het dorpje te verkennen, maar dit werd erg snel bruut verstoord door een aantal niet meewerkende toeristenpolitiemensen. Cuong, onze begeleider, wilde bij de Japanse Brug een verhaal vertellen hoe de brug tot stand is gekomen, maar blijkbaar moesten we voor die informatie een ticket kopen ter waarde van 75.000 Dong (+/- 4 euro) wat, voor dit land, erg veel geld is.  

Na veel ruziemaken en hardnekkig volhouden hebben we maar betaald om van het gezeur af te zijn en bovendien Cuong’s baan veilig te stellen. Hij had uiteindelijk aardig in de problemen kunnen komen..  

De tour was direct over en we besloten zo snel mogelijk wat te gaan drinken. Aansluitend ook nog gegeten op het floating restaurant om alles een beetje te laten bezinken. Na het eten liepen we richting een bar met zicht op nog wat overstromingsellende wat ook hier een paar dagen geleden was gebeurt.  

In de bar bleken vele westerse mensen te zitten en dit werd bevestigt door vele soorten bier, veel spelletjes (Leuk hè, Djenga?) en zeer weinig Vietnamezen.  

Naar huis gestrompeld en heerlijk geslapen.

  

Wederom vroeg eruit voor weer een boottochtje. Weer veel mensen op het water en ook van dichtbij de markt bekeken waar driftig, alleen door vrouwen, handel gedreven werd. Wederom wat regenachtig en dat maakte de boottocht wat triestig.

Bij terugkomst was de zon volop gaan schijnen en we zijn even gaan slenteren door de winkelstraatjes. Wat souveniertjes gekocht, houthandel bezocht en het zeer oude Tan Ky huis uit de 19e eeuw waar de Chinese en Japanse invloeden (die sowieso veel aanwezig waren in Vietnam) ook weer goed naar voren kwamen.  

Bij de souveniertjes zat een schilderij en uiteraard een compleet pak. Vele mensen van de groep hadden zich een pak laten aanmeten en over het algemeen kwam alles mooi uit de verf. Alleen bij Miriam ging het iets minder..

Na de lunch zijn we gaan fietsen! Het was sowieso een tijdje geleden voor mij dat ik gefietst had en dan ook nog eens door het Vietnamese achterland is weer een hele ervaring op zich. Dwars door kleine dorpjes, grote velden vol gewassen en de vriendelijke bevolking fietsen we naar het Cau Dai strand waar de kans was om even te gaan zwemmen. Geen geweldig weer, maar we moesten toch even zwemmen in de Zuid-Chinese zee.

Na de terugrit door de villawijk-in-aanbouw hebben we de rit naar My Son geregeld voor de volgende dag. Na wat tijd voor jezelf, douchen, was ophalen en drankjes zijn we de pakken op gaan halen.

Het eten was op z’n zachtst gezegd bijzonder te noemen. We werden gedirigeerd naar een tentje in een smal straatje wat er erg simpel uitzag. Op de traditionele campingzitjes werden we aanvankelijk aangesproken om te gaan bestellen, maar dit werd abrupt onderbroken door de binnenkomst van een complete familie (en die zijn niet klein!) en onze hulp was verdwenen. Ik had persoonlijk nogal veel besteld en met enig geluk kon Danny ook nog wat bestellen. Na wat erg lang wachten (de familie had al gegeten en was alweer weg) kregen wij dan wat en het bestelde eten voor twee hebben we netjes door vieren gedeeld en grappig genoeg was het nog lekker ook.

De volgende dag waren we rond 08:30 op weg naar My Son. De wat minder comfortabele bus bracht ons met soms wat problemen naar een prachtige vallei omringd door bergen naar het belangrijkste nog staande ruinestad van het Cham-rijk.  

My Son bestaat uit een aantal groepen met vele ruïnes die er soms nogal vervallen bijstaan en soms nog best aardig bewaard zijn gebleven. Ook zijn er veel herstelwerkzaamheden gaande door Unesco die ook hier aanwezig zijn.  

Opvallend waren de toppen van sommige ruïnes die prachtig boven de bomen uitkomen, de zeer vreemd uitziende taal die de Cham hadden bedacht en de inmiddels beruchte zin in de Lonely Planet dat er ‘in principe geen mijnen meer zijn’ in My Son.  

Na een rondwandeling langs de belangrijkste groepen in twee uur gingen we weer terug naar Hoi An. Lunch genoten we bij een Indiër wat lekker heet eten was. Rond 16:00 waren we bijelkaar in de Hai Scout voor een drankje ter ere van Laura die jarig was die dag.  

 

Kookles stond op het programma vanavond en dat was weer een grappige ervaring. De Chef-kok van het restaurant maakten voor ons zes gerechten klaar waaronder de beroemde Vietnamese Loempia. Na het klaarmaken hebben we nagenoeg alles opgegeten wat dan nog lekkerder smaakt dan normaal.  

Fietsend terug nog wat gedronken in Hoi An en lekker gaan slapen.  

Helaas met wat maagproblemen opgestaan (we verdenken de Indiër), maar we hadden een zeer rustige zitdag in de bus. In My Lai hadden we de indrukwekkendste gebeurtenis van de vakantie.  

Aangekomen in My Lai lijkt alles op het eerste gezicht een rustig dorpje waar niet al te veel gebeurt. Blijkbaar was dat al jaren zo, maar om de een of andere reden zagen de Amerikanen dit anders. We kregen een documentaire te zien van een aantal jaren geleden van de KRO (in het Nederlands dus) wat ging over een toenmalige Huey-(helicopter)piloot die voor het eerst weer terugging naar dit rampgebied.  

Amerikaanse beveiliging had het idee dat er in My Lai veel Vietcong zich ophielden. Hoe ze ooit aan die intelligentie zijn gekomen is tot op de dag van vandaag niet duidelijk. Op 16 maart 1968 hielden de Amerikanen een ‘Seak and destroy’ actie wat erop neer kwam dat alles wat bewoog werd neergeschoten (incl. dieren, kinderen, (zwangere) vrouwen en bejaarden) wat resulteerde in 504 Vietnamese doden.  

Het dorpje werd met de grond gelijk gemaakt en is dat nu nog. Ze zijn bezig met wat reconstructiewerkzaamheden om het nog visueler te maken, maar dat is eigenlijk niet zo nodig. Bomen vol met kogelgaten, maar vooral de greppel waar vele slachtoffers in hebben gelegen spreekt al genoeg boekdelen.  

Een van de zeer weinig overlevenden was zelfs ter plekke en hoewel ze geen woord buitenlands kent blijkt al snel dat ze trots is het overleefd te hebben, maar goed wil laten blijken hoeveel leed er is geweest in My Lai. De enige overlevenden waren mensen die onder een aantal doden lagen en zichzelf stilletjes hielden om de dood te simuleren.

De resterende, lange busrit werd verder nog onderbroken door lunch, koffiestop en matjesmakers.  

In het hotel aangekomen bleek dit een echt boulevardrestaurant te zijn wat er totaal on-Vietnamees uitzag. Wel relatief luxueus, maar helaas is er (nog) niet zoveel te doen in Qui Nhon. Dit werd door ons dan ook alleen maar gebruikt als tussenstop en doorreisplaats. Na een drankje bij de bar tussen de huwelijksgangers (vreselijk, die karaoke!) gingen we op zoek naar de Seafood 2000. Of we hem nu echt gevonden hebben is maar de vraag, maar we hebben wel heerlijk gegeten bij een vistent!  

Maar een persoon kon engels en die was gedurende de avond ook op een gegeven moment nergens meer te bekennen. Eten (= levende vissen en garnalen) uitzoeken was dus aankiezen en je vingers opsteken. Zelden hebben we echter zo lekker gegeten als die avond. Vele tijgergarnalen, schelpen (Clams), twee vissen, rijst en lekkere drankjes maakten het gezellig, maar ook een gigantische chaos.

Ik ben direct daarna gaan slapen om m’n maag op orde te krijgen..  

Vroeg weer op voor lange busrit #2. Vietnam heeft uiteraard vele Militaire begraafplaatsen en overal stond wel een standbeeld bij. Hoewel het standbeeld overal anders was, was de tekst altijd hetzelfde. Vietnam zal jullie nooit vergeten. We stopen dus bij een militaire begraafplaats met daarachter de ‘normale’ mensen waarbij opviel dat ook hier weer de overweldigende pracht en praal soms hoogtij vierden op de graven.  

Onderweg viel het landschap op wat hier en daar adembenemend was door bergzame en vooral veel groene natuur. Ook zijn er meer rijstvelden te zien in het mid-zuiden van Vietnam.  

Stops waren er om te bekijken hoe visolie gemaakt wordt. Gezien de stank waren we daar snel klaar. Leuker was de stop bij de buffel rustplaats. Niet dat de buffels zo geweldig waren, maar de natuur was ook hier bijzonder fraai. De enorme buffels zijn makkelijk in omgang en vinden in de regel alles best. Het was inmiddels weer erg mooi weer geworden.  

Lunch was aan het strand dus na de, gebruikelijke, noodles met beef moest er gezwommen. Het was heerlijk in het water en aangezien er tijd zat was kon er ook nog over het strand gelopen worden. Er waren zeer veel kleuren aangespoeld wat het resultaat was van vele overstromingen meer naar het noorden van Vietnam. Na wat mooie schelpen gevonden te hebben konden we weer op weg.  

Na de Po Nagar (Cham) torens vlakbij Nha Trang die er prachtig bijlagen en bovendien een mooie blik gaf op heel Nha Trang waren we bij het international hotel direct aan de boulevard.  

Na het gebruikelijke eten en aansluitende drank moesten we even de disco in duiken! (veels te) harde muziek wat een mix was tussen pop en house bestelden we maar wat biertjes zo nu en dan. Wat opviel waren de vele vietnamezen, weinig buitenlanders en de vele, jonge vrouwen. Ook waren de jongens met homotrekjes erg aanwezig en moeilijk te missen (daar zorgden ze wel voor). Een conversatie was nagenoeg onmogelijk dus na wat mensen uitgelachen te hebben zijn we maar gaan slapen.  

’s Ochtends na het ochtendritueel zijn we gaan varen. Hoewel het er aanvankelijk goed uit zag werkte het weer uiteindelijk niet zo goed mee. Er was gelukkig weinig regen en het was uiteraard niet koud, maar de grauwe luchten maakten het een ander beeld.

Na een poosje gevaren te hebben stopten we om te snorkelen. Aangezien m’n voet alweer volledig herstelt was moest ik even proberen om de baai op te klimmen waar we door omringd waren. Het liep stuk op een onverwacht steile wending die de heuvel aannam. Ik besloot dan ook maar te gaan snorkelen. Het zicht was niet zo heel goed om te snorkelen waardoor er dus weinig te zien was, maar vlakbij de rotsen was het wat ondieper en was de onderwaterwereld wat beter te zien.  

Intussen werd de gehele groep behandeld door de meegereisde meiden (en wederom een zeer feministische man). Manicure, pedicure, alle andere nodige ontharingen en massages konden afgenomen worden van de meiden en daar werd gretig gebruik van gemaakt.

 

De volgende stop was een rustiek vissersdorp wat volledig van de zee afhankelijk was. We stopten vlak voor het strandje om een omheind stukje water te vinden vol met inktvissen, kreeften en grote vissen. We werden aan wal gebracht door de in Vietnam bekende ronde manden waarmee het een kwestie van evenwicht is of je kan zwemmen naar de kant of droog over komt.

We kwamen allemaal droog over en dat was maar goed ook, want de lunch riep ons aan tafel. Na de fried fish zijn we een rondje gaan lopen. Gedurende de lunchperiode kon het bijvoeglijk naamwoord slaperig nog toegevoegd worden aan het dorpje. De nauwe straatjes waren vrij leeg en bij een windvlaag waren een hele batterij met kinderen te vinden die hun vast welverdiende siësta aan het houden waren. Na nog wat ‘kattenogen’ gezocht te hebben gingen we weer terug naar Na Thrang.

Terug bij het hotel gingen we op zoek naar de lokale markt. Na wat fout gelopen te zijn (allemaal gepland!:-) stopten we voor wat yaourt (yoghurt) bij de giechelende schoolmeisjes waar we continu door uitgelachen werden. Voor de 5 eurocent die we voor het flesje betaalden konden we gelukkig weer een beetje teruglachen.

De markt was feitelijk een grote hal met zoveel mogelijk tentjes in en rondom. Wederom veelal groenten en fruit en behoorlijk wat publiek te vinden. Toeristische koopjes waren er dan weer niet dus we zochten onze heil al snel in het café.  

Even internetten en aansluitend douchen/relaxen op de kamer alvorens ’s avonds aan te schuiven bij het diner. De vis moest zelf uitgekozen worden vanuit het aquarium dus de fotoreportage van ‘levensloop van een vis’ was snel gemaakt. Nog een biertje en lekker gaan slapen.  

Onderweg naar Dalat zijn we gestopt bij de Polonkinor torens; ook uit de Cham-periode. Ook deze stonden er goed bij en vooral duidelijk is te zien dat ze erg eenduidig waren in de tijd van de Cham-torens. Om het op een andere manier te zeggen; ze leken bijzonder veel op de Cham-torens bij Na Thrang. Na een snelle drank weer verder crossen.. 

Door een steeds mooier worden landschap belandden we in de Central Highlands. Ik ben altijd al een fan geweest van berglandschappen en het blijkt dat we daarvoor steeds beter gaan zitten. We stoppen op de Ngoan Muc pass met een geweldig uitzicht over het zojuist doorkruiste landschap. Na een wandelingetje werden we opgepikt om onze weg te vervolgen naar Dalat.

Na de lunch aan de markt deze even rondgelopen. Dalat wordt het Parijs van Vietnam genoemd en dat is ook erg duidelijk te herkennen. Het complete centrum doet Europees aan en lijkt zeker niet op een standaard dorp uit Vietnam. Een zendtoren die eigenlijk altijd hetzelfde wit/rood zijn is zo belicht dat deze vooral ’s avonds erg op de Eiffeltoren lijkt.

Na een koffie, schoenen laten poetsen, jack gekocht te hebben (het is wat hoger en dus frisser in Dalat) liepen we richting de bus om naar het hotel te gaan. Ons hotel lag ditmaal iets buiten het centrum wat de trip wat lastiger maakt.

Na wat opfrissen weer terug naar het centrum voor een gesprek met de ‘Easy Riders’. Een tip van de Lonely Planet die door onze reisbegeleidster werd overgenomen bleken de Easy Riders ook daadwerkelijk hele easy mensen te zijn. Een stel vrienden die de hele dag lopen te geinen en een beetje op een motortje rondjes rijden door Vietnam. Hoewel wij een idee hadden wat we wilden doen werd dit al vrij snel van de baan geschoven; zij verzonnen wel wat leuks. Hoewel het een vrij standaard route bleek te zijn voor hun klonk het zeker als een leuke ervaring dus boekten we de trip.

We aten voor de verandering met nagenoeg iedereen en rond 21:30 gingen we huiswaarts om een keer vroeg te gaan slapen.

Na het ontbijt stonden de Easy riders zoals afgesproken om 08:30 klaar voor vertrek. Ik reed samen met Cuong op een motor en zoals afgesproken had ik ook de mogelijkheid om zelf te rijden op de motor. Uiteindelijk wisselden we zo nu en, want hoewel zelf rijden leuk is zie je meer van de omgeving als je zelf niet rijdt. Daarbij is Cuong de georganiseerde chaos gewend van het in de stad rijden.

Met z’n achten reden we door Dalat en omgeving; achtereenvolgens:
-
        
Aardappelvelden, kool en kassen: Veel expertise is uit Europa, o.a. Nederland, gehaald en als Westlander is extra grappig om kassen in het midden van Vietnam tegen te komen.
-
        
Gerberakwekerij: De mooie bloemen komen goed tot hun recht tussen de ongerepte natuur.
-
        
Graniet uit de berg hakken: Langs de kant van de weg werd het graniet uit de berg gehakt. Wat bij ons niet te betalen is wordt enorm veel harde arbeid voor verricht om het er een beetje mooi uit te hakken en een goede prijs voor te krijgen.
-
        
Rijstwijnfabriekje: Er zitten drie fases in de rijstewijn. Na de eerste fase geproefd te hebben (70%) haakte ik al af en heb de varkens even begroet alvorens weer verder te gaan.
-
        
Koffie drinken: Op z’n Vietnamees. Gefilterd waar men bijstaat smaakt de koffie wat sterker dan in Nederland.
-         Zwarte paddestoelen kwekerij: Erg leuk om te zien hoe eigenlijk schimmel gekweekt wordt in zo’n vorm dat er zwarte paddestoelen uitkomen. Na het drogingsproces zijn ze rijp voor de transport.
-
        
Olifantwaterval: Een mooie en brede waterval waar vroeger de olifanten blijkbaar kwamen drinken.
-
        
Zijderupsen: In een huis waren grote manden te zien vol met zijderupsen. Van een zijderups is 800 meter draad van zijn cocon te halen. Hoewel de zijderups maar een klein beest is, is een goed staaltje ‘niets weggooien’ te vinden in het feit dat de uitwerpselen van de rupsen worden opgevangen en gebruikt worden voor de nabij gelegen koffie/theeplantages bemesting.
-
        
Zijdefabriek: Vele meiden stonden achter luidruchtige machines de coconnen van de zijderupsen te wikkelen om draden over te houden.
-
        
Matjesmaker: Normaal gesproken een boer op het land, maar als er even niets te doen is kunnen er manden gemaakt worden.
-
        
Rupsen maken coconnen. Zijderupsen worden losgelaten op hekconstructies om rustig aan coconnen te vormen.
-
        
Passievruchten: Aangezien de grond in deze omgeving bijzonder vruchtbaar is en er hier een geweldig klimaat hangt groeit nagenoeg alles. Passievruchten zijn er dus ook te vinden en, als ze rijp zijn, zijn deze erg lekker.

 

 Het motorrijden was wat anders dan in Nederland, maar aangezien het toch al een ongeorganiseerd zooitje is val ik ook niet echt op. Het rijden ging erg relaxed en de easy riders zelf hadden de grootste lol en waarom ook eigenlijk niet. Het was fantastisch weer en we hebben mooie dingen gezien. Na terugkomst nog even een drankje gedronken langs de weg om een klein marktje te kunnen observeren, maar ook zeker om geobserveerd te worden door de verbaasde Vietnamezen. Nog even relaxen op de kamer..

Om 18:30 naar de stad gegaan met een paar man om met z’n vijven te gaan eten. Een klein tentje in het centrum hadden we uitgezocht wat nogal een trekpleister bleek te zijn voor toeristen. Even een drankje in de plaatselijke eetcafé en wederom redelijk vroeg gaan slapen.

Om 07:30 zaten we alweer klaar in de bus om onze reis te vervolgen naar de grootste chaos van deze vakantie; Ho Chi Minh stad (Saigon). We stopten al vrij snel bij Chicken Village waar een uiterst vreemd verhaal aan vast zit. Het ziet er simpelweg uit als een minderhedendorp. De mensen zijn om de een of andere reden donkerder dan ‘normale’ vietnamezen, ze zien er armer en onverzorgder uit en het dorp bestaat uit een aantal huizen die er ook al niet al te geweldig uitzien. In het midden van het dorp staat echter dan een enorme kip met negen tenen uitkijkend over het hele dorp. Direct naast de kip zijn een aantal dames druk bezig om zoveel mogelijk kleden, tassen, overtrekken e.d. te fabriceren om zoveel mogelijk te kunnen verdienen aan de verbaasde toeristen.

Het landschap onderweg was zo nu en dan adembenemend. .Vele kilometers ongerepte natuur zorgen voor veel groen. We zijn nog gestopt bij een theeplantage, koffie gedronken ergens en lunch genoten. Voor het eerst zijn we een typisch stukje westerse ellende terugkomen in Vietnam; file. We arriveren in het begin van de avond in Ho Chi Minh city en blijkbaar zijn we niet de enige de de stad in willen. Na een aantal terugblikken en vele minuten wachten komen we aan in verreweg de grootste stad van Vietnam, Ho Chi Minh. Met z’n 8 miljoen inwoners is het ook de economische hoofdstad van het land.

Een barbecuerestaurant werd aanbevolen en de keuze was dan ook snel gemaakt. Het was een erg leuke belevenis om vele Vietnamezen in een typische vreetschuur te zien eten en drinken. Het barbecuen moest je zelf doen en het vlees wat besteld werd was erg vers. Zo vers dat de garnalen levend afgegeven werden wat sommige iets te vers vonden. Na snel een schorpioen (zonder giftige angel) op Mn borst te hebben gekregen dronken we buiten nog wat waar ik voor het eerst en wellicht ook het laatst ’s avonds rond 23:00 nog een airco nodig had om het nog lekker cool te krijgen.

Een cyclotour door een gedeelte van Saigon werd al vroeg begonnen. De hitte zit er al snel in en schaduw wordt al snel de beste vriend die je kan hebben. Het stadsleven vliegt voorbij. Motorcyclo’s, mensen en auto’s schieten voorbij aan je, Franse invloeden zijn ook hier weer duidelijk merkbaar en er zijn gewoon heel veel mensen.

We bezochten weer twee tempels die weer wat verschilden van al die andere die wel hadden gezien. De Thien Hau en Nghia an hoi Quan tempels blinken uit in vooral vakmanschap. Het mooiste houtwerk wat ik ooit gezien had tezamen met een complete wolk van wierookdampen maken de tempels mystiek en heeft het z’n Chinese handelsmerk goed behouden. De mogelijkheid bestaat om geluk te kopen d.m.v. een spiraalvormige wierookstok waar tekst op te schrijven valt.

We hadden het geluk dat in de tweede tempel een (snelle) dienst begon waaruit bleek dat werkelijk waar van alles geofferd wordt. Overigens wordt alles na het offeren gewoon weer meegenomen en opgegeten..

De Chinese markt werd gedomineerd door de vele dubieuze geneeswijzen die de Chinezen er op na houden. In de winkels dreven schorpioenen, slangen, zeepaardjes, leguanen, haaienvinnen en zelfs miereneters op sterk water. Allen hebben verschillende medicinale werkingen en er wordt blijkbaar behoorlijk in gelooft. Na verder rondgelopen te hebben op een markt waar de keuringsdienst van waren een hartstilstand van zou krijgen vanwege de aan de enorme hitte blootgestelde varkens-, eenden- en kippenvlees sloten we onze cyclotour af.

We spraken onze eigen (motor-)toer af voor die middag en na wat opfrissen besloten we even snel te lunchen in het hotel zelf. We gingen met een aardig vaartje naar een ander gedeelte van de stad om de door LP aangeprezen tempel ‘Jade Tempel’ te bezoeken. We werden verwelkomt door vele schildpadden naast de ingang van de tempel, maar de tempel zelf was niet zo heel groot. Hoewel het best mooi was hadden we er blijkbaar al teveel van gezien om de werkelijke schoonheid echt te zien. Wel was er een bijzonder fraaie lichtval in een van de bijkamers wat een schitterende foto opleverde. De zeer vriendelijk lachende monnik die verantwoordelijk was voor een schone tempel zag het met goedkeuring aan en was zichtbaar trots op zijn letterlijk en figuurlijke monnikenwerk.

 

 

Na wat crossen kwamen we aan in de originele Franse wijk. De Notre Dame is, met uitzondering van de vreselijke witte punten, imposant en erg mooi. Het enorme complex staat in het duurdere centrum van Saigon en staat pal naast het postkantoor wat ook al een bijzonder fraai staaltje Franse kunst is. Beide gebouwen zijn van rond 1880 en zijn gebouwd in Neoromaanse stijl. Een enorme foto van Uncle Ho pronkt in de grote hal en de kitscherige kerstboom is voor mij zeer ongeloofwaardig aangezien ik ernaast sta met zo weinig mogelijk kleren aan vanwege de hitte.

Na een kleine tegenvaller geïncasseerd te hebben door Arnold en Miriam (hoeveel moest er nou op een brief?!) reden we een klein stukje door om uit te komen bij het Hotel de Ville, de Opera en het Rex Hotel. Het enorme Hotel de Ville wordt tegenwoordig gebruikt als huisvesting voor het volkscomitée van Saigon. Met wederom uncle Ho voor het Hotel de Villa wordt het nog steeds gezien als een geweldig monument. Om de hoek van Hotel de Villa is de opera te zien in zeer goede staat en tussen deze twee gebouwen staat het Rex Hotel. Het Rex hotel is een vrij prijzig hotel van waaruit de Amerikaanse officieren in de Vietnamoorlog de gehele oorlog bestuurden. Bovenop het Rex hotel heb je een schitterend uitzicht op een groot stuk van Saigon.

Na een blik geworpen te hebben op de Saigon-rivier reden we door naar de Ben Thanh markt waar we konden verdrinken in al het aanwezige prullaria. De markt lijkt speciaal te zijn opgezet om zoveel mogelijk prullaria tentoon te stellen waar eigenlijk niemand wat aan heeft, maar er toch nog Vietnamees uit te laten zien. Aan het einde was ook nog een markt voor voedsel en kon er ter plekke gegeten worden. Daar waren dan ook nog een aantal Vietnamezen te bekennen. We hebben er dan maar de toeristische dingen gekocht met name omdat je toch wat wil en ach.. ze profiteren er allemaal van.

Na een drankje (waar zelfs Bill Clinton nog een drankje heeft gedronken..) terug naar het hotel waar we ’s avonds weer vertrokken naar het restaurant. Dit keer met z’n allen, want als verrassing werden we meegenomen naar het restaurant van de tante van Cuong. Simpelweg aan de straatkant had dit meer weg van een normaal Vietnamees restaurant dan de overdreven gedecoreerde bijna-tempels waar we ook gedineerd hebben. De Tiger-cup was bezig en dat was duidelijk te merken. Vietnam speelde toevalligerwijs die avond en al snel zaten we allemaal met een rode ‘bandana’ op om Vietnam aan te moedigen. Hoewel het geen nut had (ze verloren) zag het er grappig uit en we waren per direct helden bij de lokale bevolking. Het eten was heerlijk en als klapstuk werd de slang op tafel in een stoofpot-vorm aangebracht. Sappig vlees, maar wel wat veel bot.. Na het diner weer terug naar het hotel om te gaan slapen.

Vroeg op weg naar de Cu Chi tunnels reden we door het wakker wordende, weidse platteland van Vietnam. Na een poosje kwamen we aan en gek genoeg waren we vrijwel de enige die naar de uitleg gingen kijken. We kregen te zien hoe de Vietnamezen de Amerikanen terroriseerden in de oorlog en hoe de tunnels in elkaar zaten. Een zeer indrukwekkend staaltje techniek wat de Amerikanen nooit volledig door hebben gehad tijdens de oorlog. Een kleine documentaire van alweer een tijdje geleden liet ook nog een klein beetje zien hoe de mensen leefden afwisselend boven en onder de grond.

We gingen een rondje lopen en al snel kwamen we bij een ingang van de tunnels. Deze was origineel gebleven en was dan ook onvindbaar als men niet wist waar die zat. De mogelijkheid bestond om er even in te kruipen en daar werd dan ook gebruik van gemaakt. Hoewel ik nog geen problemen ondervind waren er toch die met moeite er weer uit konden komen

.

 

 

 

 

 

 

We kregen een verscheidenheid aan boobytraps gepresenteerd waar je al bijna pijn van kreeg door er alleen al naar te kijken. Even verder bestond de mogelijkheid om te schieten met geweren waar in de oorlog ook al mee gevochten werd. Een Kalasnikov (AK-47) en een M-16. Je kon een paar kogels kopen en schieten op getekende dieren. Aangezien ik nog nooit geschoten had (kermisgeweertjes daar gelaten) en nooit in het leger heb gezeten moest ik deze kans aangrijpen. Naast wat oppassen voor de terugslag ging het feilloos en het getekende hertje zou wel dood zijn geweest.

Na nogmaals een rijstewijn brouwerijtje gezien te hebben en het maken van rijstpapier (voor de loempia’s) liepen we door om zelf de mogelijkheid te hebben om door de tunnels te lopen. Deze tunnels zijn wel aangepast voor toeristen door ze wat te verwijden. Als lange Nederlanders is het echter nog steeds knap lastig om door de tunnels te lopen. Het gehurkt lopen voor zo’n 100 meter is uiterst vermoeiend en dan erbij te bedenken dat de Vietnamezen dit in rap tempo, met volle uitrusting moesten doen maakt het knap verbazingwekkend. Heet was het toch al dus die extra zweeddruppels maakten dan ook niet zoveel meer uit.

Na een snelle thee wederom in de bus voor de trip naar Tay Ninh. In dit dorpje staat het hoofdkantoor van de Cao Dai-sekte. De sekte heeft een religie ontwikkelt die vijf religies combineert en houdt er nogal uiteenlopende ‘goden’ zoals Sin Yatsen en Victor Hugo. In een overdreven rijk gevulde tempel met geen normaal gekleurd stukje te herkennen komen we aan net na het begin van een van de diensten. Hoewel de meeste volgers in het wit zijn zitten er vooraan wat mensen in een andere kleur.

Het wirwar van alle attributen uit de verschillende geloven maken het een onoverzichtelijk geheel wat het voor mij moeilijk maakt dit geheel serieus te nemen

Op de weg terug naar Saigon bezochten we nog een bakstenen fabriek waar onmenselijk hard gewerkt moest worden om een paar bakstenen te maken. Een wat oudere vrouw stond klei in de machine te gooien terwijl een paar jongens klei uit de naastgelegen slootje haalden en in hapklare brokken stonden te hakken.

Na de lunch waren we terug in Saigon waar ik zelf nog een extra rondje door de stad ben gaan lopen. De Reunification hall zoals deze nu genoemd wordt is een belangrijk gebouw aangezien hier de noord-vietnamezen het zuiden hadden heroverd en dus bevrijd. Hoewel het dicht was, waren de tanks nog te zien die ze expres hebben laten staan om iedereen eraan te herinneren. Op zoek naar eventueel nog wat interessante schilderijen loop ik wederom langs de Notre Dame die ditmaal open is en waar ook nog een dienst bezig is waarbij de kerk, tot mijn verbazing, tot de nok gevuld is en waar aan de achterkant nog vele tientallen mensen de dienst buiten volgen. Ook het postkantoor, Hotel de Ville, Theater passeren nogmaals de revue, maar een schilderij om mee te nemen vind ik niet. Lekker douchen dan maar..

Het eten was op een buffetachtige manier waarna er nog wat gedronken moest worden. De bar Metallic was zichtbaar een slechte keuze, want meisjes konden omgekocht worden voor een paar glazen drank en wij vielen wat buiten de boot.

Na het ontbijt waren we onderweg naar Can Tho. De eerste stop was in My Tho bij de Vinh Trang-tempel. Een mooie, rustige tempel met een schooltje achterin. Een vriendelijke monnik wilde wel poseren voor de mooie beelden.

De lunch was midden op een markt waar bijzonder veel te krijgen was. Varkens lagen in vele stukken te koop en als een echte legpuzzel was geen enkel onderdeel van het varken weggegooid, want het zou wel eens eetbaar (en dus verkoopbaar) kunnen zijn.. Ook gevelde kippen, eenden en zelfs kikkers lagen te wachten op een koper en in de tussentijd te bakken in de zon. Uiteraard is geen markt compleet zonder overdreven hoeveelheden rijst en fruit en zo ook hier. Na een soepje met .. van alles eigenlijk en wat theekopjes gekocht te hebben waren we weer onderweg.

Een ferry moest er aan pas komen om uiteindelijk in Can Tho uit te komen. Na wat rondgewandeld te hebben, wat overigens snel gedaan is in het kleine stadje, hebben we wat gedronken en aansluitend gegeten. Na een poolsessie in het hotel dit keer zijn we lekker gaan slapen. Het is een rustig stadje en het was aan de ene kant wat raar dat we vroeg in de morgen al fiks wat muziek en geluiden van de straat kwamen. We hadden al gehoord dat Vietnamezen behoorlijk vroeg op stonden en flink wat bewegen ’s ochtends. Dit was echter de eerste keer dat we dat te zien kregen.

We hadden een hotel aan de boulevard met daarachter een zijrivier van de Mekong. De zonsondergang hadden we de vorige avond al gezien en nu was gehele straat voor ons hotel bezaaid met sportende Vietnamezen. Met de bal, badmintonrackets of simpelweg ochtendgymnastiek bewoog iedereen om er weer fris tegenaan te kunnen de rest van de dag.

Met de boot gingen we de rivier op om een floating market te gaan bekijken. Na een tijdje varen zaten we letterlijk midden in een floating market en als we wat te koop hadden konden we lekker meedoen op de markt. van alles was verkrijgbaar en aan alle kanten werden complete inhouden van boten af- en opgeladen. Door een jungleachtig rivierenlandschap gingen we een andere weg terug om halverwege te stoppen voor een fruitlunch. De plaatselijke dorpsgek was er ook en probeerde iedereen dronken te krijgen met z’n slangenwijn (40%). De fruitlunch bestond uit bananen, mango’s, ananas, etcetc en er was ook koffie en thee.

Na de rest van de tocht terug genoten we nog van de lunch waarna we vertrokken richting Chau Doc; de laatste stop in Vietnam. We waren net op tijd om te racen achterop de motor naar en op de Sam-berg. Vanaf de berg hadden we een geweldig uitzicht op het verder vrij vlakke landschap een konden we onder andere Cambodja al zien liggen. We kwamen er eigenlijk voor de zonsondergang.

Na de zonsondergang zijn we weer naar beneden gereden om de tempel van de vrouwe Chau Xu uit 1820 te bezoeken. De tempel was wel aardig, maar de aanwezige kinderen/mensen waren eigenlijk interessanter alleen al vanwege de glimlach..

Om 18:30 begon het afscheidsdiner van onze Vietnamese Gids Cuong, onze chauffeur en bijrijder bij het hotel aan het water. Het set menu was weer lekker, soms een beetje weinig, maar werd net zo snel weer bijgevuld. Nog wat internet en een drankje en lekker gaan slapen.

’s Ochtends de papieren ingevuld voor de Cambodjaanse immigratie en we konden vanaf het terras zo de boot in op weg naar Cambodja. Na een poosje konden we aanmeren bij de grenspost van Vietnam. Hier bleek dat iemand wel duidelijk vertelt had dat tassen gecontroleerd moesten worden, maar niemand erbij had uitgelegd hoe dat dan zou moeten gebeuren. Onze grote tassen werden allen netjes door de X-ray machine gemaakt waar de douanebeambte zichtbaar trots op was. Even later was het bij iemand doorgedrongen dat we ook nog rugzakken hadden; deze moesten ook door de scanner heen. Nu is het alleen nog de vraag of ze daadwerkelijk alle tassen hebben gehad.. wie zal het weten?!

 

Na een koffie maar weer onderweg. We stapten in de boot om er een paar 100 meter verder weer uit te stappen. Onze visa’s werden gecontroleerd, maar onze tassen niet (die waren natuurlijk uitstekend gecontroleerd in Vietnam); alles was in orde.

Het weer werd steeds beter en beter en boven op het dek was het goed toeven. Meteen viel al op dat er niemand op het water te vinden is waar in Vietnam juist het tegenovergestelde waar is. Na een fiks aantal zonuren te hebben gehad waren de contouren van Pnom Penh te zien.

 

Meteen zijn de zeer opvallende uitsteeksels te herkennen die we nog veel zouden gaan zien door Cambodja heen. We zien vanaf het water al een aantal tempels en dure gebouwen wat Cambodja nu al anders maakt dan Vietnam.

Na wat gesjouw zaten alle koffers in de klaarstaande bus om naar Hotel Indochine II te gaan. Na alles opgeborgen te hebben zijn we een rondje gaan lopen om wat te gaan drinken. De wijk/de boulevard waar we in zitten is vrij toeristisch wat makkelijk op te merken is door de vele eetgelegenheden met buitenlands eten, blanke mensen en vele, bedelende kinderen. Ook zijn er opvallend veel mensen die iets mankeren of, beter gezegd, iets missen die simpelweg misbruikt worden om het geld van de toeristen af te troggelen.

We lopen langs Wat Ounalom (Wat = tempel) wat een prachtig bouwwerk is. Om de, overigens zeer opgeruimde, tempel heen zijn de vertrekken van boeddhisten die er studeren. We lopen door naar het Paleis en naastgelegen museum, maar besloten wegens tijdgebrek geen van beide te betreden vandaag. We liepen terug door een wat mindere buurt en kwamen een gigantische poolgelegenheid tegen waar we zijn blijven plakken. We kregen te horen dat Pnom Penh geen plek is om eens rond te gaan lopen als het donker is dus besloten we de Thai om de hoek te pakken voor het diner. Uiteraard was het eten heet en dus lekker en ook deze avond werd afgesloten met de bar, drank en pool.

Na het ontbijt liepen we wederom richting het paleis. We kregen te horen dat er een trouwerij was en het paleisgedeelte niet open zou zijn voor toeristen. Een beetje een tegenvaller, maar de naastgelegen zilveren pagode met vele bijgebouwen en stoepa’s eromheen waren al de moeite waard. Met als uitzondering de muurtekeningen is het gehele complex erg goed bijgehouden. In alle veel gedecoreerde tempels staan vele boeddha’s te wachten op gelovigen.

Met een privé-motortje werden we naar Wat Pnomh gereden. Bovenop de enige heuvel van de stad was een tempel gemaakt met typische Khmer-toren en een enorme stoepa. Naast de olifant, apen, vervelende verkopers, enorme hitte en vele toeristen was het wel aardig.

Hierna zijn we een stukje gaan wandelen naar de centrale markt waar het een drukte van jewelste was. Veel mensen, allemaal op zoek naar een koopje, proberen allemaal af te dingen op alles wat te koop is. Wij doen vrolijk mee en spelen het spelletje volledig mee. Moord en brand schreeuwen voor de belachelijke prijs, weglopen, zielig kijken en uiteindelijk nog teveel betalen voor de koopwaar; het koopproces is eigenlijk leuker dan datgene wat je gekocht hebt. Stiekem zijn we daarna de Cambodjaanse versie van de McDonalds binnengelopen voor een asociaal grote burger en heb ik echte diesels (schoenen) gekocht voor 6 euro’s (?).

Met de groep gaan we vervolgens naar het Tuol Sleng (S-21) mueum. Het museum is gebouwd als een lagere school, maar heeft een verschrikkelijke metamorfose ondergaan. Onder het bewind van Pol Pot (Rode Khmer) zijn er tussen 1975 en 1978 zo’n 17.000 mensen ondervraagd en vermoord. S-21 was de grootste gevangenis/ondervragingsgebouw van de Rode Khmer en de weinig verhullende foto’s maken een horrorsituatie. Iedereen die het niet eens was met de Rode Khmer gedachtes of anderzijds commentaar had op het regiem werd naar dit soort centra gebracht. Alle ter dood veroordeelden of inmiddels al vermoorde mensen uit S-21 werden getransporteerd naar ‘Chuong EK’; beter bekend als de Killing Fields.

 

Wij maakten dezelfde rit en na een hobbelige weg strandden we in een weids landschap waar een wachttorenachtig monument uitsteekt alsmede een aantal hobbelige vierkante meters. Het monument herbergt zo’n 8.000 doodshoofden gerangschikt naar sekse en leeftijd. Vele doodshoofden laten duidelijk zien hoe ze vermoord zijn. Het heeft een zeer macabere uitstraling, maar dat is ook precies het doel van dit monument; niemand mag ooit vergeten dat deze gruweldaden zijn gebeurd en dat vooral nooit weer mag gebeuren. De meeste mensen zijn opgegraven, maar een aantal zijn expres ongemoeid ongetwijfeld met dezelfde reden.  Na de hobbelige terugreis hebben we buiten wat gedronken en heerlijk gegeten. Nog een afzakkertje bij de pooltafel en het bed lonkte alweer.

Om 05:00 werden we wakker gebonkt door de hotelmedewerkers en rond 07:00 stonden we klaar voor vertrek met de supersnelle boot naar Siem Reap. Boven was het erg druk met zonnende mensen (waaronder onze hele groep) en beneden was het ook aardig druk door de (extreem) goed werkende airco. Door eerder opgelopen verbrandingen besloot ik in de airco te gaan zitten waarna we zes uur later in Siem Reap terecht kwamen. Onderweg hebben we de Tonlé Sap rivier en meer gehad alsmede een ‘floating village’, maar verder was er vrijwel niemand te zien..dit in tegenstelling tot Vietnam waar altijd wel iemand te vinden was op het water.

Na een chaotische aankomst in aan de oevers van Siem Reap werden we in busjes gebracht naar ons hotel “Raeksmey Chanreas Hotel’. Siem Reap is eigenlijk een dorpje van niets, maar ligt toevalligerwijs naast het Angkor Wat megacomplex.. Na even te zijn bijgekomen reden we voor het eerst naar het Angkor Wat complex om de zonsondergang te bekijken. Zittend op Phnom Bakheng was het wel erg gezellig, maar desalniettemin erg mooi. Door een enorme boomdichtheid was het immense hoofdgebouw (tevens genaamd Angkor Wat) reeds te zien. Iets wat we nu voor de volgende dag overlieten.

In de ‘uitgaansstraat’ van Siem Reap (een meter of 100, maar toch) zaten we op een veranda met zo’n goed uitzicht dat de cocktailbar werd omgetoverd tot dinerplek.

De volgende dag werd het HEEL vroeg. Om 04:00 ging de wekker, want we wisten niet precies hoe laat de zon op zou komen; later bleek dat we zeker nog een uurtje hadden kunnen slapen, maar ik had het er wel voor over. In het pikkedonker liepen we stapvoets naar het hoofdcomplex om ons op een strategische plek te stationeren. Na een 1,5 uur wachten zette de schemering in en kregen we een adembenemend uitzicht op Angkor Wat. Het was inmiddels aardig druk, maar zelfs toen was er nog een plek te vinden waar je in alle rust van het aangezicht kon genieten.

Aangezien we het reguliere ontbijt uiteraard gemist hadden, hebben we dit ter plekke ingehaald. De rest van de groep volgde en we hebben een rondje gemaakt door het enorme complex. Beginnend bij Angkor Thom door de South Gate naar ‘Bayon’. Hier liepen we een rustig rondje, ook langs ‘Baphoun’. Met de bus vervolgens naar een van highlights ‘Ta Prohm’. Ta Prohm is het complex wat ongemoeid is gelaten na de herontdekking ervan. Dit heeft tot gevolg dat de jungle nog steeds vergroeid is met de tempel zelf en dat levert mooie plaatjes op. Hoewel het soms een zooitje is, moet men dat zien als een oorlog tussen de tempel en de natuur; in dit geval heeft de natuur gewonnen.

We besloten om een heel eind verderop in het complex op zoek te gaan naar ‘Banteay  Srei’. Hoewel het een complex is, is het door meerdere koningen opgebouwd. Bij Banteay Srei is goed te zien dat er geen enorme gebouwen zijn, maar de wat kleinere gebouwen zijn veel rijker versierd. Het houtsnijwerk en enorm gedetailleerde bouwwerk heeft een andere schoonheid welke niet te vergelijken is met de reusachtige bouwwerken van Angkor Wat zelf. Als afsluiter reden we terug naar het hoofdgebouw om deze van binnen eens goed te gaan bekijken. Het uitzicht is spectaculair en het is vrij eenvoudig om weg te dromen. De aanwezige boeddhisten doen dit dan ook maar al te graag.

 

Terugkomend in Siem Reap hebben we genoten van een enorme rijsttafel en na de gebruikelijke afzakker lekker naar bed.

De volgende dag was een zeer relaxte. De laatste echte dag van vakantie werd gespendeerd aan de kleine markt, op een terras wat eten en drinken en een 1,5 uur durende massage door een blinde. De laatste avond werd afgesloten met een ramayana-achtige voorstelling (zie indonesie-reis) en een lopend buffet. De terugreis was verder lang, maar voorbij voordat je het weet.. Weer een superreis ten einde gekomen!

Links (Extern) :
vietnam.pagina.nl

cambodja.pagina.nl

Djoser-pagina van mijn reis